'Als je echt wilt bijleren, moet je je kwetsbaar durven op te stellen, je harnas uitdoen. Dat heb ik beseft in mijn Erasmusjaar. Ik was opgegroeid in een kunst- en designfamilie en ging mee met mijn vader (de gerenommeerde ontwerper Maarten Van Severen, red.), bijvoorbeeld om Rem Koolhaas' Maison Floirac in te richten. Thuis in het atelier leerde ik meubels maken en lassen. Al die ervaringen nam ik mee en tegelijk wist ik dat ik ervan moest loskomen. Eerste stap: naar de universiteit, tweede stap: weg uit België.
...

'Als je echt wilt bijleren, moet je je kwetsbaar durven op te stellen, je harnas uitdoen. Dat heb ik beseft in mijn Erasmusjaar. Ik was opgegroeid in een kunst- en designfamilie en ging mee met mijn vader (de gerenommeerde ontwerper Maarten Van Severen, red.), bijvoorbeeld om Rem Koolhaas' Maison Floirac in te richten. Thuis in het atelier leerde ik meubels maken en lassen. Al die ervaringen nam ik mee en tegelijk wist ik dat ik ervan moest loskomen. Eerste stap: naar de universiteit, tweede stap: weg uit België. Ik twijfelde aanvankelijk wel om op Erasmus te gaan, niet omdat ik niet durfde - ik had altijd al weinig angsten - maar omdat ik geen duidelijke bestemming zag. Tot ik naar Californië op studiereis ging met medestudenten architectuur, onder wie Kersten. Doordat hij twee jaar hoger zat, kenden we elkaar niet goed, maar in en rond L.A. ontdekten we hoeveel fascinaties we deelden. Ook door Kerstens encyclopedische kennis was het inspirerend om met hem van gedachten te wisselen. Hij kwam niet uit een artistieke familie zoals ik, maar was selfmade, en dus luisterde ik op dat moment liever naar hem dan naar mijn vader, met wie ik als oudste zoon sowieso niet de gemakkelijkste relatie had. Tijdens een van onze vele gesprekken in L.A. zei Kersten: 'Ga op Erasmus naar Madrid, dat is het Californië van Europa.' Spaanse architecten zaten toen in de voorhoede en hadden inderdaad die vrije, zonnige manier van ontwerpen die we zagen in de fantastische Case Study Houses in L.A. Het modernisme was er minder rigide geïnterpreteerd dan in Europa, en dat vrije denken en naar de horizon kijken is wat Kersten en ik altijd hebben willen doen. We namen al van bij het begin geen genoegen met traditioneel Vlaamse architecten zijn. Maar daarvoor moest ik dus uit mijn comfortzone. Ik volgde Kerstens raad op en ging naar Madrid, waar ik - net als hij tijdens zijn Erasmus een jaar eerder - les kreeg van de fantastische Iñaki Ábalos en Juan Herreros. Zij toonden in hun lessen schilderijen van David Hockney, gebouwen van de toen pas gestarte Kazuyo Sejima en minder evident werk van Frank Gehry zoals zijn parkeergarage in Santa Monica. Ze lieten ons nadenken over the beauty of the banal en dat is tot vandaag een thema in OFFICE. Dat geldt ook voor de harmonie tussen het natuurlijke en het artificiële, iets waarvoor mijn ogen pas écht opengingen in Madrid en dat we later vertaalden in bijvoorbeeld ons Solo House in Spanje. Dat belichaamt la buena vida, nog zo'n concept van Ábalos en Herreros. Ook ons ontwerp voor het VRT-gebouw is een gevolg van de zaadjes die in L.A. en Madrid geplant zijn omdat er weliswaar pragmatisme in zit, maar het nooit de droom loslaat. Kersten en ik namen uit Californië en Spanje genoeg zon mee om ook vanuit ons grijze België een optimistisch verhaal te kunnen brengen. Dat we die bijna naïeve creativiteit na twintig jaar nog altijd delen, verklaart misschien waarom OFFICE zo blijft draaien. De samenwerking met Kersten is bijna een tweede huwelijk voor mij, maar ook mijn 'echte' huwelijk gaat terug op zijn advies, want op Erasmus maakte ik een heel goede vriend, een Zweed, en tijdens een latere reis naar hem leerde ik mijn vrouw kennen. Het is dus niet overdreven om te spreken van een gouden raad en het bewijst hoe zulke opmerkingen je leven kunnen bepalen. Het lot hangt aan elkaar van toevalligheden en dat is net zo mooi.'