'De bergtocht die ik elke zomer met mijn vader maakte was voor mij als kind het hoogtepunt van het jaar. Mijn vader was een bergbeklimmer en heeft elke top in Obervinschgau beklommen. Aan het einde van de vakantie deden we meestal een driedaagse bergtocht. We sliepen in berghutten en ik beklom mijn eerste drieduizender toen ik tien was. Zelfs toen ik al studeerde genoot ik intens van die tochten. Mijn ouders werden verliefd op de streek en kochten een huis in Laatsch, Calvenschlössl, nadat mijn vader met pensioen ging. Vanaf toen kwam ik elke vakantie naar hier, samen met mijn vriend Nico. Toen ze zich hier permanent vestigden, plantte mijn vader rond hun huis een wijngaard, als hobby. Der Belgier spinnt, lachten de buren, want duizend meter is heel hoog voor een wijngaard. Zijn eerste oogst leverde 28 flessen op. Lekkere flessen. Ik vond dat een mooi project en vroeg me regelmatig af hoe het zou zijn om in de bergen te wonen. Die ruimte. Het contact met de natuur.'
...