De noordelijke kaalkopibis is een ernstig bedreigde diersoort die alleen nog maar in Marokko, Turkije en mogelijk Syrië voorkomt. De populatie in het wild wordt geschat op amper enkele honderden exemplaren. Vroeger kwamen de ibissen echter ook in Europa voor, in de centrale Alpen in Italië, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk en ook in Spanje. Jacht, verstoring van de nestplaatsen en het verdwijnen van leefgebied brachten de soort tot aan de rand van uitsterven.

Kaalkopibis, Jonas Verhulst
Kaalkopibis © Jonas Verhulst

Zoo Planckendael neemt deel aan het Europees kweekprogramma van de noordelijke kaalkopibis, dat wordt geleid door de stamboekhouder in Oostenrijk. Er loopt ook een herintroductieprogramma in het wild, maar in Europa is dat niet evident omdat de noodzakelijke trekdrang naar het zuiden - om de wintermaanden te overleven - niet aangeboren is. Wetenschappers proberen jonge vogels in Oostenrijk daarom aan te leren om een ultralight vliegtuigje te volgen naar het zuiden.

Kaalkopibis, Jonas Verhulst
Kaalkopibis © Jonas Verhulst

De jonge exemplaren van Zoo Planckendael hebben nog geen kale kop of zwarte kraag zoals volwassen dieren. Hun snavel is ook nog niet kenmerkend krom en lang om insecten, larven en wormpjes mee op te pikken. Het dierenpark liet de ibissen intussen al ringen.

De noordelijke kaalkopibis is een ernstig bedreigde diersoort die alleen nog maar in Marokko, Turkije en mogelijk Syrië voorkomt. De populatie in het wild wordt geschat op amper enkele honderden exemplaren. Vroeger kwamen de ibissen echter ook in Europa voor, in de centrale Alpen in Italië, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk en ook in Spanje. Jacht, verstoring van de nestplaatsen en het verdwijnen van leefgebied brachten de soort tot aan de rand van uitsterven. Zoo Planckendael neemt deel aan het Europees kweekprogramma van de noordelijke kaalkopibis, dat wordt geleid door de stamboekhouder in Oostenrijk. Er loopt ook een herintroductieprogramma in het wild, maar in Europa is dat niet evident omdat de noodzakelijke trekdrang naar het zuiden - om de wintermaanden te overleven - niet aangeboren is. Wetenschappers proberen jonge vogels in Oostenrijk daarom aan te leren om een ultralight vliegtuigje te volgen naar het zuiden. De jonge exemplaren van Zoo Planckendael hebben nog geen kale kop of zwarte kraag zoals volwassen dieren. Hun snavel is ook nog niet kenmerkend krom en lang om insecten, larven en wormpjes mee op te pikken. Het dierenpark liet de ibissen intussen al ringen.