Volg het noorderlicht: een winterse roadtrip in IJsland in vijf spectaculaire stops

Photo taken in Jökulsárlón, Iceland

Een sneeuwstorm op het ene moment, het noorderlicht op het andere. IJsland in de winter is behoorlijk verrassend, maar een ding staat vast: spektakel is er gegarandeerd. Een roadtrip langs vijf bijzondere plekken.

IJsland is misschien niet bijster groot, het landschap is zo divers dat je je elke dag op een andere planeet waant. De natuur is er nog heer en meester, zeker in de winter. Dat brengt logistieke uitdagingen met zich mee, maar je krijgt er wel behoorlijk wat voor terug. Van zwarte stranden tot ijsgrotten: vijf plekken waar je in ongeziene natuurpracht de benen kunt strekken.

1. De golden circle

Op iets meer dan een rijden van Reykjavik bevindt zich de fameuze Golden Circle die zowel winter als zomer behoorlijk wat toeristen lokt. Dat is in dit geval niet onterecht, omdat je op korte tijd een mooi voorsmaakje krijgt van al het moois dat het land te bieden heeft. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt? De Strokkur-geiser, die om de vijf minuten warm water tot 20 meter de hoogte in spuwt. Wie nog wat blijft rondwandelen op het terrein kan het warme water onder de oppervlakte zien borrelen. Aan de zwavelgeur valt hoe dan ook moeilijk te ontsnappen. Een totaalbeleving, zoals ze dat in reisbrochures durven te beschrijven.

De Strokkur-geiser in de wintermaanden. (c) Getty Images

 

2. In het spoor van de lava

Eveneens in de buurt van Reykjavik ligt nog een ander natuurfenomeen: de lavatunnel van Raufarhólshellir, een van de grootste en bekendste van het land. De rode lavamuren in de tunnel vormen een bijzonder contrast met het landschap bovengronds, zeker in de winter, wanneer er zich aan de ingang spontaan ijssculpturen vormen. Tijdens een bezoek volg je de lava die zo’n 2500 jaar geleden de tunnel creëerde. Een ervaring die noopt tot nederigheid.

(c) Getty Images
3. IJsmeer en natuurlijke diamanten

Als je wat verder rijdt richting de zuiden van het eiland kom je uit bij het gletsjermeer Jökulsárlón, een gigantische blauwe vlakte waar ijsblokken op drijven als gehaktballetjes in tomatensoep. Op gezette tijden spoelen die ijsblokken aan op het zwarte strand voor het meer, dat om die reden Diamond beach gedoopt werd. Het meer is – wederom om begrijpelijke reden – erg populair bij toeristen. Iets kleiner en beduidend onbekender is Fjallsarlon: eveneens een gletsjermeer met drijvende rotsblokken op een tiental minuten rijden van Jökulsárlón. Wie in alle rust van het noorderlicht wil genieten, installeert zich beter daar.

Het gletsjermeer Jökulsárlón (c) Getty Images
Diamond beach heeft z’n naam niet gestolen (c) Getty Images
4. Gletsjerwandelen

Roadtrippers die al het zitten beu zijn, kunnen zich wagen aan een gletsjerwandeling. De Vatnajökull is met een oppervlakte van 8.000 vierkante kilometer veruit de grootste van het land en bedekt meerdere actieve vulkanen. Met een houweel in de hand en ijsschoenen aan de voeten trek je met een gids de overweldigende stilte in. Naast de gigantische ijsvlakte zijn er ook tal van ijsgrotten die het verkennen waard zijn.

Een ijsgrot in Vatnajökull
5. Watervallen en warmwaterbronnen in Mývatn

Wie IJsland zegt, zegt watervallen. En die zijn in de winter minstens even bijzonder als in de zomer. Het noordelijk gelegen Mývatn is daarvoor de ideale uitvalsbasis, met onder meer Godafoss, Dettifoss en Aldeyjarfoss op een behapbare afstand van elkaar. Godafoss, een van de grootste watervallen van het land, kan je zelf gemakkelijk bereiken met je eigen jeep. Een bezoekje aan de andere twee regel je best via een excursie, omdat de weg erheen in de winter niet toegankelijk is voor reguliere chauffeurs. Na een dagje in de koude buitenlucht kan je je ontspannen in de warmwaterbaden van Mývatn, een blauwgekleurd zwavelbad van 36 graden en de iets minder bekende tegenhanger van de Blue Lagoon. Naast toeristen kom je hier ook vooral veel locals tegen. In Mývatn is er trouwens weinig lichtvervuiling, wat het ook tot een uitstekende uitvalsbasis maakt om het noorderlicht te spotten.

Godafoss in de winter (c) Getty Images

IJsland in de winter: enkele tips

De IJslandse winter loopt van november tot maart. Hou in het achterhoofd dat het aantal uur zonlicht beperkt is, en stel daar je dagprogramma op af.

Het weer in IJsland is altijd onvoorspelbaar, maar zeker in de winter vormt het een uitdaging. Check voor vertrek zeker of de wegen die je plant te nemen wel toegankelijk zijn. De F-wegen zijn hoe dan ook ontoegankelijk in de winter

In de winter kan je er geen walvissen noch papegaaiduikers spotten, maar wel orka’s.

Veel accommodaties sluiten in de winter de deuren. Vooraf boeken is dus geen overbodige luxe.

Neem altijd voldoende warme kleren en voedsel mee voor als je in een sneeuwstorm terechtkomt en de weg onverwacht wordt afgesloten.

Partner Content