Het is pas de eerste keer dat aangetoond kon worden dat 'Zwin-ooievaars' ook in de Sahel overwinteren. De andere ooievaars met zender uit het Zwin overwinteren in Spanje of Noord-Marokko.

Veel ooievaars overwinteren op vuilnisbelten in Spanje. Op termijn zullen die vuilnisbelten verdwijnen in het kader van de Europese afvalstoffenwetgeving, waardoor de voedselsituatie voor overwinterende ooievaars in het gedrang kan komen. Om na te gaan of ooievaars hun (trek)gedrag hierdoor zouden aanpassen, werd een aantal ooievaars van zenders voorzien. Deze zomer kregen vijf jonge ooievaars een zender. Eén van hen, Murshid, vloog verder dan zijn soortgenoten en bevond zich eind september in Mali, aan de zuidrand van de Sahara.

Vrijdagnamiddag volgde echte het bericht dat het dier was overleden. Over de doodsoorzaak van Murshid is nog niets bekend. Van de vorige overleden zenderooievaars was telkens elektrocutie de boosdoener. Voedseltekort of extreme weersomstandigheden kunnen een andere mogelijke doodsoorzaak zijn. Het Zwin en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen werken samen om de doodsoorzaak nog te achterhalen.

Fascinerende resultaten

Het zenderproject in het Zwin leverde al enkele fascinerende resultaten op. Zo kon worden achterhaald dat alle jonge zenderooievaars in de late zomer zuidwaarts trokken. Er bleven dus geen exemplaren bij ons overwinteren. Tijdens hun eerste noordwaartse trek in hun tweede levensjaar keerden alle zenderooievaars terug naar het noorden. Ze vingen de terugtrek richting broedgebieden echter veel later in de lente aan dan oudere ooievaars die sneller aan het broedseizoen willen starten. Ooievaars komen ten vroegste vanaf hun derde levensjaar tot broeden. Een groot deel van de vogels keerde voor korte of langere tijd terug naar het Zwin.

Tegelijkertijd wordt ook de populatiedynamiek van de Zwin-ooievaars opgevolgd: door het regelmatig aflezen van de ringen, worden gegevens verzameld over het overlevingssucces van de broedvogels. Deze monitoring is van groot belang om de status van de soort te kunnen monitoren.

Het is pas de eerste keer dat aangetoond kon worden dat 'Zwin-ooievaars' ook in de Sahel overwinteren. De andere ooievaars met zender uit het Zwin overwinteren in Spanje of Noord-Marokko. Veel ooievaars overwinteren op vuilnisbelten in Spanje. Op termijn zullen die vuilnisbelten verdwijnen in het kader van de Europese afvalstoffenwetgeving, waardoor de voedselsituatie voor overwinterende ooievaars in het gedrang kan komen. Om na te gaan of ooievaars hun (trek)gedrag hierdoor zouden aanpassen, werd een aantal ooievaars van zenders voorzien. Deze zomer kregen vijf jonge ooievaars een zender. Eén van hen, Murshid, vloog verder dan zijn soortgenoten en bevond zich eind september in Mali, aan de zuidrand van de Sahara. Vrijdagnamiddag volgde echte het bericht dat het dier was overleden. Over de doodsoorzaak van Murshid is nog niets bekend. Van de vorige overleden zenderooievaars was telkens elektrocutie de boosdoener. Voedseltekort of extreme weersomstandigheden kunnen een andere mogelijke doodsoorzaak zijn. Het Zwin en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen werken samen om de doodsoorzaak nog te achterhalen.Het zenderproject in het Zwin leverde al enkele fascinerende resultaten op. Zo kon worden achterhaald dat alle jonge zenderooievaars in de late zomer zuidwaarts trokken. Er bleven dus geen exemplaren bij ons overwinteren. Tijdens hun eerste noordwaartse trek in hun tweede levensjaar keerden alle zenderooievaars terug naar het noorden. Ze vingen de terugtrek richting broedgebieden echter veel later in de lente aan dan oudere ooievaars die sneller aan het broedseizoen willen starten. Ooievaars komen ten vroegste vanaf hun derde levensjaar tot broeden. Een groot deel van de vogels keerde voor korte of langere tijd terug naar het Zwin. Tegelijkertijd wordt ook de populatiedynamiek van de Zwin-ooievaars opgevolgd: door het regelmatig aflezen van de ringen, worden gegevens verzameld over het overlevingssucces van de broedvogels. Deze monitoring is van groot belang om de status van de soort te kunnen monitoren.