Op school leek het verhaal van het Zwin eenvoudig: een simpele zeearm die in de late middeleeuwen verzandde, waardoor Brugge zijn internationale zeehaven kwijtspeelde. Maar recent archeologisch onderzoek, waarbij de bodem werd gescand en het oppervlak door middel van drones heel precies in kaart werd gebracht, levert een veel complexer en boeiender verhaal op. Nu weten archeologen dat er verscheidene 'Zwins' waren, en dat Brugge, behalve Damme, meerdere voorhavens had. Dit nu zo rustige landschap is ooit een druk bevaren havencomplex geweest.

Vroeger baseerden onderzoekers zich op de studie van de plaatsnamen, de historische bronnen en enkele vondsten. Maar door het huidige innovatieve onderzoek, van onder anderen archeologen Jan Trachet en Bieke Hillewaert, weet men veel meer. Zo maakt de archeologie nu gebruik van niet-invasieve prospectie- methoden. Bijna elk veldje van Brugge tot in Sluis werd meter per meter afgestapt, op zoek naar potscherven, bouwafval en botresten. Elke vondst werd door middel van de gps nauwkeurig in kaart gebracht. Meteen zag men een concentratie aan vondsten op bepaalde plekken, die bodems werden vervolgens met een scan bestudeerd. Op die manier kwamen er muren, grachten en zelfs straten in beeld.

© Jan Verlinde

De archeologen van de Gentse universiteit zetten ook drones in om gedetailleerde luchtopnamen te maken en om alle hoogteverschillen in kaart te brengen. Op sommige plaatsen lopen die op tot vijf meter, wat in le plat pays behoorlijk veel is. Er werden zelfs molshopen onderzocht op resten. Tijdens hun graafwerk halen die diertjes ook interessante sporen te voorschijn.

Baltische keien

Niets ontsnapt aan de aandacht van de hedendaagse archeologen. Zo hebben ze ook oog voor de grote hoeveelheden keien die je in die streek aantreft in oude muren en op wandelpaadjes. Petrografisch onderzoek wees uit dat het om ballaststenen gaat, die door schepen vanuit Noorwegen, Zweden, Polen en Denemarken werden meegenomen en bij ons overboord gingen. Het porfier uit de Baltische Zee bewijst de handel tussen al die Hanzesteden.

Terwijl men vroeger dacht aan één zeearm, weet men nu dat de Zwinstreek een kluwen van waterlopen was. In de loop van de tijd waren er verscheidene 'Zwins' tussen Heist en Cadzand, die Brugge met de zee verbonden. Al in de middeleeuwen werden daartussen kanalen gegraven om al die waterwegen bevaarbaar te houden. Bijna al dat water verzandde, maar hier en daar bleven er kreken bewaard, zoals achter de kerk van Lapscheure. Het Zwin zelf, waarvan het huidige reservaat een piepklein restant is, liep tot midden negentiende eeuw nog tot aan Sluis. De resten van die middeleeuwse havenstadjes bevinden zich vooral op één oever van het vroegere Zwin. We zoeken ze op per fiets.

© Jan Verlinde

Michem

Ons tochtje begint dicht bij Brugge en Koolkerke, in het straatje dat naar Michem is vernoemd. Tot voor kort wist zelfs niemand dat het ooit had bestaan. Wie goed kijkt, ziet dat de Michemstraat langs een verhevenheid in het landschap loopt. Luchtfotografie en bodemonderzoek brachten een grachtencomplex in beeld, en tal van circulaire vormen die erop wijzen dat hier een van de oudste Brugse voorhavens lag, al actief tussen de tiende en elfde eeuw, toen de stad zelf nog piepklein was. Er was ook een brug over een Zwingeul. Veel later verscheen er ook een fort, dat bijna volledig werd afgegraven. We laten het alom bekende Damme rechts liggen en rijden via de oude Rombouts-wervedijk, in de elfde eeuw aangelegd rond de Zwinmonding, door naar het Schipdonkkanaal en naar de brug van Oostkerke over de Damse Vaart, die deel uitmaakt van de Monnikeredestraat.

Monnikerede

Zo komen we bij een middeleeuws havenstadje waarvan zo goed als niets bewaard lijkt. Het ontleent zijn naam aan de abdij Ter Doest in Lissewege, waarmee het in verbinding stond. De 'rede' (ankerplaats) van de monniken was ooit een drukke plek, een goudmijn voor archeologen. Doordat de weilanden er in de loop van de eeuwen amper werden omgeploegd, bleef het ondergrondse erfgoed uitstekend bewaard.

De molshopen, drones en scans laten ons in de hoek tussen de Damse Vaart-Noord, Monnikeredestraat en Krinkeldijk een verdwenen stadje zien dat omstreeks 1400 zijn hoogdagen beleefde en bleef bestaan tot eind vijftiende eeuw. Er stonden bijna tweehonderd gebouwen en er leefden meer dan zeshonderd mensen. Het was niet zomaar een gehucht, want het kreeg ooit stadsrechten en had een stadhuis, een gasthuis, een vismarkt, vleeshuizen, kapel, pastorie en op de kade enkele herenhuizen, waarvan dus - bovengronds - niets overbleef.

Beginnen ze ooit in Muide te graven, dan komt er beslist een middeleeuwse haven tevoorschijn, met pakhuizen en kaden

Toen in 1550 de Verse Vaart werd uitgegraven (een verre voorloper van de Damse Vaart die pas in de negentiende eeuw zou volgen), betekende dat voor Monnikerede de doodsteek.

Hoeke

We fietsen over de Krinkeldijk, die al in de middeleeuwen werd aangelegd. Laat daar je blik over het landschap richting Damse Vaart glijden en beeld je in dat de zee, bij hoogwater, hier alles innam. Na enkele kilometers komen we in het piepkleine Hoeke terecht. Dat is nu weinig meer dan een kerkje met wat huizen eromheen. Terloops: die middeleeuwse Sint-Jacob- de-Meerderekerk is een bezoek meer dan waard. Ook over Hoeke wist men lang niet dat het ooit een belangrijke plek is geweest. Het telde op zijn minst twee kaden met merkwaardige steigers - soortgelijke constructies vonden archeologen ooit in Londen en Dublin. Hoeke had vermoedelijk ook een beschutte havenkom, waar schepen op het droge konden worden getrokken om te worden opgekalefaterd. De vondst van hoeveelheden metaalslakken wijst erop dat hier smeden actief waren op scheepswerven.

Dit havenstadje had, zo vermoeden de archeologen, ook ooit een beursgebouw waar kooplieden konden handeldrijven. Dat zou dan om zowat het oudste beursgebouw van de Lage Landen gaan. Zowel in Hoeke als Monnikerede werden grote hoeveelheden keramiek gevonden uit Zuid-Frankrijk, Spanje, Engeland, Noorwegen en Duitsland. Maar in Hoeke vond men ook geweien, bot, amber en slijpstenen uit Scandinavië. Hoeke maakte in die tijd deel uit van de hanzeatische handel. Het voormalige stadje strekte zich uit van de Sint-Jakobsstraat tot een eind achter de N49, richting Sluis. Het voormalige beursgebouw zou trouwens pal onder de brug van de expresweg liggen.

© Jan Verlinde

Muide en Lapscheure

Van het oude Hoeke en Monnikerede krijg je dus bovengronds bijna niets te zien, maar om je toch een indruk te geven van hoe die stadjes er ooit uitzagen, fietsen we door naar Sint-Anna-ter-Muiden, net over de Nederlandse grens. Dat was in de middeleeuwen het havenstadje 'Mude'. Dat lag trouwens op dezelfde oever van het Zwin als Hoeke en hoort eigenlijk nog helemaal bij de regio Brugge, want Sluis lag toen aan de overkant van het water. Het Zwin stroomde ongeveer tussen Mude en Sluis en deels waar de huidige Damse Vaart loopt. We fietsen via een piepkleine binnenweg, de Roden Ossenstraat. Ook die loopt weer over een middeleeuwse dijk. Langs dit weggetje bots je trouwens op een parel, zowat de oudste grenspaal van ons land, uit de tijd dat we nog tot de Oostenrijkse Nederlanden behoorden.

Ook Mude lag op een schiereiland in het Zwin. Je treft er onder meer de torenromp aan van wat ooit een grote middeleeuwse kerk was. Rond het marktplein staan fraaie pandjes die netjes werden gerestaureerd en bewaard, naar mooi Nederlands gebruik. Let op de voetpaden, die liggen bezaaid met ballastkeien uit middeleeuwse schepen. Begint men in Mude ooit te graven, dan komt er beslist een middeleeuwse haven tevoorschijn, met pakhuizen en kaden.

Vanuit Sint-Anna-ter-Muiden kun je alle richtingen uit. Fietswegen leiden je via Retranchement naar het Zwin. Maar je kunt ook via de schilderachtige omwalling van Sluis naar de Damse Vaart terugrijden richting Brugge en daar via het veerpontje Kobus, ter hoogte van Lapscheure, oversteken. Via de oude Zeedijk gaat de pittoreske rit vervolgens langs de vroegere Zwingeul, waarvan de Stierskreek een mooi restant is. Ook Lapscheure heeft een merkwaardige verdwijngeschiedenis. De middeleeuwse kerk lag aan die geul op de Zeedijk, op schootsafstand van Sluis. Tijdens de godsdienst- oorlogen was dat een te gevaarlijk plek, waardoor het dorp in de zeventiende eeuw werd verplaatst naar de huidige locatie. Achter de huidige kerk ligt er een mooie kreek die ooit een tak van het Zwin was. Via dit traject ben je ook het oude Zwin overgestoken en fiets je op 'de andere oever' terug naar Brugge.

Het tochtje, goed voor een 35-40 kilometer, is ideaal voor één dag. Onderweg passeer je verscheidene mogelijkheden voor een glas of een hap, en er zijn voldoende picknickhalten.

Voor historische informatie over de Zwinstreek: het Sincfala, het Museum van de Zwinstreek, Pannenstraat 140, Heist, sincfala.be