De oorspronkelijke themavraag 'how will we live together?' die Hashim Sarkis, curator van deze Biënnale en decaan van de architectuurfaculteit van het Massachusetts Institute of Technology, stelde is meteen ook de aanleiding voor een reeks andere vragen. De tweejaarlijke Italiaanse hoogmis van de architectuur is immers telkens opnieuw een creatieve kweekvijver waarin de conceptbedenkers de voorgestelde ideeën graag in vraag stellen. Zo reageert het Nederlandse paviljoen op de centrale vraag met de wedervraag: who is we? Wie is we? Kunstenares en activistisch architect Debra Solomon pleit in haar manifest A Multispecies Urbanism voor diversiteit, voor een urbanisme waar mensen opnieuw in harmonie kunnen leven met de flora en fauna. In haar visie op rechtvaardige stedenbouw moet er plaats zijn voor tuinieren, voor mensen die dansen en zorg dragen voor elkaar. Steden moeten multicultureel, queer en feministisch zijn. Centraal in het paviljoen, te midden van kleurrijke vlaggen en teksten en video's die de bezoeker aanzetten tot reflectie, hangt een portret van zestig vrouwelijke klimaatstrijders van wie de helft werd vermoor...

De oorspronkelijke themavraag 'how will we live together?' die Hashim Sarkis, curator van deze Biënnale en decaan van de architectuurfaculteit van het Massachusetts Institute of Technology, stelde is meteen ook de aanleiding voor een reeks andere vragen. De tweejaarlijke Italiaanse hoogmis van de architectuur is immers telkens opnieuw een creatieve kweekvijver waarin de conceptbedenkers de voorgestelde ideeën graag in vraag stellen. Zo reageert het Nederlandse paviljoen op de centrale vraag met de wedervraag: who is we? Wie is we? Kunstenares en activistisch architect Debra Solomon pleit in haar manifest A Multispecies Urbanism voor diversiteit, voor een urbanisme waar mensen opnieuw in harmonie kunnen leven met de flora en fauna. In haar visie op rechtvaardige stedenbouw moet er plaats zijn voor tuinieren, voor mensen die dansen en zorg dragen voor elkaar. Steden moeten multicultureel, queer en feministisch zijn. Centraal in het paviljoen, te midden van kleurrijke vlaggen en teksten en video's die de bezoeker aanzetten tot reflectie, hangt een portret van zestig vrouwelijke klimaatstrijders van wie de helft werd vermoord. Deze architectuurbiënnale draait niet alleen om architectuur. Zoals bij vorige edities vormt het de centrale discipline van waaruit een aantal maatschappelijke thema's worden behandeld: duurzaamheid, verstedelijking en ontstedelijking, gender, migratie, sociale strijd en de toekomst van feesten na covid. Op de expositieruimtes van het Arsenaal en de Giardini snijden de 46 nationale en meer dan honderden andere paviljoenen de vraag 'how will we live together?' aan. Wij selecteerden er vijf. Voor zijn terugkeer naar Venetië pakt de Chileense architect Alejandro Aravena, curator van de editie van 2016, uit met een gigantische houten constructie die hij oprichtte aan het dok van het Arsenaal. Het werk symboliseert de plaats om de dialoog tussen de Mapuche-indianen en de Chilenen, die al eeuwenlang met elkaar in conflict leven, opnieuw op gang te brengen. De structuur verwijst naar de plaatsen in de traditionele indianencultuur waar vroeger de Mapuche met andere volkeren in discussie gingen en onderhandelingen voerden. Met die hommage hoopt Aravena een context te creëeren voor een nieuw overleg op gelijke voet. Na de Biënnale keert het ontwerp terug naar Chili, waar het effectief zal dienen als een potentiële ontmoetingsplaats voor beide volkeren. De razendsnelle ontwikkeling van de digitale platformen schudde ons leven grondig door elkaar, ook onze manier van wonen en leven. Telewerken, co-working, maar ook diensten als Amazon, Airbnb en UberEats beïnvloeden - in mindere of meerdere mate - onze activiteiten en onze omgeving. Het Oostenrijkse paviljoen tracht aan de hand van talloze voorbeelden (sommige somber, andere ironisch) de draagwijdte van het fenomeen te illustreren. De Oostenrijkse curatoren presenteren hun werk trouwens ook in de vorm van een digitaal platform (platform-austria.org). Op de site vind je realisaties, een fotobank, getuigenissen, bloggers, debatten en nog veel meer. De curatoren proberen een antwoord te geven op de vraag of het platform urbanism in de toekomst dominant zal worden en of virtuele relaties belangrijker zullen zijn dan fysieke contacten. Architecten Emilio Marin en Rodrigo Sepulveda werkten voor deze Biënnale samen met schilder Pablo Ferrer om het leven te tonen zoals het is. Het resultaat? Het leven in een volkswijk gedurende zestig jaar aan de hand van vijfhonderd getuigenissen die vertaald werden in evenveel schilderijen. Verhalen over het belang van het voetbal, feesten in de kerk, de architectuur van de huizen, anekdotes over het leven en het verdriet, herinneringen aan geweld... Want om de vraag 'how will we live together?' te beantwoorden, moet je kijken hoe we in het verleden samengeleefd hebben. Het Belgisch paviljoen is direct, fysiek, concreet en tegelijk dromerig, verleidelijk... Met een reeks van vijftig maquettes op schaal 1/15 van recente referentieprojecten behandelt dit paviljoen architectuur op de meest architecturale wijze. De eilanden van gebouwen, waartussen de bezoeker wandelt, vormen een denkbeeldige, typisch Belgische context waarin verschillende gebouwen, stijlen, functies en typologieën samenkomen, een Composite Presence. Architect Dirk Somers - die door het Vlaams Architectuurinstituut aangesteld werd als curator van de tentoonstelling - wil met het fictieve landschap aantonen dat we het nieuw samengestelde landschap van de toekomst niet als een probleem moeten zien maar als een opportuniteit. Zonder perfect te zijn tonen de recente projecten - merendeels renovaties - hoe je met respect voor het verleden nieuwe ontwerpen kunt creëren die inspelen op de behoeften van deze tijd. Erfgoed een nieuwe bestemming geven is een belangrijke opdracht voor de hedendaagse architectuur. Een voorbeeld daarvan zien we in het Braziliaanse paviljoen, waar gigantische verwaarloosde panden een nieuwe dynamiek krijgen door een massale kraakactie. Het Hongaarse paviljoen verkent op originele wijze hoe de kenmerkende socialistische architectuur van het land gemoderniseerd kan worden en aangepast aan de hedendaagse tijd. Ook in het Montenegrijnse paviljoen richt men de blik op het architecturaal patrimonium, met name op het parcours van de eerste succesvolle, maar ondertussen wat vergeten geraakte vrouwelijke architect van het land, Svetlana Kana Radevic (1937-2000). Met haar opvallende modernistische realisaties heeft ze als enige vrouw de belangrijkste architectuurprijs van het voormalige Joegoslavië in de wacht gesleept.