Deze villa is een van de talrijke parels die je in de bossen ten noorden en oosten van Antwerpen ontdekt. Het huis werd in 1936 opgetrokken door architect Nachman Kaplansky. "Hij ging helemaal op in de stijl van het internationaal modernisme", verheldert architect Dirk Engelen van bureau B-architecten en B-bis architecten, die dit project samen met Olga Perez vormgaf. Daarom wordt het ook niet onterecht een Bauhausvilla genoemd, al is het eigenlijk een post-Bauhaushuis: bij de bouw was de beroemde Duitse kunstschool al drie jaar gesloten door de nazi's. Maar de geest - met de voorliefde voor platte daken, bandramen en een strakke structuur - leeft voort in het pand. Toen het werd opgetrokken, was de baksteenarchitectuur aan ee...

Deze villa is een van de talrijke parels die je in de bossen ten noorden en oosten van Antwerpen ontdekt. Het huis werd in 1936 opgetrokken door architect Nachman Kaplansky. "Hij ging helemaal op in de stijl van het internationaal modernisme", verheldert architect Dirk Engelen van bureau B-architecten en B-bis architecten, die dit project samen met Olga Perez vormgaf. Daarom wordt het ook niet onterecht een Bauhausvilla genoemd, al is het eigenlijk een post-Bauhaushuis: bij de bouw was de beroemde Duitse kunstschool al drie jaar gesloten door de nazi's. Maar de geest - met de voorliefde voor platte daken, bandramen en een strakke structuur - leeft voort in het pand. Toen het werd opgetrokken, was de baksteenarchitectuur aan een revival bezig. Daardoor waren de strak bepleisterde Bauhausgevels, zoals in de vooroorlogse architectuur van Le Corbusier, minder in trek. Het verklaart de bruine, netjes uitgelijnde bakstenen muren aan de buitenkant van dit pand."De villa werd tweemaal verbouwd", legt Dirk Engelen uit. "Een eerste keer in de jaren 50, toen ze met een derde van de woonoppervlakte werd uitgebreid. Die uitbreiding sloot vrij goed aan bij het vooroorlogse ontwerp. Maar bij de tweede verbouwing, in de jaren 70, kreeg het pand een facelift die minder stijlvol was en het modernistische karakter verdoezelde." Bij dit soort opdrachten kun je als architect verschillende kanten uit. Dirk Engelen: "Een verbouwd pand kun je vervangen door een nieuwe creatie. Maar in dit geval voelde het originele gebouw van Kaplansky te sterk aan. We beseften meteen dat we daar terug heen moesten evolueren. We hebben er een bijzonder project van gemaakt en de woning op een hedendaagse wijze opnieuw naar de jaren 30-stijl gebracht. Het voelt aan als een restauratie, wat het deels is, maar tegelijkertijd ervaar je dat het om een hedendaags ontwerp gaat. Qua vormen en afwerking sluit het huis aan bij de vooroorlogse stijl, maar in het interieur ontstond er een totaal andere woning vol hedendaagse inspiratie." Ook de indeling veranderde. "We hebben de woning vanbinnen opengemaakt en de aparte inkomhal lieten we opgaan in de leefruimte", vertelt Dirk Engelen. "Daardoor kwam de trap centraal te staan, met zijn typische modernistische silhouet uit het interbellum. De woning ziet er nu modernistischer uit dan ze ooit is geweest." Het huis werd afgewerkt met elegante details, zowel binnen als buiten. Voorbeelden zijn de alomtegenwoordige natuursteen en de met notelaarfineer belijmde kasten. Zelfs de typische metalen Bauhausramen werden gerespecteerd. De woning onderging niet alleen een delicate verbouwing, maar kreeg ook een stijlvolle inrichting met uitgelezen meubels en objecten. B-architecten ontwierp ook een tuinpaviljoen. "Dat is voor honderd procent hedendaags", licht Dirk Engelen toe. "Het staat in het groen en kijkt naar de woning. Het is een klein betonnen tempeltje dat bedoeld is als rustplek, gastenverblijf en yogaruimte. We gebruikten vrij ruw bekist beton. Het paviljoen is voorzien van glazen koepels en een haard." Het sluit aan bij de meer brutalistische stijl die het architectenbureau graag hanteert, een stijl die perfect past bij deze woning. Ten slotte ging er ook aandacht naar de tuin. De originele tuin is een ontwerp van René Latinne (1907-2003), destijds een van de meest toonaangevende tuinarchitecten die onder meer het vogelreservaat van Het Zwin ontwierp. Met dat feit hielden tuinontwerpers Bart Haverkamp en Pieter Croes rekening toen ze de tuin restaureerden en opnieuw vormgaven. Zo wisten ze er de wildheid van een duinenlandschap in te injecteren, die perfect samengaat met het gebouw en het tuinpaviljoen. b-architecten.be