Op basis van satellietgegevens van de NASA hebben wetenschappers de 'subnivale vegetatie' in kaart gebracht - de planten die voorkomen tussen de boomgrens en de sneeuw. Daaruit blijkt dat die vegetatie gestaag oprukt op hoogtes tussen 4150 en 6000 meter boven de zeespiegel.

Rond de Mount Everest vond het team van de Universiteit van Exeter een toename in de vier bestudeerde hoogtebanden. Tot nog toe werd aangenomen dat de planten in het hoogste deel van het spectrum nauwelijks kunnen groeien.

Hoewel de wetenschappers geen uitspraken doen over de oorzaak van de toename, lopen de bevindingen gelijk met de klimaatmodellen die een terugval tonen in de oppervlakte van gebieden waar planten niet kunnen overleven door de extreem lage temperatuur. Eerder onderzoek toonde ook al aan dat het Himalayagebergte bijzonder kwetsbaar is voor de veranderingen in vegetatie als gevolg van de klimaatverandering.

'Er is al erg veel onderzoek gedaan naar het smelten van ijs in de Himalayregio, inclusief een studie die aantoonde dat het verlies van ijs is verdubbeld tussen 2000 en 2016', zegt Karen Anderson, hoogleraar Geografie aan de universiteit van Exeter. 'Het is ook belangrijk om dat verlies te monitoren en te begrijpen in grote berggebieden. Maar subnivale ecosystemen beslaan een veel groter gebied dan permanente sneeuw en ijs en we weten maar heel weinig over die systemen en hoe ze de watervoorziening beïnvloeden.'

1,4 miljard mensen

De sneeuw die met de cyclus van de seizoenen op de Himalaya terechtkomt en vervolgens weer smelt, voedt de tien grootste rivieren in Azië. Zo draagt ze bij aan de watervoorziening van 1,4 miljard mensen in acht landen, van Afghanistan tot Myanmar.

'We weten niet welk effect de toenemende subnivale vegetatie zal hebben op die aspecten van de watercyclus', zegt Anderson. Ze pleit voor doorgedreven veldonderzoek om die impact beter in kaart te kunnen brengen.

De studie verscheen in het vakblad Global Change Biology.

Op basis van satellietgegevens van de NASA hebben wetenschappers de 'subnivale vegetatie' in kaart gebracht - de planten die voorkomen tussen de boomgrens en de sneeuw. Daaruit blijkt dat die vegetatie gestaag oprukt op hoogtes tussen 4150 en 6000 meter boven de zeespiegel. Rond de Mount Everest vond het team van de Universiteit van Exeter een toename in de vier bestudeerde hoogtebanden. Tot nog toe werd aangenomen dat de planten in het hoogste deel van het spectrum nauwelijks kunnen groeien.Hoewel de wetenschappers geen uitspraken doen over de oorzaak van de toename, lopen de bevindingen gelijk met de klimaatmodellen die een terugval tonen in de oppervlakte van gebieden waar planten niet kunnen overleven door de extreem lage temperatuur. Eerder onderzoek toonde ook al aan dat het Himalayagebergte bijzonder kwetsbaar is voor de veranderingen in vegetatie als gevolg van de klimaatverandering. 'Er is al erg veel onderzoek gedaan naar het smelten van ijs in de Himalayregio, inclusief een studie die aantoonde dat het verlies van ijs is verdubbeld tussen 2000 en 2016', zegt Karen Anderson, hoogleraar Geografie aan de universiteit van Exeter. 'Het is ook belangrijk om dat verlies te monitoren en te begrijpen in grote berggebieden. Maar subnivale ecosystemen beslaan een veel groter gebied dan permanente sneeuw en ijs en we weten maar heel weinig over die systemen en hoe ze de watervoorziening beïnvloeden.'1,4 miljard mensenDe sneeuw die met de cyclus van de seizoenen op de Himalaya terechtkomt en vervolgens weer smelt, voedt de tien grootste rivieren in Azië. Zo draagt ze bij aan de watervoorziening van 1,4 miljard mensen in acht landen, van Afghanistan tot Myanmar.'We weten niet welk effect de toenemende subnivale vegetatie zal hebben op die aspecten van de watercyclus', zegt Anderson. Ze pleit voor doorgedreven veldonderzoek om die impact beter in kaart te kunnen brengen.De studie verscheen in het vakblad Global Change Biology.