De Belg en zijn baksteen. Het blijft een onverslijtbare liefde. Zes op de tien landgenoten dromen nog altijd van een woning die ze zelf bouwen of een nieuwbouw, zegt een peiling van iVox bij duizend Belgen. Dat is niet goed, want als je de cijfers bekijkt, blijkt dat het ruimtelijk bestand van ons land - de hoeveelheid gebouwen die we de afgelopen eeuwen hebben gebouwd - eigenlijk veel te groot is. 'Als we al die volumes efficiënt zouden gebruiken', verklaart Dimitri Minten, 'zouden we in principe zeventien miljoen Belgen kunnen huisvesten. Dat is de helft meer dan wat we nodig hebben.'

Betonversnelling

Minten, architect en docent aan de UHasselt, richtte in 2010 het architectuur- en onderzoeksatelier RE-ST op met Tim Vekemans. Na een paar jaren werken vanuit andere architectenbureaus zochten ze allebei een ander verhaal. 'Huisjes morsen, zoals architectuurcriticus Geert Bekaert het ooit formuleerde, daar hadden we geen zin in. In 1979 bekritiseerde architect-kunstenaar Luc Deleu al het volbouwen van het land met ondoordachte bouwsels. Aan die traditie wilden we niet bijdragen.'

Belgen lijken erop gebrand om zoveel mogelijk oppervlakte in te nemen, maar efficiënt zijn we helaas niet bezig.

Om dat volbouwen enigszins tegen te gaan, kondigde de Vlaamse Regering in 2016 de fameuze betonstop aan, maar op de concrete uitvoering ervan is het nog altijd wachten. De heikele kwestie werd zopas doorgeschoven naar de volgende regering. 'Het enige waartoe dit heeft geleid, is een betonversnelling', liet Vlaams Parlementslid Ingrid Pira (Groen) zich daarover in het nieuws ontvallen. 'We verliezen nu dagelijks 7,3 hectare open ruimte. In 2013 was dat nog 6 hectare per dag.' In dat tempo hebben we volgens mijn rekenmachine tegen 2040 - het jaar waarop de betonstop zou worden toegepast (als iedereen akkoord gaat, tenminste) - maar liefst 560 km2 ruimte opgesoupeerd. Of bijna driemaal de oppervlakte van Antwerpen mét haar haven. 'Tijdens een rondleiding in de haven vertelde de gids trots dat Antwerpen de grootste haven van de wereld heeft. In oppervlakte weliswaar, niet in capaciteit. Belgen lijken erop gebrand om zoveel mogelijk oppervlakte in te nemen, maar efficiënt zijn we helaas niet bezig.'

Dood aan de koterij

Ook thuis houdt de Belg van genoeg ruimte. Vastgoedkantoor Century21 concludeerde uit een onderzoek dat de gemiddelde woonoppervlakte van Belgische huiseigenaars 134 m2 is, voor appartementen ligt dat rond de 92 m2. Onze buren - Nederland, Frankrijk en Engeland - zijn al tevreden met 75 m2. 'We moeten onze ruimtehonger weer in bedwang krijgen', meent Minten. 'Wat niet wil zeggen dat kwalitatieve overmaat slecht is. Genereuze inkomruimten, hoge plafonds, de grootsheid van kerken en stadhuizen... iedereen houdt van dat type ruimte, ik ook. Banale volumes en koterijen, dat klagen we aan. Of ruimten die wel kwaliteit hebben, maar niet of nauwelijks worden gebruikt. Die overmaat is problematisch. Dan spreken we van zwerfruimte.' Met die term definieert RE-ST de ruimte die we met z'n allen ge- creëerd hebben, maar waarvan we ons niet bewust zijn dat we ze hebben . 'Een plek herontdekken is dan ook een echte opdracht. Dat gebeurt niet aan de tekenplank, maar door samen met de opdrachtgevers op ontdekkingstocht te gaan. In Hoogstraten hebben we het gebruikspotentieel van de Eeuwfeestkapel van het Klein Seminarie onderzocht en uitgetest. Door de kerkbanken aan de kant te schuiven, kregen allerlei buurtinitiatieven letterlijk de ruimte waarnaar ze op zoek waren, van een capoeirasessie tot een ligconcert. Intussen groeit het idee om van de kapel een gemeentelijk cultuurcentrum te maken.'

Dimitri Minten.

Ruimte kan niet alleen een herbestemming krijgen, de activering kan kosten besparen - kredietaflossingen, huur, verwarmingskosten of leegstandbelastingen - en zelfs een centje opbrengen. Dat beloven verscheidene digitale platformen die de laatste jaren opduiken. Workero.com doet dat met ongebruikte kantoorruimte (een gevolg van het stijgende aantal flexwerkers) en ParkPnp.com maakt het mogelijk om de parkeerplaats voor je garagepoort, oprit of al dan niet ondergrondse parkeerplaats te verhuren wanneer je die zelf niet gebruikt. Maar op nationaal vlak liggen de zaken moeilijker. 'Onze eigendomscultuur zorgt ervoor dat alle beschikbare ruimte versnipperd is over veel eigenaars. Iedereen verwerft zo wel zijn lapje grond, maar dat maakt het heel moeilijk om iedereen te doen samenwerken rond zwerfruimte. Ik zou niet graag de bevoegde minister van Ruimtelijke Ordening zijn, want in zo'n situatie is het heel moeilijk om een visie op te leggen. Zelfs de federale overheid gebruikt een kwart van haar bebouwde ruimte niet.'

Wooncarrière

Efficiënter omgaan met zwerfruimte is een eerste stap, maar RE-ST roept ook op tot niet-bouwen. 'In plaats van telkens nieuwe percelen aan te snijden, moeten architecten en hun opdrachtgevers beseffen dat we vandaag al genoeg bebouwde ruimte hebben. Toen Cedric Price, een Brits architect en academicus, ooit een koppel op bezoek kreeg dat een woning wilde bouwen, concludeerde hij na afloop: ' Maybe you don't need a house, but a divorce.' We moeten met z'n allen kritischer worden. De vanzelfsprekendheid van bouwen - gewoon omdat de vraag wordt gesteld - is niet meer van deze tijd.'

Zo kreeg een gezin in Herentals het advies om hun arbeiderswoning zoals die was te verkopen in plaats van ze uit te breiden met een aanbouwsel zoals ze zelf hadden geopperd. 'In plaats van hen in een avontuur met een onzekere financiële uitkomst te duwen, hebben we de opdrachtgevers geadviseerd om uit te kijken naar een andere woning die beter bij hen paste. Wat ze ook gedaan hebben. Hun starterswoning konden ze verkopen aan een ouder koppel met een kleinere ruimtebehoefte. Ik heb de indruk dat de jongere generatie daar meer oren naar heeft. Ze pinnen zich minder vast op dat ene huis waar ze hun hele leven willen spenderen, maar bekijken een woning meer als een onderdeel van een wooncarrière die evolueert naargelang hun levensfase en -situatie.'

Jongeren pinnen zich minder vast op dat ene huis waar ze hun hele leven willen spenderen.

Het duurzaamste gebouw is het gebouw dat je niet bouwt, meent RE-ST. Niet alleen is de bouwsector een van de meest vervuilende sectoren, ondoordacht bijbouwen leidt tot meer verharding en dus minder groen, wat ons ook automatisch meer overstromingen of grondwatertekort oplevert en ecosystemen doet verdwijnen. Dan hebben we het nog niet over bijkomende files, ongezonde uitstoten en uitgeputte grondstoffen. De lijst lijkt eindeloos. Maar wat met architecten als er niet meer wordt gebouwd? 'De huidige en toekomstige generatie architecten heeft werk genoeg met het optimaliseren en verduurzamen van het bestaande patrimonium. Als het echt niet anders kan, mag er zeker nog gebouwd worden. Zolang we onze ruimtebalans in evenwicht houden. Als er ergens bakstenen bij komen, moeten we op een andere plaats bakstenen durven weg te halen. De meeste mensen denken dat architecten alleen bezig zijn met vormgeving, met goede en mooie gebouwen ontwerpen. Maar in eerste instantie moeten we bewustmaken, mens en maatschappij een spiegel voorhouden en hun reële behoeften helpen te benoemen. Onze praktijk is gestart als een klassieke architectuurpraktijk. Intussen is ze uitgebreid met een praktijk niet-bouwen. Bij iedere opdracht, gesprek of wedstrijd is de eerste vraag: is bouwen wel nodig? En dat blijkt vaak - na grondig onderzoek - niet het geval.'

Wie is Dimitri Minten?

Hij studeerde architectuur aan het PHAI (Provinciaal Hoger Architectuur-instituut Hasselt) en architectuurwetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert cultuurwetenschappen en constructie herbestemming aan de UHasselt en is daarnaast voorzitter van Architectuurwijzer. In 2010 richtte hij met Tim Vekemans architectuuratelier RE-ST op. Hun onderzoek naar zwerfruimte kreeg in 2018 het 'BWMSTR Label 015' van het Team Vlaams Bouwmeester.

re-st.be

Wat met zwerfruimte in je buurt?

Zwerfruimte vind je op alle mogelijke schalen en plaatsen, ook in en rond je eigen woning. Thuis blijven vaak slaapkamers onbeslapen als kinderen het nest verlaten. Die ruimte kan in principe opnieuw worden geactiveerd. Misschien als studentenkamer of als flexibele slaapplaats die je kunt aanbieden via platformen als Airbnb en couchsurfing. Volgens Dimitri Minten is het ook interessant om je ruimteoverschot op grotere schaal te bekijken, bijvoorbeeld op straat-, buurt- of verkavelingsniveau. 'Je zou versteld staan van de (tijdelijke) ruimtelijke noden in je buurt. In Nederland bestaan er voorbeelden waarbij mensen een onderbenutte slaapkamer als bergruimte verhuren, aan een straatgenoot bijvoorbeeld. Of een groot tuinhuis dat wordt opengesteld voor het materiaal van de buren. Naar analogie van een stadsmanager die de taak heeft om leegstaande winkelpanden te activeren in zijn stad, zou een verkavelings- of straatmanager het delen in een buurt kunnen vergemakkelijken. Die persoon kan ruimtevragers en -aanbieders met elkaar in contact brengen. Mensen hebben vaak geen idee dat ze elkaar aan ruimte kunnen helpen, maar eens ze het wel weten, zijn de meesten er wel toe bereid.'