De Sri Lankaanse president Gotabaya Rajapaksa heeft aangekondigd zijn land vrij van palmolieplantages en palmolieconsumptie te maken. De import van palmolie wordt per direct stopgezet, nieuwe palmolieplantages worden niet meer aangelegd en bestaande plantages moeten geleidelijkaan binnen tien jaar verwijderd en vervangen worden door duurzame begroeiing. De president is bang dat palmolie zal leiden tot vernietiging van de regenwouden in het land en tot concurrentie voor de verkoop van kokosnootolie waarvan het land veel produceert.

Palmolie werd aanvankelijk bejubeld als milieuvriendelijke olie. Bovendien is het goedkoop, kan je het lang bewaren en kan het op veel manieren gebruikt worden. Denk maar aan voedsel, dierenvoer, cosmetica en in biodiesel. De olie wordt wereldwijd dan ook massaal gebruikt met funeste gevolgen voor regenwouden in landen als Maleisië en Indonesië en de dieren en mensen die er leven.

Ook veroorzaken de plantages bodemerosie, waterverontreiniging en vergroot de uitbreiding van de palmplantages ten koste van regenwouden het risico op zoönosen (ziektes die overspringen van dieren op mensen).

De Sigiriya in Sri Lanka, Getty Images
De Sigiriya in Sri Lanka © Getty Images

Sri Lanka levert weliswaar slechts een kleine bijdrage aan de wereldwijde productie van palmolie. De palmolieplantages bestrijken ongeveer 11.000 hectare in Sri Lanka. Dat komt neer op slechts één procent van het grondgebied. Het land produceert jaarlijks ongeveer 18.000 ton palmolie en ook dat is maar een fractie van de wereldwijde productie van zo'n zeventig miljoen ton per jaar. Maar de beslissing heeft een belangrijke symbolische waarde die hopelijk tot voorbeeld voor andere landen zal dienen.

De Verenigde Staten kondigden in februari al aan dat ze zullen stoppen met de import van palmolie van de twee grote Maleisische bedrijven FGV Holdings en Sime Darby Plantations omdat ze, volgens hen, gebruik maken van gedwongen arbeid. En ook de Europese Unie is bezig met plannen om palmolie niet langer in biobrandstoffen te gebruiken.

De Sri Lankaanse president Gotabaya Rajapaksa heeft aangekondigd zijn land vrij van palmolieplantages en palmolieconsumptie te maken. De import van palmolie wordt per direct stopgezet, nieuwe palmolieplantages worden niet meer aangelegd en bestaande plantages moeten geleidelijkaan binnen tien jaar verwijderd en vervangen worden door duurzame begroeiing. De president is bang dat palmolie zal leiden tot vernietiging van de regenwouden in het land en tot concurrentie voor de verkoop van kokosnootolie waarvan het land veel produceert.Palmolie werd aanvankelijk bejubeld als milieuvriendelijke olie. Bovendien is het goedkoop, kan je het lang bewaren en kan het op veel manieren gebruikt worden. Denk maar aan voedsel, dierenvoer, cosmetica en in biodiesel. De olie wordt wereldwijd dan ook massaal gebruikt met funeste gevolgen voor regenwouden in landen als Maleisië en Indonesië en de dieren en mensen die er leven. Ook veroorzaken de plantages bodemerosie, waterverontreiniging en vergroot de uitbreiding van de palmplantages ten koste van regenwouden het risico op zoönosen (ziektes die overspringen van dieren op mensen). Sri Lanka levert weliswaar slechts een kleine bijdrage aan de wereldwijde productie van palmolie. De palmolieplantages bestrijken ongeveer 11.000 hectare in Sri Lanka. Dat komt neer op slechts één procent van het grondgebied. Het land produceert jaarlijks ongeveer 18.000 ton palmolie en ook dat is maar een fractie van de wereldwijde productie van zo'n zeventig miljoen ton per jaar. Maar de beslissing heeft een belangrijke symbolische waarde die hopelijk tot voorbeeld voor andere landen zal dienen. De Verenigde Staten kondigden in februari al aan dat ze zullen stoppen met de import van palmolie van de twee grote Maleisische bedrijven FGV Holdings en Sime Darby Plantations omdat ze, volgens hen, gebruik maken van gedwongen arbeid. En ook de Europese Unie is bezig met plannen om palmolie niet langer in biobrandstoffen te gebruiken.