Een appartementsblok uit de jaren zestig in Vorst. Bernard Dubois is heus niet de enige architectennaam op de bellen: ook medewerkers van Office Kersten Geers David Van Severen en Robbrecht & Daem wonen hier boven elkaar. 'Logisch: het zicht op de Brusselse skyline is hier prachtig. De appartementen profiteren optimaal van het licht. En de wijk is superaantrekkelijk', zegt de jonge Brusselse architect. 'Maak wel liever niet te veel foto's van mijn interieur: dat is niet op het niveau van mijn klanten.'
...

Een appartementsblok uit de jaren zestig in Vorst. Bernard Dubois is heus niet de enige architectennaam op de bellen: ook medewerkers van Office Kersten Geers David Van Severen en Robbrecht & Daem wonen hier boven elkaar. 'Logisch: het zicht op de Brusselse skyline is hier prachtig. De appartementen profiteren optimaal van het licht. En de wijk is superaantrekkelijk', zegt de jonge Brusselse architect. 'Maak wel liever niet te veel foto's van mijn interieur: dat is niet op het niveau van mijn klanten.' Dat kan twee dingen betekenen. Eén: Dubois is een controlefreak, die graag regisseert hoe hij overkomt in de media of on- line. Twee: zijn cliënteel is very high-end. Zijn recente portfolio bevat modeboetieks voor Zadig & Voltaire in Parijs, New York en Brussel. Maar hij tekende in Parijs en Milaan ook al de flagshipstores voor Valextra, het Italiaanse luxeaccessoiremerk. Qua boetieks voor Nicolas Andreas Taralis staat de teller inmiddels al op zes, in China dan nog. 'Momenteel werk ik voor een groot streetwearmerk aan een winkel in Los Angeles. De naam mag ik niet verklappen, maar het wordt een nieuwbouw van 800 m2. In Parijs leveren we binnenkort een appartement van 600 m2 op in het 16e arrondissement. Voor een koppel kunstverzamelaars, die onze esthetiek al een tijdje volgen.' Niet slecht voor een bureau dat nog maar vier jaar bezig is.Bernard Dubois: 'Ik studeerde in 2009 af aan La Cambre en startte in 2014 mijn eigen bureau. Intussen werken we met vijf mensen, verspreid over Brussel en Parijs. Maar we moeten binnenkort nog uitbreiden, om alle lopende opdrachten rond te krijgen. Alles begon met het Belgische paviljoen op de architectuurbiënnale van Venetië in 2014. Met een team deden we daar een researchproject rond archetypische Belgische interieurs. Mijn vriend Nicolas Andreas Taralis, die artistiek directeur was bij Cerruti, had dat gezien. Hij vroeg me om zijn eerste boetiek te tekenen in China. Ik greep mijn kans en intussen zitten we al aan zes.' De modewinkels die je ontwerpt, zijn monumentaal en minimalistisch tegelijk. Maar op de foto's die je verspreidt, zijn zelden kleren of accessoires te zien. Waarom wil je dat modeaspect zoveel mogelijk vermijden op je beelden?Dubois: 'Ik heb zelf drie jaar fotografie gestudeerd. Ik ben geobsedeerd door rechte lijnen en grafische perspectieven. Ik hou mijn foto's graag zo sober en zuiver mogelijk. Vandaar de lege rekken of schappen. Als je mode-items toont, is dat beeld direct gelinkt aan een bepaalde collectie. Dat wil ik liever niet, ik wil de architectuur lostrekken van het tijdelijke aspect van de mode. Ik ben me er ook van bewust dat architectuur nu vooral in 2D wordt geconsumeerd via internet of publicaties. Weinig mensen zien mijn realisaties in het echt. Dus hoe je het in beeld brengt, is heel belangrijk. Ik wil dat graag controleren.' Glenn Sestig, die ook veel ervaring heeft met retailarchitectuur, vertelde me ooit dat hij een boetiekinterieur ontwerpt als een woning: met een even logische flow en een even functionele indeling. Hoe begin jij aan een winkelopdracht? Dubois: 'Het interessante aan winkels ontwerpen is net dat je je niet aan al die woonrestricties hoeft te houden. Je kunt een extreme experience bedenken, waarin je nooit zou kunnen leven. Het leuke aan modemerken is dat ze wel een duidelijke identiteit in hun hoofd hebben, maar als ze daar een architecturale vertaling van willen, bellen ze mij. Zadig & Voltaire staat bijvoorbeeld voor: Parijs, rebels en rock-'n-roll. Die cocktail zit ook in de nieuwe Parijse flagshipstore in Rue Cambon. Daar was het kader heel klassiek: zo'n typische enfilade van salons. Maar de wanden hebben we helemaal uitgewerkt in reliëfbeton. Het resultaat is brutalisme, maar op een klassieke, Parijse manier. Het resultaat komt heel evident over: de grenzen tussen beide stijlen zijn uitgeveegd.' Met die ambiguïteit van referenties en architecturale codes speel je in elk project. Maar in de kleurrijke nieuwe winkel van Valextra in Milaan is dat moeilijker leesbaar.Dubois: 'Centraal in die accessoireboetiek staat een sokkel in grijze baksteen. Heel minimalistisch, zoals het werk van kunstenaars als Donald Judd, Sol LeWitt en Carl Andre. Maar in die hoop stenen ontbreken er een paar. Het lijkt wel alsof de toog aan het afbrokkelen is. Dat is een verwijzing naar de Amerikaanse postmodernist James Wines, die in de jaren zeventig al gebouwen ontwierp als perfecte ruïnes. Valextra heeft dat uiterst gestileerde in zijn tassenontwerpen, maar tegelijk zit er ook humor in het kleurengamma.' Zou je voor gelijk welk modemerk een winkel kunnen ontwerpen?Dubois: 'Ik zoek vooral naar samenwerkingen met luxebrands. Zolang dat merk openstaat voor mijn aanpak en esthetiek, wil ik erover nadenken. Ik wil alleen niet klakkeloos nadoen wat in de mode is. Qua aanpak is mijn werk heel hedendaags, denk ik, maar het is totaal niet mijn bedoeling om trendy te zijn. Ik wil architectuur maken, die interessant is, net omdat ze los van een tijd of stijl staat.' In welke zin is jouw hybride architectuur dan iets typisch voor onze tijd? Dubois: 'Art nouveau, art deco, Bauhaus, Le Corbusier, Mies van der Rohe, brutalisme, postmodernisme: architectuurgeschiedenis is opgevat als een reeks van stijlrevoluties, die elkaars tegenreactie zijn. Elke stijl heeft zijn ideologie over wat goeie en slechte architectuur is. Maar die periodes evolueren helemaal niet lineair. Ik wil die mythe van de moderne architectuur afbreken. Er zijn namelijk veel overgangsmomenten, waarin architecturaal interessante dingen gebeuren. Auguste Perret was bijvoorbeeld zo'n figuur tussen klassieke en moderne architectuur. Rond 1900 was hij een van de eerste architecten die gewapend beton als zichtbaar afwerkingsmateriaal gebruikten. Maar als leermeester van Le Corbusier legde hij de brug tussen de negentiende en de twintigste eeuw. Door de mondialisering, de opkomst van internet en de influx van jongerengeneraties met weinig historische bagage, wordt architectuurgeschiedenis nu niet meer als een evolutie gepercipieerd. Voor mensen van vandaag is architectuur een catalogus van vormen uit allerlei periodes, waarmee je oneindig kunt variëren. Ik ken mijn geschiedenis wel, maar ik experimenteer toch graag met die stijlverwarring.' Je citeert vooral architectuur, kunstenaars en designers in je werk. Kunnen poëtischere zaken, zoals een gevoel of een sfeer, je ook inspireren? Zoals Frank Gehry, die zijn Fondation Louis Vuitton in Parijs beschouwt als een gedeconstrueerde zeilboot of platgetrapte wolk?Dubois: 'Daar ben ik wat te nuchter voor, vrees ik. Ik vind de metafoor geen goed instrument om aan architectuur te doen. Het is me te subjectief, te ver van de werkelijkheid. Ik hou het liever bij concrete referenties, waarmee ik vertrouwd ben. Architectuur is voor mij een rationele discipline. Al wil dat niet zeggen dat er geen gevoel in mijn ontwerpen zit.' Veel winkelinterieurs halen hun vijfde verjaardag niet. Stoort dat tijdelijke aspect je niet? Dubois: 'Mode en architectuur hebben als toe- gepaste kunstvormen veel gemeen: de constructie, de functionaliteit, de volumewerking. Maar terwijl mode snel dateert, proberen architecten iets te realiseren dat de tijd kan doorstaan. Ik ontwerp niet anders omdat de vervaldatum van een winkel dichterbij ligt dan die van een woning. Maar als een modelabel voortdurend van artistiek directeur wisselt, verandert de huisstijl van de winkels ook vaak mee. Ach, als mijn winkelinterieur over een paar jaar verdwijnt, dan is dat maar zo. Zolang de foto's perfect waren, heeft zo'n ontwerp nog een lang tweede leven.'