De belangstelling voor het patrimonium van de naoorlogse jaren herleeft de laatste jaren. Met dank aan sociale media, want de brutalistische en postmoderne architectuur en beeldhouwkunst van die tijd is in hoge mate Instagrammable. Zo ook het werk van Jacques Moeschal, die net voor de Eerste Wereldoorlog het levenslicht zag in Ukkel.
...

De belangstelling voor het patrimonium van de naoorlogse jaren herleeft de laatste jaren. Met dank aan sociale media, want de brutalistische en postmoderne architectuur en beeldhouwkunst van die tijd is in hoge mate Instagrammable. Zo ook het werk van Jacques Moeschal, die net voor de Eerste Wereldoorlog het levenslicht zag in Ukkel. Als kind maakte hij zijn eigen speelgoed. Vol bewondering keek hij dan naar de monumentale bomen tijdens zijn wandelingen in het Zoniënwoud. Hun verticale lijnen en kracht duiken ook op in zijn latere werk. De Brusselaar was namelijk een overtuigd abstractionist. Hij creëerde met een groot gevoel voor ontwikkeling van vorm in de ruimte. Zijn vele Signaal-beelden, opgesteld langs snelwegen, in de buurt van steden en grensovergangen zijn daar getuige van. Ze vormen een soort totems die de aanwezigheid van de mens markeren. De autosnelwegen van de twintigste eeuw zijn een symbool van de moderne wereld waar Moeschal niet aan kon voorbijgaan. In 1960 schrijft hij het manifest La route des hommes, waarin hij zijn fascinatie uitdrukt voor het wegennet. 'Reizen is van in het begin een noodzaak, een plezier en een risico geweest voor de mens. Daarom heeft hij zijn etappes altijd afgebakend met tekens die hem hielpen, hem leidden en hem geruststelden: grote grensstenen, graven, kruiswegen, kruisen, kilometerpalen, wegwijzers. Deze tekens zijn niet alleen herkenningspunten, het zijn ook symbolen en getuigenissen. De mens is hier geweest en heeft zijn sporen nagelaten.' Ook al drukken Moeschals sculpturen elk iets anders uit, ze delen eenzelfde zoektocht naar vormelijke perfectie. Achter hun simpele, bijna primitieve vormen schuilt een grote savoir-faire en technisch meesterschap. Hij verkende de plastische mogelijkheden van beton en roestvrij staal tot in het extreme en reflecteerde graag lang over de locatie en de natuurlijke context van zijn werk. Het mentale scheppingsbeeld was primordiaal in het ontstaan van zijn sculpturen. 'Wanneer ik mijn potlood ter hand neem, is het werk al bijna gedaan', vertelde hij bij de creatie van La Voie des Airs voor de luchthaven van Zaventem. 'Eerst wil ik de vorm en de techniek bedenken; het idee uitwerken. Mijn schets kan daarna zo klein zijn als een postzegel.' Eigenlijk zag de Brusselaar zichzelf veel meer als beeldhouwer dan als architect. Wat enigszins paradoxaal is: in zijn architectuur is het sculpturale afwezig, terwijl zijn sculpturen ondenkbaar zouden zijn zonder architecturale dimensie. 'Het principe van de beeldhouwkunst vormt het hart van de architectuur', zei hij zelf. Hij pleitte voor een synergie tussen de twee disciplines, tussen kunst en publieke ruimte, die van wegen en steden een museum zonder muren maakt. Zijn Signalen getuigen van een tijdloze moderniteit die de alledaagsheid doorbreekt. Ze zijn een ode aan het volle en aan het lege of aan wat vormen ons te vertellen hebben. Hij plaatste ze niet alleen in eigen land, maar ook ver daarbuiten, als aanknopingspunten die grenzen doorbreken. Signaal van Zellik, 1963, 23 meter hoog, snelwegknooppunt in Zellik'Ik heb het beeld opgevat als een symbool van vertrek, van op weg gaan naar overal en nergens', zei Moeschal over zijn eerste realisatie in situ. Het is een plastisch begroetingsgebaar voor wie de stad binnenkomt, een teken van ontsnapping voor vakantiegangers. Naar verluidt pikte hij er ooit in de buurt een liftend jong koppel op. Toen hij naar hun mening over de sculptuur vroeg, zou de jongeman "Het is een prachtig liefdesbed!" hebben geantwoord. Het Signaal, bijgenaamd 'De Hand' of 'Het Liefdesbed', is een technisch meesterwerk in gewapend beton, dat ter plaatse werd gegoten. Een mijlpaal in monumentaal beton. De eenvoudige grafische lijn speelt in op de snelle blik van de automobilist, te midden van snelwegen en bruggen. Jammer genoeg werd het door wegenwerken in de jaren tachtig volledig ingekapseld tussen kruisende op- en afritten. Signaal van Licht, 1999, 13 meter hoog, rotonde Naamsepoort, BrusselDit Signaal, dat door sommigen 'De Tulp' of 'De Olifant' wordt genoemd, spot je al van ver op de kleine Brusselse ring, ter hoogte van de rotonde van de Naamsepoort. Het beeld markeert de ingang naar de binnenstad. Op elk moment van de dag verandert de weerkaatsing van het zonlicht op het roestvrij staal. Voor passanten en automobilisten die er stilstaan voor het stoplicht brengt de sculptuur een soort evenwicht tussen de kolossale Bastiontoren en de andere meer bescheiden constructies. Fontein, 1966, Europaesplanade, Sint-GillisHet water van deze fontein aan de voet van de Zuidertoren loopt langs een wandlabyrint in 'basreliëf' van roestvrij staal. Het grafische lijnenspel moet de beweging van golven oproepen. Het werk dient ook als koeling voor het klimaatregelingssysteem van de toren. Moeschal ontwierp het naar aanleiding van een wedstrijd georganiseerd door de sociale zekerheid die hij ex aequo won met Jean-Pierre Ghysels. De twee laureaten maakten elk een werk op een gevel van het gebouw. Dat van Moeschal bevindt zich aan de kant van het Zuidstation. Het werk bevindt zich op straatniveau, wat inwaarts in het gebouw. Het beslaat een oppervlakte van zes op tien meter. De Sjouwer, 1974, 35 meter hoog, autosnelweg Gent-Rijsel, AalbekeMoeschal won in 1971 een wedstrijd met zijn gedenkteken voor de West-Vlaamse 'Sjouwer' of grensarbeider. Het beeld werd opgezet in Aalbeke, langs de E17, en is gedeeltelijk zichtbaar achter de berm. De kolom van 35 meter hoog in gewapend beton loopt bovenaan uit in stervorm, de hoogste piek wijst symbolisch naar Frankrijk. De verticale kracht van de indrukwekkende totempaal doorbreekt het vlakke landschap. La Voie des Airs, 2000-2002, 23 meter hoog, luchthaven ZaventemEen groot gevoel van lichtheid gaat uit van deze sculptuur, die de vorm heeft van een enorme draaikolk. Het werk vergde een groot technisch vakmanschap en artisanale savoir-faire. 'Horlogerie tot op de millimeter', zei Moeschal er zelf over. Het bestaat uit drie kolommen met daarop een kroon van cirkels die refereert aan de luchtvaart. De stalen platen zijn elk uit één stuk van 15 meter lang gemaakt. Een meesterwerk uitgevoerd door het Boomse metaalatelier Moker, dat meermaals met Moeschal samenwerkte. Het werk was oorspronkelijk bedoeld voor buiten, maar werd uiteindelijk geïnstalleerd over vier verdiepingen in de nieuwe luchthavenvleugel die in 2001 werd opgetrokken.