Lampens werd in 1926 geboren in het Oost-Vlaamse De Pinte en studeerde aan het Hoger Instituut voor Kunst en Vakonderwijs Sint-Lucas in Gent. Hij genoot nog een erg klassieke opleiding, die begon in de oorlogsjaren. In de jaren '40 brandde de belangstelling voor het moderne bouwen op een laag pitje.

Hij vestigde zich in 1950 als zelfstandig architect in Eke bij Nazareth. In die periode was de moderne Europese architectuur aan een heropleving toe. De oorlogsjaren waren wat weggedeemsterd en overal zagen grootschalige projecten zoals de Unité d'Habitation van het bureau vanLe Corbusier het licht. Beton was het geliefkoosde bouwmateriaal van heel wat van zijn moderne collega's, en ook Lampens omarmde het later in zijn carrière.

Expo '58 als breuklijn

'Waar hij de eerste jaren van zijn loopbaan nog een succesvol traditionele architect was, rijpten bij Lampens na de Expo '58 totaal nieuwe architectonische ideeën en kwam hij met het ontwerp van de eigen woning resoluut los van de architecturale vormen uit het verleden. Van dan af concentreerde hij zich uitsluitend op betonarchitectuur en ontwikkelde een zeer persoonlijke stijl in brutalisme', stelt de inventaris van het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed.

Dat ging niet zonder slag of stoot, verklaarde hij eerder in ons magazine: 'Ik maakte een plotse ommezwaai. Voor de makkelijke, klassieke architectuur had ik vrij veel klanten, en die vielen dus weg, waardoor ik minder ging verdienen. Maar ik kon gewoon niet anders, ik ging helemaal op in de moderne architectuur en baalde van dat klassieke gedoe.'

Late ontdekking

Gestaag groeide ook de belangstelling bij het publiek. Toch zou hij pas in de jaren tachtig echt internationaal doorbreken. Daar zag hij zelf een logische verklaring voor: 'Ik heb altijd op mijn eentje voortgewerkt, zonder me met iemand of met een stroming te associëren.' Bovendien was hij in een beperkte regio actief, vult Journalist Piet Swimberge aan: hij werkte min of meer rond zijn woonplaats in het Oost-Vlaamse Eke. In ons land realiseerde hij een van zijn meesterwerken, het klooster Roosenberg in Waasmunster, waarvoor hij ook simpele, doordachte meubels ontwierp, zoals ook Lampens deed voor sommige van zijn woningen.

Juliaan Lampens werd in 1974 docent aan Sint-Lucas en was er van 1985 tot 1991 hoogleraar. In 1995 ontving hij de grote architectuurprijs van België.