Shigeru Ban, 64, is een van 's werelds meest gereputeerde architecten. Hij bouwde musea (waaronder het spectaculaire Centre Pompidou van Metz, misschien wel zijn meesterwerk), kerken (waaronder een papieren exemplaar, in Kobe, intussen ontmanteld en heropgebouwd in Taiwan), concertzalen (La Seine Musicale op een eiland in de Seine, net over de grens met Parijs), openbare toiletten (een recent project in Tokio), een station voor een kabelbaan (onder constructie in Monaco) en talloze kantoorgebouwen, woningen en appartementen.
...

Shigeru Ban, 64, is een van 's werelds meest gereputeerde architecten. Hij bouwde musea (waaronder het spectaculaire Centre Pompidou van Metz, misschien wel zijn meesterwerk), kerken (waaronder een papieren exemplaar, in Kobe, intussen ontmanteld en heropgebouwd in Taiwan), concertzalen (La Seine Musicale op een eiland in de Seine, net over de grens met Parijs), openbare toiletten (een recent project in Tokio), een station voor een kabelbaan (onder constructie in Monaco) en talloze kantoorgebouwen, woningen en appartementen. Maar Ban, die in 2014 werd onderscheiden met 's werelds belangrijkste architectuurprijs, de Pritzker Prize, is misschien nog bekender door zijn liefdadigheidswerk. Hij ontwerpt goedkope, gemakkelijk te monteren tijdelijke verblijven voor vluchtelingen en daklozen, en partitiesystemen voor noodopvang in sporthallen en andere publieke ruimtes. Daarvoor gebruikt hij onder meer tubes van bordkarton en katoenen gordijnen, simpel, vaak gerecycleerd materiaal. Dat soort projecten met een sociale missie is per definitie tijdelijk: als de situatie weer normaal is, verdwijnen de structuren. 'Normaal gezien werken architecten zoals ik voor geprivilegieerde opdrachtgevers, mensen met geld en macht', zegt hij. 'Geld en macht zijn onzichtbaar, en dus wordt ons gevraagd om monumentale gebouwen te ontwerpen, zodat ze er alsnog mee kunnen pronken. Ik zeg niet dat ik anders ben, maar ik zou wel teleurgesteld zijn als ik alléén maar aan dat soort opdrachten zou werken, en dus heb ik gezocht naar mogelijkheden om mijn skills en kennis als architect te gebruiken voor mensen in nood. Jaren geleden, na de genocide in Rwanda in 1994 en de grote aardbeving in Kobe in 1995, heb ik vastgesteld dat veel slachtoffers van natuurrampen, oorlogen en massamigratie moesten overleven in opvangcentra, vaak in extreem povere omstandigheden zonder privacy. Na zulke rampen moeten er meestal nieuwe woningen worden gebouwd, maar in afwachting moeten dakloze mensen ergens terechtkunnen. En daarvoor wilde ik een oplossing bedenken.' In Kobe, waar zesduizend slachtoffers vielen, gebruikte hij voor het eerst papier voor een dertigtal tijdelijke huisjes, grotendeels opgetrokken door vrijwilligers. Kostprijs: minder dan 2000 euro per stuk. Na een jaar werden ze ontmanteld en gerecycleerd. Ban gebruikte ook scheepscontainers, plastic bierkratten en zakken zand. 'Ik gebruik zo veel mogelijk lokaal verkrijgbaar materiaal. In China werk ik op dit moment aan een aantal projecten met gelamineerd bamboehout.' De Antwerpse woontoren behoort tot de categorie prestigeprojecten. Het gebouw, door vastgoedontwikkelaar Triple Living BAN gedoopt, komt in de wijk Nieuw-Zuid, waar ook onder anderen Stefano Boeri, Vincent Van Duysen en Robbrecht en Daem aan de slag zijn. De BAN-toren wordt tachtig meter hoog en zal vijfentwintig verdiepingen tellen, goed voor bijna driehonderd appartementen. Er hoort ook een lagere annex bij het complex en een grote gemeenschappelijke tuin. De werken beginnen volgend jaar en zijn beraamd op vierentwintig maanden. Ban is voor het project één keer in Antwerpen geweest. 'Vanzelfsprekend', lacht hij. 'Voor je aan een project begint, moet je de context kennen. En dat kan alleen ter plaatse. Dat is misschien het belangrijkste. En het is voor ons architecten ook een van de grootste problemen van de pandemie. In Nieuw-Zeeland hebben we pas nog een werf uitgesteld omdat we niet ter plekke konden geraken. De klant ging daar gelukkig mee akkoord. Je kunt geen residentieel gebouw ontwerpen zonder de klant te ontmoeten en de site te zien.' De architect zit sinds november vorig jaar vast in Japan. Hij leidt zijn kantoren in Parijs en Tokio via Zoom. 'De voorbije vijftien jaar nam ik minstens één keer per week het vliegtuig. De voorbije maanden heb ik Japan herontdekt. Dat was ook interessant.' Hij kijkt uit naar zijn volgende reis, over enkele weken, naar Frankrijk. 'Heb je me gemist?' vraagt hij aan de Franse medewerker die het gesprek meevolgt. Zelf zit hij achter zijn bureau in Matsubara, een rustige voorstadswijk in Tokio langs en van de twee nog overgebleven tramlijnen in de stad. Hij draagt, zoals altijd, zwart, is innemend, praat vloeiend Engels en antwoordt kort en duidelijk. Als professor is hij het gewend om over architectuur te praten. Het eerste idee voor BAN, een volledig houten structuur, werd afgekeurd door de Antwerpse brandweer. Een andere optie, een kern van zogeheten cross-laminated-timber (CLT, in het Nederlands kruislaaghout), bleek te duur. En dus viel de keuze toch maar op klassiek staal en beton, weliswaar met een houten gevelbekleding. 'Ik ontwikkel graag nieuwe ideeën, en de voorbije jaren heb ik veel gewerkt met hybride structuren van hout en beton. Die twee materialen versterken elkaar. Normaal gezien wordt multiplexhout gebruikt om beton vorm te geven. Zodra het beton droog is, wordt het hout verwijderd. Met cross-laminated-timber, dat bestaat uit verschillende lagen van kruiselings verlijmde lamellen, kun je de betonstructuur nog versterken. Het hout wordt niet verwijderd, en daardoor krijgt je structuur een houten afwerking langs binnen- en buitenkant. In Japan werk ik aan een gebouw van acht verdiepingen volgens die methode en het leek me ook een goed plan voor de toren in Antwerpen, die veel hoger is. Maar dat hybride idee heb ik moeten laten varen om budgettaire redenen. Uiteindelijk werken we met een structuur van staal en beton en gebruiken we hout voor de afwerking.' 'De toren zal er exact uitzien zoals ik hem getekend heb', verzekert Shigeru Ban. 'Voor de bewoners is dat uiteindelijk het enige wat telt. Maar ik heb dus wel toegevingen moeten doen.' Vindt u dat moeilijk? 'Nee, toegevingen horen bij de job. Zeker als je experimenteert met nieuwe technieken of materialen. Het is altijd trial-and-error. Na de grote brand in de Grenfell Tower in Londen (waar vier jaar geleden 72 doden vielen nadat de externe bekleding van het gebouw van 24 verdiepingen vlam had gevat, de ergste brand in een residentieel gebouw in Groot-Brittannië sinds de Tweede Wereldoorlog, red.) zijn er ook in België een heleboel nieuwe restricties ingevoerd. Je kunt appartementsgebouwen niet langer zomaar bekleden met om het even welk materiaal. Maar hout is veilig. We hebben dat kunnen aantonen en de brandweer van Antwerpen heeft dat aanvaard. En dus is het gebouw volledig gecoverd met hout, wat uitzonderlijk blijft voor een gebouw van deze schaal.' 'Structuurontwikkeling en innovatie zijn thema's die me na aan het hart liggen. Maar de mensen die in mijn appartementen leven hebben daar geen boodschap aan. Voor hen is het resultaat hetzelfde. Sfeer is voor mensen belangrijker dan structuur. In 2013 heb ik een houten kantoorgebouw van zeven verdiepingen ontworpen voor een mediabedrijf in Zürich (Tamedia, red.). De werknemers zijn gelukkig. Ze voelen zich comfortabel, alsof ze aan het werk zijn in hun vakantiehuis ergens op het platteland. Wat ik door dit project heb geleerd, kan ik gebruiken voor een volgend project. Ik geef nooit op. Als het de eerste keer niet lukt, dan misschien een volgende keer. En zo geraak je uiteindelijk waar je wilt geraken. Ik blijf onderzoek doen. Zoals u allicht weet, heb ik in mijn carrière veel gewerkt met papier als bouwmateriaal. Ik heb geprobeerd en geprobeerd, tot het lukte. Met CLT is het een gelijkaardig proces. In feite kun je niet eens spreken van toegevingen. Het is de normale manier van werken.' Is hout een gemakkelijker bouwmateriaal dan papier? 'Ja, omdat hout een traditioneel materiaal is dat al eeuwen wordt gebruikt in allerlei landen. Maar zoals ik al zei zijn de veiligheidsvoorschriften na die brand in Londen veel strenger geworden. Wat hout betreft, is dat in zekere zin jammer. Het maakt alles complexer.' Je zou denken dat een houten gebouw gemakkelijk vlam kan vatten. Waarom is dat niet zo? 'Papier kun je gemakkelijker brandveilig maken dan hout, er bestaat zelfs fire-proof behangpapier. Voor hout is er een methode die we oversizing noemen. Extra dik hout werkt als een buffer tegen brand. Wanneer hout vlam vat, wordt het houtskool, en houtskool beschermt. In Japan is het traditie om de buitenkant van houten gebouwen te verkolen.' Hoe duurzaam is hout? 'Hout is, in tegenstelling tot beton of staal, hernieuwbaar, en heeft een veel kleinere CO2-afdruk. Ik gebruik het woord 'duurzaam' niet graag. Het is een versleten woord. Mensen hebben het over sustainability zonder na te denken over wat dat écht betekent. Het dient vaak louter als verkoopsargument. Ik werk graag met hernieuwbare materialen en ik vind zeker dat we vaker met hout moeten bouwen. Maar ik gebruik ook beton en staal. Het hangt allemaal af van het project, van de functie.' U wou als kind zelf timmerman worden. 'Ons huis werd elk jaar gerenoveerd door timmerlui. Ik keek ernaar en het leek me een geweldige baan. Ik hield van hun instrumenten, van de geur van vers gezaagd hout.' U zegt altijd dat u niet beïnvloed bent door Japanse architectuur. Maar kunnen we in die experimenten met hout toch niet een beetje een terugkeer naar uw roots zien? 'Ik vind van niet. Kijk, Japan heeft een bijzonder mooie traditie van historische houten tempels. Maar in mijn werk refereer ik niet aan traditionele Japanse houtarchitectuur. Ik heb architectuur gestudeerd in de Verenigde Staten, in Californië en New York. Daardoor heb ik andere referenties (met name Alvar Aalto, Buckminster Fuller, Frei Otto en de Californische modernisten van het midden van de vorige eeuw, red.).' Sinds vorig jaar maakt u deel uit van het New European Bauhaus. Wat houdt dat precies in? 'We hebben sinds december vorig jaar vaak online vergaderd. Onlangs was er voor het eerst een fysieke bijeenkomst, in Brussel, maar daar kon ik jammer genoeg niet bij zijn. Ursula von der Leyen vindt dat de toekomst duurzaam en inclusief moet zijn, maar dat er ook rekening gehouden moet worden met schoonheid. Daar moet het New European Bauhaus toe bijdragen. Het is een interdisciplinair initiatief met achttien leden, onder wie een aantal architecten.' Hoe kijkt u terug op het oorspronkelijke Bauhaus? 'Bauhaus heeft destijds voor een paradigm shift gezorgd, bestaande ideeën op hun kop gezet. Op het einde van de twintigste eeuw zijn we ons ervan bewust geworden dat we meer rekening moesten houden met het milieu, dat we moesten recycleren, en zo verder. Bauhaus was het begin van een revolutie op het gebied van design. Nu staan we aan het begin van een revolutie op het gebied van alles wat met het milieu te maken heeft. Toen ik voor het eerst structuren ontwikkelde met gerecycleerd materiaal, met die tubes van bordkarton, in het midden van de jaren tachtig, was niemand geïnteresseerd. Intussen is er meer aandacht voor mijn ideeën. Dat is een rechtstreeks gevolg van de paradigmaverschuiving.' U zei ooit dat u niet gelooft in utopieën. Maar u bent duidelijk ook geen nihilist. Wat drijft u? 'Ik geloof dat niemand nog in utopieën gelooft. De situatie verslechtert elke dag. In Japan hebben we om de vijf of tien jaar een zware aardbeving, maar er zijn ook steeds meer overstromingen. Vroeger waren die relatief zeldzaam, nu krijgen we er elk jaar mee te maken, en dat komt door de klimaatverandering. Ik blijf zoeken naar oplossingen voor noodopvang en evacuatie. In Japan heb ik een vaccinatiecentrum gebouwd met mijn partitiesysteem, met gordijnen die niet alleen voor privacy zorgen, maar ook voor de nodige afstand tussen gezinnen. In Haïti werk ik met een Japanse ngo aan een tijdelijke kliniek. Na de aardbeving in 2010 ben ik er twee keer naartoe gereisd. Dit keer kan ik er zelf niet bij zijn, maar het project wordt opgevolgd door een team in Santo Domingo, in de Dominicaanse republiek (die een eiland deelt met Haïti, red.). Er zullen meer problemen komen, en die moet je een per een proberen op te lossen. Ik vind dat je moet doen wat je kunt doen. En dat geldt voor iedereen.'