"Om mijn huis te ontdekken moet je over een zandweg en achter de maisvelden", zo wees Patricia ons de weg naar haar landelijke woning in de buurt van Nevele. In een stil en verdoken hoekje botsten we op een oude boerderij. Het is alsof er eerst een ruïne stond waaraan een hedendaags pand werd bijgebouwd, maar dat blijkt niet te kloppen.
...

"Om mijn huis te ontdekken moet je over een zandweg en achter de maisvelden", zo wees Patricia ons de weg naar haar landelijke woning in de buurt van Nevele. In een stil en verdoken hoekje botsten we op een oude boerderij. Het is alsof er eerst een ruïne stond waaraan een hedendaags pand werd bijgebouwd, maar dat blijkt niet te kloppen. "Dit is een volledig nieuwe woning. Goed dat je even hebt getwijfeld, zo wil ik het horen", legt Patricia Vandemoortele enthousiast uit. "Ik wilde een nieuw huis dat er oud uitziet en iets van een opgefriste ruïne heeft. Met deze vraag klopte ik aan bij het architectenduo Renaud De Poorter en Femke Holdrinet. Niet elke architect kan zich daar natuurlijk in vinden. Bovendien wilde ik dat het huis niet de indruk zou wekken helemaal af te zijn, net zoals de interieurs van onze winkels trouwens. Ik hou van een ongedwongen ateliersfeer." Samen met haar zus runt Patricia het Belgische kinderkledingmerk AO76. De architecten tekenden een huis dat er al ruim 100 jaar lijkt te staan, met een langwerpig volume, een combinatie van schuur en woonhuis. Ze gaven het pand een traditioneel mansardedak en bouwden een voorgevel met een neoklassieke verdeling. Patricia opteerde voor het gebruik van oude bouwmaterialen. Op het dak liggen zelfs de typische, antieke golvende Boomse pannen. Ze zocht zelf de oude planken vloeren en koos voor gietijzeren verwarmingsradiatoren."Je moet het gevoel krijgen dat het om een verbouwing gaat", legt ze uit. Maar zonder dat het een klassieke Vlaamse fermette wordt, wel integendeel, want het resultaat mag allerminst burgerlijk of luxueus ogen. Daarom zitten er bijvoorbeeld geen lijsten rond de deuren en zie je overal zacht golvend pleisterwerk, met hier en daar zelfs een glooiing die recht uit een creatie van Le Corbusier lijkt geplukt. Dat geldt zeker voor de prachtige betonnen douchecel, die toch een beetje een voorbeeld lijkt van het landelijke brutalisme. "Je begrijpt dat ik niet van klassieke luxe hou en zelfs arme materialen verkies. Dat is trouwens ook zo als het om meubilair gaat. Alles wat je hier ziet, heb ik jaren geleden al gevonden en bijeengebracht, ik koop maar heel zelden iets nieuws." Als stilist van AO76 reist Patricia de wereld rond: "Daardoor zie ik ontzettend veel. Je ziet veel luxe, maar ontdekt weinig persoonlijke interieurs. Of interieurs die gegroeid zijn, die niet in één klap zijn ontstaan. Dat is precies wat ik hier wilde. Door het niet af te maken, blijft het evolueren." Patricia wilde vooral een eigen stek creëren, een warm huis. Daarom vroeg ze de architecten om geen recht pand te bouwen, maar om het volume een knik te geven, alsof het je omarmt. Dat zorgt ook voor een spannend doorzicht. Bovendien creëeren de talrijke ramen een ietwat mediterrane sfeer.Het uitzicht over de wilde weidetuin vol bloesems voert je terug in de tijd, toen de schilders van Latem in deze streek hun impressionistische doeken maakten. Het doet je mijmeren. Dus biedt het pand alles wat nodig is: intimiteit, openheid, licht en vooral een rust die je even de drukte van het zakenleven doet vergeten, aldus Patricia. Tekst: Piet Swimberghe Foto's: Jan Verlinde