Een avondwandeling in hun straat in centrum Hasselt: meer hadden architecten Pieter Rubens en Annelies Frederix niet nodig als inspiratie voor hun eigen nieuwbouwwoning. 'Het viel ons op dat iedereen zich hier verstopt achter gordijnen en gesloten gevels. We vroegen ons af hoe je wat meer openheid zou kunnen creëren richting de straat. Zonder aan privacy in te boeten.'
...

Een avondwandeling in hun straat in centrum Hasselt: meer hadden architecten Pieter Rubens en Annelies Frederix niet nodig als inspiratie voor hun eigen nieuwbouwwoning. 'Het viel ons op dat iedereen zich hier verstopt achter gordijnen en gesloten gevels. We vroegen ons af hoe je wat meer openheid zou kunnen creëren richting de straat. Zonder aan privacy in te boeten.' Zo ontstond het idee voor een gevel met inspringende vides, zowel vooraan als achteraan. Die open schacht loopt door over de vier verdiepingen. Met andere woorden: hij neemt best een grote hap uit de façade, waardoor er binnen minder ruimte is. 'Dat lijkt plaatsverspilling, zeker voor zo'n smal huis. Maar het effect is verrassend ruimtelijk', zegt Pieter Rubens. 'Als we naar buiten kijken, is dat nu altijd door een vide. Die fungeert als visuele filter. Je voelt je minder bekeken, omdat onze ramen inspringen. Overdag laten we de houten poort beneden openstaan. Zo ontstaat er een portiek in de openlucht. Mensen kunnen dwars door de vide en onze glazen voordeur naar de boom op ons terras kijken. Op die manier geven we een stukje privégrondgebied terug aan de straat. Een kleine geste om de buurt wat minder gesloten te maken.' Hoewel Pieter en Annelies allebei opgroeiden in een vrijstaande villa in Limburg, koos hij bewust voor een smal rijhuis in de stad. 'Voor ons is dat de toekomst. Steden moeten nog meer verstedelijken. We moeten dichter op elkaar gaan wonen. En als je van natuur wilt genieten, dan ga je maar naar een park. Dat soort groenplekken moet de stad genoeg voorzien. Net daarom wilden we ook geen grote tuin. Er is genoeg natuur in de buurt. Ons huis is ook bewust compact, maar op zes niveaus hebben we toch 170 m2 woonoppervlak. Eigenlijk vinden we ons huis nog wat te ruim. Kijk eens naar Japanse architectuur: daar slaagt men erin om een comfortabele gezinswoning op 130 m2 te condenseren. In België wonen mensen doorgaans te groot.' Als architectenkoppel moest en zou hun eigen woning ook meteen een visitekaartje worden: een conceptueel statement in beton en hout. 'Een huis is voor ons meer dan een opeenvolging van kamers. We zochten naar een logisch principe waarop we de hele woning konden baseren. De ruggengraat van het ontwerp is hier de betonnen structuur. De vier verdiepingen met zes split levels zijn helemaal ter plaatse bekist, net als alle trappen. Elk niveau is zes op tien meter groot. En in elke ruimte voel je ook die volledige breedte en lengte. Keuken, eetkamer, slaapkamer, bureau: elk niveau heeft bewust maar één functie. Op die manier konden we de structuur zo zuiver mogelijk houden', zegt Rubens. 'Toen de betonwerken klaar waren, was het huis eigenlijk ook bijna af. Alle nutsleidingen - elektriciteit, verwarming, afvoer, water - zaten al ingegoten in de structuur. Nergens waren stalen draagbalken nodig, want het gewapend beton is dragend. Ook alle muren, plafonds en vloeren zijn van beton, dus die waren bij het ontkisten ook al nagenoeg perfect. Die bekisting wegnemen is als een cadeautje openmaken. Al ziet ons zoontje dat anders. Hij is minder fan van de vloer in geslepen beton. Door het patroon van die kiezels vindt hij er zijn Lego niet op terug.' Wie goed kijkt, merkt op de gevel en de binnenwanden overal een ritme in het beton. Dat komt omdat het hele huis is bekist met panelen van 50 cm bij 1m35. Dat ritme geeft de wanden een 'menselijke schaal' en tegelijk een mooie, pure textuur die niet schreeuwt om decoratie. 'De meeste architecten spelen graag verstoppertje: ze maskeren in een woning een en ander achter valse wanden of een laagje plamuur. Maar we wilden hier niet liegen. We wilden niks faken met nepmaterialen. Alles wat je ziet is echt, en alles zit vervat in de structuur. Na de ruwbouw moesten we er gewoon voor zorgen dat we het beton niet meer verpestten. Alles wat we toen nog toevoegden, was ondergeschikt aan het beton.' Die niet-structurele toevoegingen zijn bijna uitsluitend in hout: afzelia voor de ramen en donker getinte eik in de keuken. Voor de gordijnen kozen de architecten voor honderd procent linnen, in de natuurlijke kleur uiteraard. Ook daar was het principe: what you see is what you get. Even inzoomen op de keuken toch. Het horizontale en verticale ritme van de vides komt er terug in de deurstijlen. Koken doe je daar een trapje lager dan de eethoek, maar dat maakt het keukenblok visueel minder massief. 'Bovendien is het eiland perfect op zithoogte, zodat je wat kunt kletsen terwijl je aan het fornuis staat', zegt Rubens. Die dubbele functionaliteit merken we ook op in het bureau op de begane grond: de vloer is daar tegelijkertijd het tafelblad van het bureau dat een halve verdieping lager ligt. Idem voor de betonnen tuintafel op het terras. 'Als je vooraf goed nadenkt over de structuur, is de functionaliteit het logische gevolg', zegt Rubens. Dat klinkt in principe simpel, maar - geloof ons - het is aartsmoeilijk.