Nu de crisis in het door bosbranden geteisterde Australië eindelijk afneemt, wordt de impact ervan stilaan duidelijk. Meer dan 11 miljoen hectare landschap is verkoold en meer dan een miljard dieren vonden de dood. Toch betekenen de bosbranden niet voor alle planten- en dierensoorten het einde. Her en der zijn er alweer verse scheuten van planten en bomen, insecten maken korte metten met de karkassen van dieren en binnenkort zullen vogels die insecten op hun beurt opeten. Hoewel de bosbranden ook voor deze tolerante soorten een uitdaging zijn, zal het leven zich de komende maanden langzaam herstellen. Een overzicht van de verschillende herstelmechanismes in de natuur.

Kiemkracht redt de overlevende bomen

De bosbranden hebben talloze bomen gedood, maar de overlevende planten herstellen zich bijzonder snel. Dat komt door een beschermde 'kiembank' die zich achter de schors bevindt en die niet beschadigd wordt door vlammen. De kiemen produceren blaadjes, waardoor er fotosynthese kan plaatsvinden en de boom kan heropleven. Normaal gezien wordt die kiemkracht onderdrukt, maar als de boom alle bladeren verliest door bijvoorbeeld een brand, dalen de hormoonniveaus en kunnen de kiemen hun werk doen.

Insecten profiteren van karkassen

Voor deze kleine diertjes is het spoort van ontbindende dierenkarkassen en verkoolde boomstammen een perfecte omgeving. Vliegen maken bijvoorbeeld gretig gebruik van de karkassen: ze leggen er hun eitjes en eens die uitkomen is het rottende vlees een perfecte voedingsbron voor de maden. Inheemse bladvlooien voeden zich op hun beurt met het sap uit nieuwe blaadjes. Kevers genieten dan weer van rottende boomstronken en takken en brengen met hun ontlasting voedingstoffen in de bomen, waardoor planten weer sneller kunnen opkomen.

. © Getty Images

Vogels eten de insecten

Zodra de insecten terugkeren, zullen de vogels die hen eten snel volgen. Uit een studie die verscheen na de bosbranden in East Gippsland in Victoria in 1983, bleek dat diverse inheemse vogelsoorten sneller groeiden in aantal na de bosbranden dan ervoor. Ook na de recente bosbranden in de buurt van Moonbi in New South Wales zijn talloze vogelsoorten teruggekeerd. Honingeters vlogen heen en weer tussen verbrande en intact gebleven takken aan de rand van het zwartgeblakerde bos en vlinders bezochten nieuwe planten die zijn gaan bloeien na de recente regen.

Onkruid biedt bescherming

Wanneer vuur het bladerdak van de bomen verbrandt, profiteert onkruid van het extra licht om meer te groeien. Dat kan nadelig zijn, want onkruid hindert het herstel van planten, maar inheemse dieren kunnen er net dekking vinden. Uit een studie van 2018 blijkt namelijk dat de zeer invasieve 'Lantana camara', die vaak snel groeit na bosbranden, in sommige bossen een habitat biedt aan kleine zoogdieren zoals de bruine rat. Het aantal zoogdieren op plaatsen waar lantana groeit, is duidelijk hoger dan waar het niet aanwezig is.

. © Getty Images

Is er hoop voor bedreigde soorten?

Generalistische soorten - die gedijen in veel verschillende omgevingen - kunnen zich aanpassen aan verbrande bossen. Maar specialistische soorten hebben ecosystemen met bepaalde eigenschappen nodig om te overleven en zijn veel minder veerkrachtig. De ernstig bedreigde buideleekhoorn bijvoorbeeld leeft enkel in kleine stukjes bos in Victoria en dode bomen kunnen hem holtes bieden voor nesten. Als er te vaak branden zijn krijgen de bomen onvoldoende tijd om te herstellen en worden er geen holtes gecreëerd, waardoor de soort in aantal afneemt. Hetzelfde gebeurt nu in New South Wales, waar bijna tachtig procent van het leefgebied van bedreigde soorten verloren ging in de recente branden.

De toekomst

De tijd moet uitwijzen of de biodiversiteit in deze gebieden voorgoed beschadigd is of zich na verloop van tijd zal herstellen. Bosbranden stimuleren bijvoorbeeld roofdieren zoals verwilderde katten en vossen, maar maken het dankzij de nieuwe open vlaktes weer erg moeilijk voor zoogdieren om zich te verbergen. Daardoor verandert de voedselketen binnen een ecosysteem.

Het is ook mogelijk dat andere vogelsoorten, reptielen en zoogdieren actief zijn in een bos na de branden. Maar als deze gebieden niet in staat blijken op langere termijn hun oorspronkelijke vegetatie te herstellen zullen ze voorgoed veranderen en is het onvermijdelijk dat bepaalde soorten zullen uitsterven.

Nu de crisis in het door bosbranden geteisterde Australië eindelijk afneemt, wordt de impact ervan stilaan duidelijk. Meer dan 11 miljoen hectare landschap is verkoold en meer dan een miljard dieren vonden de dood. Toch betekenen de bosbranden niet voor alle planten- en dierensoorten het einde. Her en der zijn er alweer verse scheuten van planten en bomen, insecten maken korte metten met de karkassen van dieren en binnenkort zullen vogels die insecten op hun beurt opeten. Hoewel de bosbranden ook voor deze tolerante soorten een uitdaging zijn, zal het leven zich de komende maanden langzaam herstellen. Een overzicht van de verschillende herstelmechanismes in de natuur. De bosbranden hebben talloze bomen gedood, maar de overlevende planten herstellen zich bijzonder snel. Dat komt door een beschermde 'kiembank' die zich achter de schors bevindt en die niet beschadigd wordt door vlammen. De kiemen produceren blaadjes, waardoor er fotosynthese kan plaatsvinden en de boom kan heropleven. Normaal gezien wordt die kiemkracht onderdrukt, maar als de boom alle bladeren verliest door bijvoorbeeld een brand, dalen de hormoonniveaus en kunnen de kiemen hun werk doen.Voor deze kleine diertjes is het spoort van ontbindende dierenkarkassen en verkoolde boomstammen een perfecte omgeving. Vliegen maken bijvoorbeeld gretig gebruik van de karkassen: ze leggen er hun eitjes en eens die uitkomen is het rottende vlees een perfecte voedingsbron voor de maden. Inheemse bladvlooien voeden zich op hun beurt met het sap uit nieuwe blaadjes. Kevers genieten dan weer van rottende boomstronken en takken en brengen met hun ontlasting voedingstoffen in de bomen, waardoor planten weer sneller kunnen opkomen. Zodra de insecten terugkeren, zullen de vogels die hen eten snel volgen. Uit een studie die verscheen na de bosbranden in East Gippsland in Victoria in 1983, bleek dat diverse inheemse vogelsoorten sneller groeiden in aantal na de bosbranden dan ervoor. Ook na de recente bosbranden in de buurt van Moonbi in New South Wales zijn talloze vogelsoorten teruggekeerd. Honingeters vlogen heen en weer tussen verbrande en intact gebleven takken aan de rand van het zwartgeblakerde bos en vlinders bezochten nieuwe planten die zijn gaan bloeien na de recente regen.Wanneer vuur het bladerdak van de bomen verbrandt, profiteert onkruid van het extra licht om meer te groeien. Dat kan nadelig zijn, want onkruid hindert het herstel van planten, maar inheemse dieren kunnen er net dekking vinden. Uit een studie van 2018 blijkt namelijk dat de zeer invasieve 'Lantana camara', die vaak snel groeit na bosbranden, in sommige bossen een habitat biedt aan kleine zoogdieren zoals de bruine rat. Het aantal zoogdieren op plaatsen waar lantana groeit, is duidelijk hoger dan waar het niet aanwezig is. Generalistische soorten - die gedijen in veel verschillende omgevingen - kunnen zich aanpassen aan verbrande bossen. Maar specialistische soorten hebben ecosystemen met bepaalde eigenschappen nodig om te overleven en zijn veel minder veerkrachtig. De ernstig bedreigde buideleekhoorn bijvoorbeeld leeft enkel in kleine stukjes bos in Victoria en dode bomen kunnen hem holtes bieden voor nesten. Als er te vaak branden zijn krijgen de bomen onvoldoende tijd om te herstellen en worden er geen holtes gecreëerd, waardoor de soort in aantal afneemt. Hetzelfde gebeurt nu in New South Wales, waar bijna tachtig procent van het leefgebied van bedreigde soorten verloren ging in de recente branden.De tijd moet uitwijzen of de biodiversiteit in deze gebieden voorgoed beschadigd is of zich na verloop van tijd zal herstellen. Bosbranden stimuleren bijvoorbeeld roofdieren zoals verwilderde katten en vossen, maar maken het dankzij de nieuwe open vlaktes weer erg moeilijk voor zoogdieren om zich te verbergen. Daardoor verandert de voedselketen binnen een ecosysteem. Het is ook mogelijk dat andere vogelsoorten, reptielen en zoogdieren actief zijn in een bos na de branden. Maar als deze gebieden niet in staat blijken op langere termijn hun oorspronkelijke vegetatie te herstellen zullen ze voorgoed veranderen en is het onvermijdelijk dat bepaalde soorten zullen uitsterven.