Op 1 april 1919 richtte de Berlijnse architect Gropius in de Duitse stad Weimar het Bauhaus op. Deze nieuwe academie moest een plek zijn waar architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samensmelten.

Gropius had de gruwel van de Eerste Wereldoorlog overleefd en hij was bezeten van utopische ideeën die hij neerpende in zijn Bauhaus-manifest: 'Laten we samen het nieuwe gebouw van de toekomst creëren, [...] dat naar de hemel zal reiken uit de miljoenen handen van ambachtslieden, als een kristallen symbool van een nieuw geloof.'

Slechts 14 jaar heeft het Bauhaus bestaan, net zo lang als de Weimarrepubliek. In die periode moest de school twee keer onder politieke druk verhuizen: in 1925 naar Dessau en in 1932 naar Berlijn. Na Gropius waren er nog twee directeurs: Hannes Meyer volgde hem in 1928 op en in 1930 kwam Ludwig Mies van der Rohe aan het hoofd van Bauhaus.

In totaal hebben er zo'n 1.500 studenten uit een 30-tal landen les gevolgd. Zij verspreidden het gedachtegoed over de hele wereld. Ook vandaag is er nog wereldwijd invloed van Bauhaus terug te vinden in design en architectuur. De school in Weimar waar het allemaal begon, een gebouw uit 1911 van onze landgenoot Henry van de Velde, bestaat nog steeds. Het heet nu Bauhaus-Universität en behoort sinds 1996 tot het Unesco werelderfgoed.

Gropius trok bekende kunstenaars aan om les te geven in Weimar zoals Paul Klee en Wassily Kandinsky. Er waren werkplaatsen voor metaalbewerking, boekbinden, drukkunst en weefkunst; later kwamen daar nog glas en keramiek bij.

De conservatieve politici in Weimar kregen echter problemen met de vrijgevochten geesten van het Bauhaus. In 1925 maakte de overheid van Thüringen bekend dat zij de contracten van Gropius en zijn docenten niet zou verlengen. De directeur besloot daarop zijn school te verhuizen. Binnen een jaar bouwde Gropius een nieuwe school in Dessau in de deelstaat Saksen Anhalt: een strak gebouw van glas, staal en beton, met een loopbrug tussen de twee schoolblokken. Toen het in 1926 werd opgeleverd, kwamen architecten uit de hele wereld ernaar kijken.

Maar de nazi's sloten in 1932 de academie. Daarop verhuisde het Bauhaus nog kortstondig naar een oude fabriek in Berlijn. Na een inval van de nazi's was het op 19 juli 1933 definitief afgelopen. De voormalige directeurs Gropius en Mies van der Rohe trokken naar de Verenigde Staten, waar ze les gaven aan gereputeerde universiteiten. Zij zorgden ervoor dat Bauhaus een van de meest invloedrijke architectonische en vormgevende stromingen van de voorbije 100 jaar werd.

'Bauhaus is haast niets zonder Henry Van de Velde'

'Dat 100 jaar Bauhaus en de rol daarin van Henry Van de Velde in ons land door de architectenschool van La Cambre wordt herdacht, is geen toeval', zegt Werner Adriaenssens. Hij is professor Decoratieve kunsten aan de VUB, conservator Collectis 20ste eeuw bij het Museum Kunst en Geschiedenis en co-auteur van het boek 'Henry van de Velde Passion Function Beauty 1863-1957'. 'Bauhaus is haast niets zonder de figuur van Henry Van de Velde.'

Henry Van de Velde © Belga

Al in 1912 in Duitsland ondernam Van de Velde stappen om een kunstinstituut in Brussel op te zetten, vergelijkbaar met dat van Weimar. In 1926 gaf minister van Wetenschap en Kunst Camille Huysmans dit project zijn zegen, ondanks tegenstand van de academische wereld. De school bevindt zich in de omgeving van de Louizalaan, op de locatie van de cisterciënzerabdij van Ter Kameren.

'Weinig kunstenaars waren zo veelzijdig als Henry van de Velde', aldus professor Adriaenssens. 'Hij werd opgeleid als kunstschilder, maar ontwikkelde zich tot architect, binnenhuisarchitect, designer, pedagoog en kunstadviseur. Hij liet een indrukwekkend oeuvre na en bouwde een internationale carrière uit met tal van realisaties in België, Duitsland, Nederland en Frankrijk.'

Adriaenssens wijst er op dat Van de Velde doorheen zijn hele leven is blijven evolueren. 'Hij leerde voortdurend bij en wie zijn oeuvre volgt, zal vaststellen dat vormfouten die hij in het begin maakte, werden overwonnen.'

Hij begon zijn carrière als schilder. 'Hij zat evenwel vast aan de opleiding die hij in de academie kreeg en dat zinde hem niet. Van de Velde wilde zijn eigen stijl ontdekken. Belangrijk voor zijn bewustwording is zijn ontdekking van het werk van de schildersgroep les XX (Les Vingt, een vernieuwingsgezinde Belgische kunstenaarsgroep van schilders en beeldhouwers die tussen 1883 en 1893 actief was, nvdr), en waar onder meer de pointillist Georges Seurat en van Vincent Van Gogh exposeerden', vertelt Adriaenssens.

Gaandeweg groeit de belangstelling van Van de Velde voor de toegepaste kunsten. Dat wordt ook gevoed door zijn belangstelling voor de laat-negentiende eeuwse Engelse Arts-and-craftsbeweging met John Ruskin en William Morris.

Via contacten en omdat er vanuit Duitsland veel belangstelling was voor zijn theorieën en zijn vernieuwende vormentaal, trekt Van de Velde naar Duitsland. Hij zal er de voorloper van Bauhaus opzetten. Samen met de invloedrijke kunstverzamelaar en museumdirecteur graaf Harry Kessler richt hij de 'Kunstgewerbeschule' en de academie in Weimar op, de voorloper van het Bauhaus.

Adriaenssens ziet in Van de Velde een belangrijk theoreticus. 'Reden ook waarom hij een veel grotere uitstraling heeft voor de Belgische architectuur en toegepaste kunsten dan Victor Horta, die een belangrijke, maar meer lokale rol heeft gespeeld', aldus Adriaenssens.

Belangrijke realisaties van Van de Velde zijn zijn eigen woning Bloemenwerf in Ukkel, de Boekentoren in Gent, het Kröller-Müller Museum in het Nederlandse Otterlo en de technische school in de Diestse straat in Leuven, tussen 1997 en 2000 gerestaureerd en verbouwd tot stadsbibliotheek De Tweebronnen.

Verjaardag krijgt uitgebreide aandacht in Duitsland

In Duitsland krijgt de Bauhaus-verjaardag enorm veel belangstelling met vele tentoonstellingen, muziek- en dansvoorstellingen, symposia, colloquia en workshops doorheen het komende jaar. De website Bauhaus100 is volledig gewijd aan het jubileum.