Of het wel veilig is op het ijs. De warm ingeduffelde man sluit zijn kofferbak, trekt zijn handschoenen aan en stapt gedecideerd naar het bevroren meer, secuur prikkend met zijn wandelstokken. 'Goh, ik denk het wel,' antwoordt hij alsnog, 'ik zie in de verte toch iemand op het ijs staan.' En weg is hij. Ik kijk nauwelijks overtuigd naar mijn vrouw, die iets mompelt in de trant van 'waag het niet!', maar de aantrekkingskracht van Abraham Lake is te sterk. En ik ben te zwak. Want ik wil dolgraag een foto van die dikke ijslaag vol methaanbubbels waar dit gigantische meer om bekendstaat. En dus sla ik de gouden raad van Tulene, de sympathieke pr-dame van het Jasper National Park met wie we een dag eerder dineerden, in een precoronatijdperk, in de wind. Het ijs kan gevaarlijk zijn, waren haar exacte woorden, in het Engels weliswaar. Maar risico's zijn er nu eenmaal om genomen te worden. En een fotograaf houd je in deze overweldigende natuurpracht niet zomaar tegen.
...

Of het wel veilig is op het ijs. De warm ingeduffelde man sluit zijn kofferbak, trekt zijn handschoenen aan en stapt gedecideerd naar het bevroren meer, secuur prikkend met zijn wandelstokken. 'Goh, ik denk het wel,' antwoordt hij alsnog, 'ik zie in de verte toch iemand op het ijs staan.' En weg is hij. Ik kijk nauwelijks overtuigd naar mijn vrouw, die iets mompelt in de trant van 'waag het niet!', maar de aantrekkingskracht van Abraham Lake is te sterk. En ik ben te zwak. Want ik wil dolgraag een foto van die dikke ijslaag vol methaanbubbels waar dit gigantische meer om bekendstaat. En dus sla ik de gouden raad van Tulene, de sympathieke pr-dame van het Jasper National Park met wie we een dag eerder dineerden, in een precoronatijdperk, in de wind. Het ijs kan gevaarlijk zijn, waren haar exacte woorden, in het Engels weliswaar. Maar risico's zijn er nu eenmaal om genomen te worden. En een fotograaf houd je in deze overweldigende natuurpracht niet zomaar tegen. Het duurt een uur of twee voordat mijn echtgenote weer tegen me wil praten. Iets over onnodige risico's. Ze is boos. Maar voor een keertje kan dat geen kwaad. We hebben net de Icefields Parkway getackeld, wellicht de mooiste autoroute van heel Canada, die 227 kilometer lang tussen de dorpen Jasper (in Jasper National Park) en Banff (in Banff National Park) slingert, vlak door de witte wildernis van de Rocky Mountains. En ik geniet na, in stilte. Want op dat moment besef ik dat deze rit zich in mijn top drie van mooiste roadtripervaringen heeft genesteld. Dat wil wat zeggen. Het heeft overigens maar een haar gescheeld of we hadden dit fabelachtige stukje Alberta compleet gemist. Vier dagen lang was de Highway 93, de officiële naam van de Icefields Parkway, gesloten voor doorgaand verkeer. Te veel kans op lawines. Maar op de dag dat wij Jasper noodgedwongen moesten inruilen voor Edmonton, gebeurde alsnog het onverhoopte: de weg werd veilig verklaard. En dus verlieten wij Jasper in zuidelijke richting, om Edmonton pas zeven uur en tal van fotostops later, via een behoorlijke maar waanzinnig mooie omweg te bereiken. Wat veel toeristen in Alberta niet weten is dat Jasper (het dorp en het hele park) en Edmonton (de stad, tevens hoofdstad van de provincie en meest noordelijke metropool van Canada) een vriendschappelijke band hebben en een toeristisch partnership vormen in noordelijk Alberta. In zuidelijk Alberta vormen Banff (het dorp en het hele park) en Calgary (de grootste stad van de provincie) een gelijkaardig team. En als een heerlijk partijtje ijshockey zuigen de vier bestemmingen alle toeristische aandacht naar zich toe. Van rivaliteit is er wel wat sprake, maar er is toch vooral veel respect voor elkaar. 'Wie in de winter in Edmonton landt, gaat in Jasper skiën. Wie naar Calgary vliegt, doet dat in Banff. Maar omdat Calgary en Banff slechts een uurtje van elkaar verwijderd liggen, is die combinatie veel populairder', aldus Tulene Melnyk van de toeristische dienst van Jasper. 'Edmonton en Jasper liggen op drie uur rijden van elkaar. Dat heeft als groot voordeel dat het hier veel rustiger is, voornamelijk in de winter. Jasper heeft ook maar één skigebied, terwijl Banff er drie herbergt. Maar Banff is ook prachtig, hoor. Het trekt alleen een net iets ander cliënteel aan. Calgary en Banff zijn meer voor de hand liggende keuzes, wij zijn eerder een ontdekking.' Jasper is zonder twijfel een bucketlistervaring. Zo eentje waarin het lastig kiezen is tussen skiën en schaatsen, rijden en wandelen, wildlife en sterren spotten. Het grootste nationaal park van de Canadese Rockies - 11.000 vierkante kilometer aan ongetemde wildernis oftewel net iets kleiner dan Vlaanderen - behoort zowel tot de Werelderfgoedlijst van UNESCO als tot de top drie van grootste 'Dark Sky Preserves' in de wereld. Kortom: waar je ook kijkt - naar boven of naar beneden - en wanneer je ook kijkt - overdag of 's nachts, in de zomer of in de winter - de conclusie is altijd dat Jasper National Park een van de mooiste plekken ter wereld is. Dat besef overvalt me al vrij snel na aankomst in het park, wanneer we langs bevroren meren, door besneeuwde bossen en over indrukwekkende bergtoppen sjezen, af en toe uitwijkend voor een kudde dikhoornschapen of wapitiherten. Op mijn persoonlijke wildlife-bucketlist staan verder nog elanden en bizons, maar zoveel geluk zou onverdiend zijn - al krijg ik voor de bizons later nog een herkansing. In ruil krijg ik wel een uiterst zeldzame laplanduil voorgeschoteld, wanneer ik in mijn eentje naar Pyramid Lake hike. 's Anderendaags, voordat we gaan skiën in het kleine maar gezellige Marmot Basin, springen we nog even binnen bij Coco's Café, waar de kleurrijk getatoeëerde Lynn Wannop al sinds 2007 achter het fornuis staat. Dertien jaar later is de sympathieke chef nog altijd even verliefd op Jasper als toen ze hier aankwam. 'Het is een prachtig plekje, vind je niet?', vraagt ze terwijl ze ons ontbijt serveert. 'Heerlijk rustig, adembenemend mooi in elk seizoen. Ik kom zelf uit Edmonton, maar heb hier mijn hart verloren. Ah, jullie gaan zo meteen skiën. Ik was gisteren nog in Marmot Basin, de sneeuw is van uitstekende kwaliteit!' En dat blijkt ook zo, al is het voor een Europese wintersporter even wennen. Gortdroge sneeuw, pure poeder, onmogelijk om een sneeuwman mee te maken. Dat glijdt toch net iets anders dan de Europese variant. Maar de pistes op een gemiddelde dinsdagochtend zijn leeg en de bergflanken van de Canadese Rockies uitnodigend en uitdagend. Het is genieten in het zonnetje, ondanks de temperatuur van min 18 graden Celsius. Een andere winterse activiteit waar ik lang op voorhand naar uitkeek, is de Maligne Canyon Ice Walk van een dag later. Met stijgijzers aan onze schoenen duiken we de diepste kloof van het park in, waar we gekatapulteerd worden naar een Disneyeske wereld vol bevroren watervallen, ijzige grotten en besneeuwde rotsen. Jep, het spul waar winterdromen - en tal van succesvolle Instagramaccounts - van gemaakt zijn. Het grote probleem voor toeristen in Jasper zijn niet de ijzige wegen - daar valt verrassend goed op te rijden - maar wel het afscheid van dit park. Dat valt zwaar, vooral na ons blitzbezoek aan de magnifieke watervallen van Athabasca en Sunwapta op de terugweg naar Edmonton. Nu ja, terugweg. We kwamen van het oosten en keren terug via de Icefields Parkway in het zuiden, enkel en alleen om deze iconische highway te kunnen afvinken. In theorie een onnodige omweg, in de praktijk de beste keuze ooit. De onwaarschijnlijk mooie route geeft ons de gelegenheid om geleidelijk aan vaarwel te zeggen, al zijn we nog niet klaar met Alberta. Op ons programma staat nog een driedaagse in Edmonton, met zijn bijna miljoen inwoners de vijfde stad in Canada, maar in oppervlakte groter dan bijvoorbeeld Chicago of Toronto. Het is een stad die groot is geworden door de olie-industrie, een stad die bekendstaat om het grootste overdekte winkelcentrum van Noord-Amerika, maar vooral een stad in opbouw die een bepaald imago van zich af wil schudden. 'Edmonton was altijd al een beetje rough around the edges', weet een hippe barista van het nog hippere restaurant Pip in het hart van de hipste wijk van de stad, Old Strathcona. 'Edmonton was altijd een stad van arbeiders, Calgary meer van bedienden. Maar sinds een aantal jaar waait er een frisse wind door Edmonton. De gezinnen zijn teruggekeerd naar het stadscentrum, innovatieve restaurants en bars hebben de deuren geopend en er wordt flink geïnvesteerd in nieuwbouwprojecten en renovaties.' Onze kennismaking met Edmonton verloopt via een streetarttour, uitgedokterd door Annaliza en Trevor van Rust Magic, een kunstenaarscollectief dat de lelijkheid van de stad onder een laagje spuitverf wil verpakken. Met succes. Street artists van over de hele wereld hebben hun talent inmiddels over een vijftigtal grote muren verspreid en elk jaar komen er nog beauty's bij. Haast even indrukwekkend is het Silver Skate Festival aan de rand van de stad, dat al drie decennia winterplezier garandeert en waar toeristen en inwoners over het ijs glijden, zich te goed doen aan lokale lekkernijen en flaneren tussen de ijskastelen. Zelf hebben we die avond nog een afspraak in Rogers Place, een gloednieuwe multifunctionele indoorarena die de thuisbasis vormt voor de Edmonton Oilers. IJshockey dus. In het oranje en blauw gekleed zakken 18.000 uitzinnige Edmontonians naar het ICE-district af om hun ploeg aan te moedigen. Tevergeefs overigens, want de San José Sharks uit het warme, zonnige California blijken te sterk. Het zal ons worst wezen. Die ijshockeypuck blijkt lastiger te spotten dan een verloren gelopen eland in een Canadees esdoornwoud. Op onze laatste dag in Canada rest ons nog één activiteit: bizons spotten. Die zitten in Elk Island National Park, op slechts een halfuur rijden van het stadscentrum. Vrij letterlijk: zitten. Tussen de berkenbomen bij de ingang van het park rusten tientallen exemplaren lekker uit in het winterzonnetje. Makkelijke prooien voor fotografen met een zoomlens, zou je denken, maar ze liggen echt te ver. En dichterbij sluipen door die gigantische laag sneeuw is ook al geen optie. Dus sta ik na twee uur wachten, zonder één enkele goede foto van een bizon, op het punt op te geven. Maar plots gebeurt het: het alfamannetje staat op, schudt zijn hoofd en komt onze richting uit geparadeerd, met in zijn kielzog de rest van de kudde. Ik kan wel huilen van blijdschap, maar bij min 20 zouden de tranen vastvriezen aan mijn oogbollen. In plaats daarvan schiet ik de overgebleven plaats op mijn SD-kaart vol, bedank ik de bizons, het park en heel de Canadian Rockies . En zeg ik tot ziens, niet vaarwel.