1. Radicale architectuur

Instagram: Lukas Schlatter
...

Instagram: Lukas SchlatterWie? Lukas Schlatter is een architect uit Zürich, die zijn vrije tijd aan architectuurreizen spendeert. Wat? Japan, Spanje, Mallorca en zelfs België: overal waar Schlatter komt, probeert hij binnen te geraken in modernistisch fraais. Zijn trucje: goed researchen, afspraken maken én het lef hebben om aan te kloppen. Coup de coeur? De Belgische betonarchitect Juliaan Lampens 'Op school hadden we vroeger per semester één architectuurreis. Dat boeide me zo, dat ik ze nadat ik afstudeerde zelf begon te maken. Ik zoek naar gebouwen die een karakter of persoonlijkheid hebben, zoals een mens. Architectuur mag niet enkel op zichzelf gefocust zijn, zoals veel hedendaagse gebouwen, ze moet ook een experimentele of radicale relatie hebben met de omgeving. Je moet voelen dat de architect kritisch de grenzen van ruimte, vorm en beleving wilde aftasten. Dan wordt het interessant. Recent bezocht ik Muralla Roja ( de rode stadswal, red.), een bijzonder huizencomplex in het Spaanse Calpe. Architect Ricardo Bofill tekende in 1968 op een rotsklif een soort versterkte burcht, met veel trappen en felle kleuren. Het is heel filmisch om door dat sculpturale labyrint van trappen te lopen. Het is heel spannend hoe Bofill de relatie tussen private en publieke ruimte aanpakt. Vormelijk verwijst hij naar primitieve Noord-Afrikaanse architectuur, zoals de kasba's in Marokko. Op Mallorca bezocht ik Can Lis, een huis van Jørn Utzon uit 1971. Het is maar drie dagen per jaar open voor bezoek, dus dat moest ik goed organiseren. Bij het Neuendorf House van architecten John Pawson en Claudio Silvestrin heb ik gewoon aangebeld. De huurder vond het oké dat ik kwam kijken. Recent was ik ook enkele dagen in België. Ik bezocht naoorlogse architectuur, waaronder gebouwen van Léon Stynen, Geo Bontinck, Ivan Van Mossevelde en Juliaan Lampens. Die laatste was eigenlijk de reden waarom ik naar België kwam. Ik wou zo veel mogelijk van Lampens' architectuur zien. Hij verdient een wereldwijde reputatie. Ik had geluk dat ik via Airbnb kon slapen in zijn Woning Van Wassenhove in Sint-Martens-Latem: het radicaalste huis waar ik ooit in overnachtte. De architect experimenteert er met de grenzen van privacy en leefbaarheid. De andere gebouwen van Lampens bestudeerde ik vooral in boeken en op Google. Google Maps heeft me goed geholpen: zo zocht ik naar de adressen van die pareltjes. Een passie voor het brutalisme heb ik niet, eerder voor zichtbeton en ruwe bouwmaterialen, die mooi patineren. Het is boeiend om te zien hoe architecten daar toch comfortabele volumes mee bouwen. Toen ik met vrienden op reis was in Tokio, skipte ik één dag, toen zij een themapark bezochten. Ik propte de dag vol om alle gebouwen te fotograferen die ik in de stad wou zien. Bijvoorbeeld de Nakagin Capsule Tower (Kisho Kurokawa, 1970) en de St-Mary Kathedraal uit 1964. Ik had een geweldige dag en mijn vrienden ook. Als ik carte blanche krijg voor mijn volgende reis, wordt het zeker Zuid-Amerika. Ik moet absoluut nog de realisaties van Oscar Niemeyer, Lina Bo Bardi, Luis Barragán en Paulo Mendes da Rocha zien.' Instagram: Okoloweb Wie? Adam Stech, een Tsjechische design- en architectuurcurator en medeoprichter van Okolo: sinds 2009 een creatief collectief dat publicaties, concepten, tentoonstellingen en installaties bedenkt rond architectuur en design. Wat? Hij probeert in zo veel mogelijk vergeten modernistische pareltjes binnen te geraken. De foto's belanden op Instagram en de verhalen in Wallpaper*, Domus, TL Magazine, Damn° Magazine, Architonic en Cool Hunting. Coup de coeur? Maison Pradier van Pierre Debeaux 'In opdracht van magazines trok ik sinds 2007 elk jaar naar Salone del Mobile in Milaan. Maar wat ik daar het liefste deed, was op zoek gaan naar pareltjes van moderne architectuur. Ik begon steeds meer te speuren naar realisaties van vergeten architecten. Het vergt uiteraard meer studie en research, maar bibliotheken, Google en Instagram brengen me al ver. In de toekomst wil ik graag wat dieper in de jaren 40 duiken: het starre modernisme kreeg toen tegelijk klassiekere en organischere vormen. Mijn eerste ontdekking was Ico Parisi, een Italiaanse architect die vooral bekend is van zijn meubelontwerpen, maar hij ontwierp ook privéwoningen, waarbij elk detail door hem bedacht was. Op internet waren die huizen weinig gedocumenteerd, dus moest ik zelf op pad gaan. En aanbellen aan de deur. In 2011 geraakte ik zo aan het Comomeer binnen in een van zijn realisaties. Als ik zeg dat ik speciaal uit Praag kom om hun huis te zien, laten ze mij meestal wel binnen.Laatst was ik uitgenodigd om in Bordeaux een lezing te geven. In mijn vrije tijd wou ik per se naar Toulouse om een huis van architect Pierre Debeaux te zoeken. Hij was een leerling van Le Corbusier, die vooral actief was in de streek. Een van de huizen van Debeaux uit de late jaren 60 bleek bewoond door een galeriehouder, die me vriendelijk uitnodigde voor een bezoek. Voor Maison Pradier had ik maar een halfuurtje meer over vóór ik terug naar de luchthaven moest. Een haastig bezoekje, maar wel onvergetelijk. En ik mag sowieso nog eens terug. Het leukste is om architectuur live te ervaren. Liefst een dag én een nacht. Ik ben al blijven slapen in een woning van Renaat Braem in België én in een huis van Carlo Scarpa, via de zoon van de huidige bewoners. Ik denk dat ik nu een 60-tal 20ste-eeuwse huizen heb gefotografeerd. Ik wil ze ooit bundelen in een boek. Mijn andere droom is om ooit een conferentie te houden met alle Instagramarchitectuurjagers: we zijn één grote familie, maar hebben allemaal een andere insteek.' Instagram: Daughters of deco Wie? Florence en Poppy Dixon, twee jonge Londense zussen. Géén familie van de wereldberoemde productdesigner Tom Dixon, ook al heet zijn dochter ook Florence. Wat? Florence is grafisch vormgeefster en Poppy documentairemaakster. Samen startten ze een profiel met hun art-deco-ontdekkingen, als voorproefje voor hun eigen homelijn. Coup de coeur? Villa Makassar, een riad in art-decostijl in Marrakesh 'Toen we 30 werden, wilden mijn zus en ik niet meer voor een baas werken. Dus besloten we om samen een eigen homelijn, Daughters of Deco, te beginnen. We broeden momenteel nog op de ontwerpen, maar in de tussentijd startten we al een Instagramprofiel rond onze belangrijkste inspiratiebron: art deco. We groeiden zelf op in een art-deco-omgeving: ons huis uit het interbellum had zelfs pistachegroene muren. Art deco is voor ons meer een gevoel dan een stijl: het gaat over luxueuze materialen, grafische inspiratie, gestroomlijnde vormen en het chique aura dat errond hangt. Het verwijst naar een opulente levensstijl, die vandaag de dag niet meer zo aanwezig is.Onze reizen staan echt in functie van art-deco-architectuur en -design. Zoals Villa Makassar in Marokko, een riad in een heel luxueuze art-decostijl. Daar overnachten was boven ons budget, maar een gin-tonic op het dakterras was de trip al waard. In Shanghai sliepen we in het Fairmont Peace Hotel uit 1926-1929. Maar ook de lokale varianten van art deco, bijvoorbeeld in Shanghai of in Miami, vinden we inspirerend. Natuurlijk boeit de originele Europese art deco ons ook, bijvoorbeeld Villa Empain in Brussel of Villa Cavrois in Croix. Dichter bij huis, in Londen, liggen Eltham Palace en de Troxy, twee van onze favorieten. Mijn zus Poppy, die jarenlang in New York woonde, was weg van de lokale art-decopareltjes zoals het Chrysler Building en het Starrett-Lehigh Building, beide uit 1930. Al die bagage, die we op Instagram bundelen, zal op een dag culmineren in een eigen collectie. Maar ondertussen kunnen onze volgers al meegenieten.'