Wie de smalle bospaden van Linkebeek, Alsemberg of Sint-Genesius-Rode doorkruist, botst op verrassende architectuurparels van voor en na de oorlog, toen heel wat stedelingen het centrum ontvluchtten. Lang niet iedereen koos voor een rustieke villa, nogal wat Brusselaars waren tuk op de moderne architectuur, en bouwden dit soort huizen in een avant-gardestijl die nog altijd heel hedendaags aandoet. Er waren verrassend veel moderne architecten actief, zoals Roger De Winter (1923-2001), de auteur van dit pand. Hij is niet zo bekend als zijn tijdgenoten Willy Van Der Meeren of Lucien Engels, met wie hij trouwens heeft samengewerkt, maar was begin jaren vijftig ook een van de voortrekkers van het internationaal modernisme. Hij vatte dit pand uit 1958 op als een echte bungalow.
...

Wie de smalle bospaden van Linkebeek, Alsemberg of Sint-Genesius-Rode doorkruist, botst op verrassende architectuurparels van voor en na de oorlog, toen heel wat stedelingen het centrum ontvluchtten. Lang niet iedereen koos voor een rustieke villa, nogal wat Brusselaars waren tuk op de moderne architectuur, en bouwden dit soort huizen in een avant-gardestijl die nog altijd heel hedendaags aandoet. Er waren verrassend veel moderne architecten actief, zoals Roger De Winter (1923-2001), de auteur van dit pand. Hij is niet zo bekend als zijn tijdgenoten Willy Van Der Meeren of Lucien Engels, met wie hij trouwens heeft samengewerkt, maar was begin jaren vijftig ook een van de voortrekkers van het internationaal modernisme. Hij vatte dit pand uit 1958 op als een echte bungalow. De Winter was, zoals veel van zijn jonge tijdgenoten, gefascineerd door de beroemde Case Study Houses in Los Angeles, waar architecten in de jaren vijftig mooie huizen bouwden met platte daken, grote glaspartijen en een open grondplan. Die schitterende moderne woningen, ontworpen door grote namen als Richard Neutra, Charles en Ray Eames en Eero Saarinen, hebben heel het westerse modernisme beïnvloed. Tot in Linkebeek toe, want ook deze moderne villa draagt een Amerikaans stempel. Voor de Brusselse interieurarchitect Martine Pestiaux, die het pand bewoont, betekende de ontdekking van het huis een beetje 'thuiskomen'. "Vele jaren terug was ik in het Brusselse een van de eersten die vintagedesign kocht en verkocht, lang voor het een trend werd. Natuurlijk had ik ook toen al een oog voor de bijzondere architectuur uit de Expotijd, maar had nooit gedacht om zo'n pand te kunnen bewonen. Toen ik het per toeval ontdekte, was ik er meteen weg van. Ik hou in de eerste plaats van de lijn, de vorm en de ligging. Maar ook van het feit dat de architect hier de grenzen heeft verlegd tussen interieur en exterieur. Hier leven we immers met de natuur in huis en stappen we van het terras in de living, zonder dit te beseffen. Soms is het alsof je buiten woont." Daarmee vat ze de essentie van de woning, want tot die tijd waren veel rijhuizen en villa's donkere spelonken met kleine ramen en een stereotiep opgevat grondplan met netjes afgescheiden kamers. Hier is vrijwel alles open. Ondertussen zijn we dat gewoon en zien we het overal, maar in 1958 was zo'n open plan allerminst vanzelfsprekend. De Winter koos voor een simpele baksteen- en betonstructuur, met doorzichten die ervoor zorgen dat je het groen nergens uit het oog verliest en je je door de overdadige natuur zelfs even in Brazilië waant. Voor Martine blijft dit huis een leerschool: "Zo'n pand doet je immers over de architectuur nadenken. En dat komt me net van pas bij mijn eigen interieurontwerpen. Want zoveel woningen zijn afgesloten van de buitenwereld en hebben een gesloten grondplan. Door hier te wonen, besef ik dat enkele in- grepen volstaan om een ruimte open te trekken en zoveel aangenamer te maken." Bij het opknappen van dit pand ging ze voorzichtig te werk. "Velen kiezen voor een zware renovatie, waarbij heel wat details verloren gaan. Ik koos voor een heel zachte aanpak, want zelfs de metalen ramen liet ik bewaren. In de leefruimte beperkten we ons tot het aanbrengen van een nieuwe betonvloer. Als je te veel moderniseert en vervangt, gaat de elegantie van deze architectuur verloren. De schoonheid zit in de proporties, de fijne ramen, de frêle muren en de combinatie van de ruwe baksteen met wat natuursteen. Daarom hebben we dit allemaal bewaard. We hebben het pand wel van een extra verdieping voorzien, dat we lieten ontwerpen door mijn broer, Olivier Pestiaux, en architect François Martens. Ze hebben zich scrupuleus gehouden aan de stijl en bouwwijze van De Winter. Je merkt nauwelijks een verschil op." Martine heeft het interieur vrij sober aangekleed. "Natuurlijk met wat vintage, vooral meubilair en lampen uit de jaren vijftig en zestig, die perfect bij de architectuur passen. Ik pas mijn stijl wel wat aan aan de plek waar ik werk. Zeker als het om een pand gaat met een uit- gesproken architectuur. Maar zelf hou ik enorm van de hedendaagse mix van oud en nieuw, vintage en hedendaagse design." Martine richt nu vooral woningen in en is ook enkele dagen per week actief in de grote vintagezaak Swapp in Sint-Genesius-Rode. "Als je oud en nieuw mixt, dan geef je je interieur meteen een ziel. Daarbij gebruik ik ook graag artisanale technieken en maatwerk. Het is een uitdaging om een nieuw interieur te creëren, maar net zozeer om een bestaand interieur te restylen. Weet je, mensen zien soms zelf niet wat er aan hun interieur scheelt, als buitenstaander merk ik snel of er ruimte, licht, kleur of warmte te kort is." Info: m-p@live.be