De minder vezelrijke voeding zorgt voor een lage diversiteit aan darmbacteriën, waardoor stadsvogels minder goed met veranderingen in hun dieet kunnen omgaan.De wetenschappers vergeleken het dieet van stads- en plattelandsmussen. Daarvoor plaatsten ze in het wild gevangen vogels in twee volières: de ene groep kreeg een vezelarm stedelijk dieet (cake, chips, brood) voorgeschoteld, de andere een vezelrijk plattelandsdieet (tarwe, zonnebloempitten, meelwormen).

'Uit ons onderzoek blijkt dat voeding een belangrijke rol speelt bij de waargenomen verschillen tussen de stad en het platteland', zegt bioloog Erik Matthysen van de UAntwerpen. 'Stadsmussen hebben namelijk een minder vezelrijk dieet, waardoor de diversiteit en de samenstelling van hun darmmicrobiota - het geheel aan micro-organismen in hun darmen - erop achteruitgaat. Door deze lage diversiteit aan darmbacteriën zijn de stadsmussen zelfs niet gebaat bij een vezelrijk plattelandsdieet.'

Vanaf zes weken op een stadsdieet, was de diversiteit in de darmen aanzienlijk aangetast, bleek uit de studie. Omgekeerd kon het plattelandsdieet de diversiteit vergroten. De stadsmussen waren echter alleen gebaat bij het voedzamere plattelandsdieet als hun darmmicrobiota bij aanvang van het experiment nog divers genoeg was. Deze resultaten suggereren dat de lagere diversiteit als gevolg van het leven in de stad gepaard gaat met een verlies aan plasticiteit van de microbiota, waardoor stadsvogels een beperkter vermogen hebben om met veranderingen in hun dieet om te gaan.

De minder vezelrijke voeding zorgt voor een lage diversiteit aan darmbacteriën, waardoor stadsvogels minder goed met veranderingen in hun dieet kunnen omgaan.De wetenschappers vergeleken het dieet van stads- en plattelandsmussen. Daarvoor plaatsten ze in het wild gevangen vogels in twee volières: de ene groep kreeg een vezelarm stedelijk dieet (cake, chips, brood) voorgeschoteld, de andere een vezelrijk plattelandsdieet (tarwe, zonnebloempitten, meelwormen). 'Uit ons onderzoek blijkt dat voeding een belangrijke rol speelt bij de waargenomen verschillen tussen de stad en het platteland', zegt bioloog Erik Matthysen van de UAntwerpen. 'Stadsmussen hebben namelijk een minder vezelrijk dieet, waardoor de diversiteit en de samenstelling van hun darmmicrobiota - het geheel aan micro-organismen in hun darmen - erop achteruitgaat. Door deze lage diversiteit aan darmbacteriën zijn de stadsmussen zelfs niet gebaat bij een vezelrijk plattelandsdieet.' Vanaf zes weken op een stadsdieet, was de diversiteit in de darmen aanzienlijk aangetast, bleek uit de studie. Omgekeerd kon het plattelandsdieet de diversiteit vergroten. De stadsmussen waren echter alleen gebaat bij het voedzamere plattelandsdieet als hun darmmicrobiota bij aanvang van het experiment nog divers genoeg was. Deze resultaten suggereren dat de lagere diversiteit als gevolg van het leven in de stad gepaard gaat met een verlies aan plasticiteit van de microbiota, waardoor stadsvogels een beperkter vermogen hebben om met veranderingen in hun dieet om te gaan.