Terwijl in de stad Osaka een G20-top van de grootste economische machten plaatsvindt, treffen walvisjagers in het hoge noorden van Japan de laatste voorbereidingen voor de walvisjacht. Wanneer op 1 juli, de maandag na de G20-top, Japan officieel de Internationale Walviscommissie (IWC) verlaat, zullen zij vanuit de haven van Kushiro het ruime sop kiezen.

Hoewel Japan officieel al dertig jaar niet meer op walvissen jaagt, is het daar al die tijd in feite nooit echt mee gestopt. Ieder jaar slacht de op drie na grootste economie ter wereld nog enkele honderden walvissen. Officieel doet ze dat onder het mom van 'wetenschappelijk onderzoek', wat toegelaten is in het moratorium uit 1986.

'Kwestie van cultuur'

'We willen onze cultuur van walvisjacht laten heropleven', zegt Kiyoshi Ejima, de burgemeester van Shimonoseki, destijds een stad van walvisjagers. Ook uit zijn haven zullen weer walvisjagers vertrekken. Ze zullen zich voortaan wel beperken tot Japans eigen territoriale wateren en de exclusieve economische zone. Op de lijst voor de walvisjacht staan dwergwalvissen, Noorse vinvissen en Brydevinvissen. Hoeveel dieren tegen eind augustus zullen geslacht worden, staat nog niet vast. Het bevoegde ministerie van Visserij heeft nog geen quota bekendgemaakt.

In de jaren 60 aten de Japanners jaarlijks ongeveer 200.000 ton walvisvlees. Via de 'wetenschappelijke walvisvangst' kwam de voorbije jaren nog slechts 5.000 ton per jaar op de markt. Hoewel er nog geen precieze quota bekend zijn, schatten walvisjagers dat het aanbod na de heropstart van de commerciële walvisvangst volgend jaar ongeveer 2.000 ton zou bedragen. Dat het aanbod zo beperkt zou zijn, komt mogelijk doordat Japan wil stoppen met zijn 'wetenschappelijke jacht' in Antarctische wateren.

Japanse vissers brengen een gewonde walvis aan boord. © Getty

Europees commissaris voor Milieu Karmenu Vella uitte in een interview met het Japanse nieuwsagentschap Kyodo al zijn bezorgdheid dat de export van walvisproducten naar Japan vanuit IJsland en Noorwegen nu kan toenemen. IJsland en Noorwegen jagen eveneens op walvissen om commerciële doeleinden. Noorwegen heeft protest aangetekend tegen het moratorium op walvisvangst, IJsland heeft voorbehoud gemaakt.

Hoewel beide landen geen EU-lidstaten zijn, vroeg het Europees Parlement aan de Europese Commissie in een resolutie om te verhinderen dat de havens van EU-lidstaten zouden gebruikt worden voor de export van walvisproducten naar Japan, bericht Kyodo.

Milieuorganisaties bezorgd

Al jaren klaagt Tokio dat het de lidstaten van de IWC er enkel om te doen is om walvissen te beschermen. De oorspronkelijke missie van de IWC was om 'het walvisbestand op peil te houden en de dieren op een duurzame manier te exploiteren'. Herhaaldelijk drong Japan aan op een hervorming van de raad. Uiteindelijk was het geduld van Japan op en stapte het op uit de organisatie.

De populatie dwergwalvissen in de noordwestelijke Stille Oceaan zal een directe commerciële jacht niet overleven. We zullen deze en vermoedelijk ook andere walvispopulaties verliezen

Toch weet Japan dat het nu niet zomaar wat kan doen. Ook nu nog moet het land zich aan de internationale wetgeving houden. Japan zal gebonden blijven aan internationale samenwerking om maritieme middelen op een gepast manier te beheren, klinkt het. Zo wil Japan als waarnemer de vergaderingen van de IWC bijwonen.

Dat neemt de bezorgheid van milieuorganisaties niet weg. Overbevissing in Japanse wateren, maar ook op volle zee, heeft geleid tot het krimpen van verschillende walvisbestanden, zegt Greenpeace. De Zwitserse ngo OceanCare vreest dat de Japanse uitstap uit de IWC het overleven van enkele walvispopulaties in het noordwesten van de Stille Oceaan in gevaar kan brengen. OceanCare spreekt tegen dat sommige walvissoorten zoals de dwergwalvis weer voldoende hersteld zijn. Ze komen in 'complexe populatiestructuren' voor. Zo wordt het dwergwalvisbestand in de noordwestelijke Stille Oceaan sterk bedreigd. 'Deze populatie zal een directe commerciële jacht niet overleven. We zullen deze en vermoedelijk ook andere walvispopulaties verliezen', zegt Nicolas Entrup, expert oceaanbeleid van OceanCare.

Een Japanse visser slacht een spitssnuitdolfijn. © Getty

De ngo Sea Shepherd, die jarenlang de confrontatie aanging met de Japanse walvisvloot, verwelkomde dan weer de beslissing van eind vorig jaar om uit de IWC te stappen. Volgens de ngo ligt nu de weg open voor de creatie van een walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan, zodat walvisvangst in de zuidelijke hemisfeer helemaal gebannen wordt. De focus moet vervolgens wel verschuiven naar de noordelijke hemisfeer, klinkt het. 'Walvisvangst als een legale industrie is voorbij. We moeten enkel nog de piraten opruimen', zegt kapitein Paul Watson, die IJsland, Japan en Noorwegen beschouwt als 'onwettige walvisnaties'.

Japannes lust geen walvis meer

Voor Japan is walvisvangst een kwestie van nationale soevereiniteit geworden. Toch was het de Amerikaanse bezettingsmacht die Japan na de verloren Tweede Wereldoorlog aanzette om walvissen te slachten voor de honger lijdende bevolking. Maar dat is al lang verleden tijd, veel liefhebbers heeft het donkere walvisvlees niet meer. De regering meent dat dit dankzij de commerciële walvisjacht kan veranderen. De bevolking moet de smaak weer gewoon worden, zegt ze.