De online handel in reptielen is veel omvangrijker dan werd gedacht. Dat geldt ook voor de handel in reptielensoorten die met uitsterven bedreigd zijn of reptielen waarvan het bestaan nog maar sinds kort bekend is. Dat blijkt uit het artikel 'Thousands of reptile species threatened by under-regulated global trade' gepubliceerd in Nature.

De auteurs van het artikel - Benjamin M. Marshall, Colin Strine en Alice Hughes - ontdekten dat er 3.943 reptielensoorten op het internet gekocht kunnen worden. Dat is meer dan 35 procent van alle soorten die er in de wereld voorkomen. In werkelijkheid ligt het aantal hoogstwaarschijnlijk nog een pak hoger omdat de onderzoekers niet op sociale media en het darkweb gezocht hebben en enkel op websites in de vijf talen Engels, Duits, Spaans, Japans en Frans.

., Getty Images
. © Getty Images

Maar zelfs wanneer je enkel naar die sites kijkt, is het aantal al indrukwekkend. Negentig procent van de te koop aangeboden reptielen is afkomstig uit het Amazonewoud en uit landen in Zuidoost-Azië zoals Vietnam. Verkocht worden ze hoofdzakelijk in de Verenigde Staten en Europa. Het grootste deel van de dieren wordt gebruikt in de modewereld. Dat geldt bijvoorbeeld voor pythons, krokodillen, alligators en kaaimannen. De huid van deze reptielen wordt verwerkt tot leer waar dan weer schoenen, tassen, jasjes, rokken en andere mode-items van gemaakt worden. Andere dieren worden verwerkt in voedsel of medicijnen, krijgen een tweede leven als huisdier of gaan dienen als decoratiestuk. Helemaal onthutsend is dat je zelfs uiterst zeldzame reptielen met een paar muisklikken kan kopen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde grotgekko's die alleen op een specifieke heuvel in China of Vietnam leven.

Gekko, Getty Images
Gekko © Getty Images

Hoe is het mogelijk dat er zoveel gehandeld wordt in deze dieren, zelfs wanneer ze dreigen uit te sterven? Dat heeft te maken met de internationale overeenkomst CITES (Conservation on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) waarin onder andere wilde dieren staan opgesomd waarin niet gehandeld mag worden omdat ze dreigen uit te sterven. Daarin is weinig aandacht voor reptielen waardoor ze weinig op de lijst voorkomen. Veel reptielensoorten zijn niet in kaart gebracht waardoor niet bekend is hoe het met de populatie gaat. Daarom hebben ze ook geen status op de IUCN Red List.

Ook worden nieuw ontdekte diersoorten niet op de CITES lijst opgenomen. Toegelaten worden op die lijst is een ingewikkeld en langdurig proces dat zo'n tien jaar duurt. Tegen die tijd kan er al zoveel in een nog niet eerder ontdekte soort gehandeld zijn dat er geen of bijna geen exemplaren meer over blijven. Volgens Alice Hughes - een van de auteurs - spelen commerciële belangen bij CITES vaak een grotere rol dan wetenschap. In Scientific American zegt ze: 'Ik woonde vorig jaar de CITES conferentie in Genève bij en was stomverbaasd om te zien hoeveel er puur economisch gemotiveerd leek.'

Volgens de onderzoekers zou het handelsbeleid omgekeerd moeten worden. Nu is het zo dat er in wilde dieren gehandeld mag worden tenzij ze op de CITES lijst staan. Het zou zo moeten zijn dat er niet in wilde dieren gehandeld mag worden tenzij er genoeg gegevens over een soort bekend zijn om aan te tonen dat de handel het voortbestaan van dat dier niet in gevaar brengt.

De online handel in reptielen is veel omvangrijker dan werd gedacht. Dat geldt ook voor de handel in reptielensoorten die met uitsterven bedreigd zijn of reptielen waarvan het bestaan nog maar sinds kort bekend is. Dat blijkt uit het artikel 'Thousands of reptile species threatened by under-regulated global trade' gepubliceerd in Nature. De auteurs van het artikel - Benjamin M. Marshall, Colin Strine en Alice Hughes - ontdekten dat er 3.943 reptielensoorten op het internet gekocht kunnen worden. Dat is meer dan 35 procent van alle soorten die er in de wereld voorkomen. In werkelijkheid ligt het aantal hoogstwaarschijnlijk nog een pak hoger omdat de onderzoekers niet op sociale media en het darkweb gezocht hebben en enkel op websites in de vijf talen Engels, Duits, Spaans, Japans en Frans.Maar zelfs wanneer je enkel naar die sites kijkt, is het aantal al indrukwekkend. Negentig procent van de te koop aangeboden reptielen is afkomstig uit het Amazonewoud en uit landen in Zuidoost-Azië zoals Vietnam. Verkocht worden ze hoofdzakelijk in de Verenigde Staten en Europa. Het grootste deel van de dieren wordt gebruikt in de modewereld. Dat geldt bijvoorbeeld voor pythons, krokodillen, alligators en kaaimannen. De huid van deze reptielen wordt verwerkt tot leer waar dan weer schoenen, tassen, jasjes, rokken en andere mode-items van gemaakt worden. Andere dieren worden verwerkt in voedsel of medicijnen, krijgen een tweede leven als huisdier of gaan dienen als decoratiestuk. Helemaal onthutsend is dat je zelfs uiterst zeldzame reptielen met een paar muisklikken kan kopen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde grotgekko's die alleen op een specifieke heuvel in China of Vietnam leven. Hoe is het mogelijk dat er zoveel gehandeld wordt in deze dieren, zelfs wanneer ze dreigen uit te sterven? Dat heeft te maken met de internationale overeenkomst CITES (Conservation on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) waarin onder andere wilde dieren staan opgesomd waarin niet gehandeld mag worden omdat ze dreigen uit te sterven. Daarin is weinig aandacht voor reptielen waardoor ze weinig op de lijst voorkomen. Veel reptielensoorten zijn niet in kaart gebracht waardoor niet bekend is hoe het met de populatie gaat. Daarom hebben ze ook geen status op de IUCN Red List. Ook worden nieuw ontdekte diersoorten niet op de CITES lijst opgenomen. Toegelaten worden op die lijst is een ingewikkeld en langdurig proces dat zo'n tien jaar duurt. Tegen die tijd kan er al zoveel in een nog niet eerder ontdekte soort gehandeld zijn dat er geen of bijna geen exemplaren meer over blijven. Volgens Alice Hughes - een van de auteurs - spelen commerciële belangen bij CITES vaak een grotere rol dan wetenschap. In Scientific American zegt ze: 'Ik woonde vorig jaar de CITES conferentie in Genève bij en was stomverbaasd om te zien hoeveel er puur economisch gemotiveerd leek.'Volgens de onderzoekers zou het handelsbeleid omgekeerd moeten worden. Nu is het zo dat er in wilde dieren gehandeld mag worden tenzij ze op de CITES lijst staan. Het zou zo moeten zijn dat er niet in wilde dieren gehandeld mag worden tenzij er genoeg gegevens over een soort bekend zijn om aan te tonen dat de handel het voortbestaan van dat dier niet in gevaar brengt.