San Lorenzo de El Escorial dat is zowel natuurpracht als een geklasseerde koninklijke site. Koning Filips II (1527-1598) koos dit uitzonderlijke kader, ten noordoosten van de hoofdstad, aan de zuidelijke helling van de Sierra de Guadarrama om er een klooster te bouwen. De omgeving moest waardig zijn aan de eisen van zijn vader Karel V. Keizer Karel wilde een koninklijk pantheon oprichten dat symbool zou staan voor het vernuft van zijn rijk en de grandeur van de Oostenrijkse dynastie.
...

San Lorenzo de El Escorial dat is zowel natuurpracht als een geklasseerde koninklijke site. Koning Filips II (1527-1598) koos dit uitzonderlijke kader, ten noordoosten van de hoofdstad, aan de zuidelijke helling van de Sierra de Guadarrama om er een klooster te bouwen. De omgeving moest waardig zijn aan de eisen van zijn vader Karel V. Keizer Karel wilde een koninklijk pantheon oprichten dat symbool zou staan voor het vernuft van zijn rijk en de grandeur van de Oostenrijkse dynastie. Voor dit ambitieuze project moesten ook gronden verworven worden voor het onderhoud van de kloostergemeenschap die dit monument, het eerste in de zogenaamde Herrera-stijl (naar zijn architect), zou beheren. Enkele eeuwen later bevat dit immense complex nog steeds een museum, een college, een bibliotheek, tuinen en een paleis dat de voormalige residentie van de koningen van Spanje was. De site naast het grandioze klooster werd in 1931 geklasseerd en in 1984 uitgeroepen tot werelderfgoed.De stad die zich rond El Escorial ontwikkelde, kwam er onder impuls van de Madrileense aristocraten die hier hun vakantiewoningen optrokken. In dit betoverend kader groeide de stad snel uit tot een elegant oord en dat is zo gebleven. Ze pronkt nog steeds met haar rijk architecturaal erfgoed. Overtuig uzelf en loop eens via de noordgevel van het klooster naar boven tot de Calle Floridablanca, die naar een groot aantal historische gebouwen leidt. De drie huizen van de gilden (Primera, Segunda y Tercera Casa de Oficios), la Casa de la Compaña waarin nu het Universitair centrum Maria Cristina is gevestigd of de Koninklijke verblijven (Casa de los Infantes y de la Reina, Casa de las Familias de los Infantes, Casita del Infante of Teatro Real Coliseo de Carlos III), het zijn illustere getuigen van een geschiedenis die hier al sinds de 16e eeuw aan elke straathoek is verankerd. Maar San Lorenzo de El Escorial is ook een gastvrije stad met een stevige culinaire cultuur. U kunt de oude stad dan ook niet verlaten zonder één van de talrijke heerlijke gerechten te proeven: escargots en cocido madrileño (stoofpot op basis van kikkererwten), rosquillas de anís (donuts met anijs) of canutitos de crema (met pudding gevulde krokante koeken), want de Castiliaanse traditie is hier al even levendig als het landschap adembenemend is.Een eeuwige ode aan de kennis, zo zou u de plek enkele kilometers verderop kunnen omschrijven: het prestigieuze Alcalá de Henares. Hier stond de wieg van Cervantes en al sinds de 15e eeuw was in deze ciudad del saber (stad van de kennis, zoals haar devies luidt) een topuniversiteit gevestigd met lessen in het Latijn, Grieks of Hebreeuws, tot de universiteit van Madrid in 1836 die rol overnam. Door de moderne decentralisaties werd het opnieuw een universiteitsstad die heel wat geleerden aantrok. Naast de auteur van Don Quichotte woonden hier trouwens nog andere bekende schrijvers zoals Tirso de Molina, Calderón de la Barca en Lope de Vega. Bovendien behoort ze met haar historische kern en fraaie herenhuizen tot één van de zogenaamde negen 'unieke' steden van Spanje en is ze sinds 1998 ingeschreven als UNESCO-werelderfgoed. Tot het begin van de jaren '90 was de zetel van het Cervantes-instituut hier gevestigd en tot vandaag blijft het gebouw van het Colegio del Rey ('college van de koning') de erezetel van de vereniging van de Castiliaanse taal. Met meer dan 200.000 inwoners is Alcalá de Henares ook de bisschoppelijke zetel van het bisdom Complutense, naar de antieke naam van de oorspronkelijke stad (Complutum) die hier door de Romeinen werd gesticht. Later volgden de Arabieren, die in 850 in Nahar het kasteel van Al-Qalàt oprichtten, waaraan Alcalá zijn naam ontleent ('kasteel op de rivier Henares', zo afgebeeld met grote golven op het blazoen). Door die gevarieerde mix van culturen en invloeden krijgt de reiziger die dit oude domein van de aartsbisschoppen van Toledo bezoekt, de indruk dat hij in het Castilië ten tijde van de Spaanse gouden eeuw rondloopt.Het verleden is hier alomtegenwoordig, ook in Aranjuez, op 45 kilometer ten zuiden van Madrid, aan de linkeroever van de Taag. De stad is bekend voor zijn aardbeien- en aspergecultuur, maar vooral ook voor de prachtige tuinen in het hart van een vruchtbaar land. Aranjuez is vier keer minder bevolkt dan Alcalá de Henares, met een stadsplan met een vierkante structuur en gebouwen die niet hoger dan twee verdiepingen mogen zijn. Gesticht onder Karel III (1759-1788) lijken natuur en cultuur hier intens met elkaar verweven. Het grondgebied is beschermd sinds 2001, toen de stad de titel van werelderfgoed verwierf. En ook dat heeft met de geschiedenis te maken, want Aranjuez was de uitverkoren residentie van de Spaanse koninklijke familie. Drie eeuwen lang werd ze onder impuls van die koningen verder ontwikkeld en onderhouden. Sinds de Verlichting wist de stad, met een combinatie van mooie architectuur, barokke tuinen 'à la Française', maar ook humanisme en politieke centralisatie, een onmiskenbare eigenheid uit te bouwen die nog steeds merkbaar is. De bezoeker duikt meteen in het verleden als hij langs de prachtige Avenida de Palacio loopt die leidt naar het Palacio Real, onder Filips II gebouwd. Alleen al de buitenkant van het monument is de omweg waard.Maar het is de binnenkant die u overtuigt waarom dit gebouw sinds mensenheugenis de favoriete lenteresidentie is van de koningen van het huis van Bourbon. De muren zijn behangen met meesterwerken en de Jari de la Islam (de tuin van het eiland) naast het Palacio Real is een magische plek, ideaal om even weg te dromen. De tuin heeft zijn naam verdiend omdat hij door drie rivieren wordt omgeven. Het stadscentrum bulkt eveneens van de architecturale hoogstandjes, een droom voor de wandelaar: de San Antoniokerk, het cultureel centrum Isabel de Farsi, het Palacio de Medinaceli of de 18e-eeuwse arena die perfect geconserveerd bleef. Liefhebbers van stierenvechten kunnen een kijkje nemen rondom de ruedo (de centrale cirkel van de arena) en zich een paseíllo voorstellen (de optocht die voorafgaat aan de corrida). En lekkerbekken brengen een bezoekje aan de Calle del Almíbar, op zoek naar artisanale confituren. In de prachtige tuinen van Jardín del Príncipe kunt u verpozen onder eeuwenoude bomen of langs feeërieke vijvers. Het bekende Concerto d'Aranjuez van Joaquín Rodrigo (1901-1999) brengt hulde aan deze verheven schoonheid. De componist werd door koning Juan Carlos I tot de adelstand verheven en ontving daarbij de mooie titel van 'Markies der tuinen'. Op zijn beurt bracht Miles Davis (1926-1991) een onvergetelijke interpretatie van dit concerto, als een uitnodiging om naar deze magische plek te reizen.