De meeste reizigers blijven in de Golden Circle rond de hoofdstad of ze rijden het land rond over de bekende ringweg. Wij blijven deze keer drie weken in IJsland waarvan vijf dagen op Hornstrandir.

Om er te geraken vliegen we eerst naar Keflavik en daarna verder naar Isafjördur, de grootste stad van de Westfjörden (2700 inwoners!). De Drangajökull, de meest noordelijke gletsjer van het land, snijdt Hornstrandir af van de rest van IJsland.

Het schiereiland is één van de weinige plekken in Europa die buiten het bereik vallen van de communicatiesatellieten. Internetvrij, de hemel voor hikers, op amper 300km van Groenland.

De baai in Latrar. © Natacha Michiels

Aan de overkant van het fjord ligt onze bestemming te schitteren als een Fata Morgana. Het is hoogseizoen, maar buiten de gigantische cruiseboot die verderop in de baai ligt, hebben we nog maar weinig toeristen gezien.

Hoe is het om echt offline te zijn? Om zelfs geen noodnummers te kunnen bellen? Om aangewezen te zijn op elkaar en om eten en andere spullen voor vijf dagen mee te slepen?

"Into the wild"

Tijdens de boottocht van een uur valt de connectie van mijn gsm weg. Gedaan met Whatsapp, sms en Facebook. Hier kan ik geen e-mails lezen en er is geen tv of internet om me af te leiden van wat zich voor mijn ogen ontplooit.

De fjorden van Hornstrandir zien er tegelijk prachtig en intimiderend uit. We komen aan in het (bij dit weer toch) idyllische Hesteyri, waar vroeger meer dan vierhonderd mensen woonden.

Ze werkten in de walvisfabriek waarvan nu alleen nog een immense ruïne overblijft. Als nevenproduct werd ook glycerine gewonnen uit het vet, om bommen te maken. In 1915 waren alle walvissen weg. Er kwamen internationale quota's en de focus verschoof naar haring tot ook die in 1940 uitgeput was.

Twaalf jaar later verlieten alle bewoners de baai. De vervallen huisjes zijn stille getuigen en enkelen doen dienst als vakantieverblijf in de zes tot twaalf weken per jaar dat het schiereiland toegankelijk is. De rest van het jaar denkt niemand eraan om in deze onvoorspelbare wildernis te komen.

Onze startplaats is de enige operationele zaak: Læknishúsið, het oude doktershuis dat sinds '94 een gezellig pannenkoekenhuis is waar je ook kunt logeren. Het gouden avondlicht valt over de vallei vol schitterende watervallen en de lucht ruikt heerlijk door de kleurrijke kruiden en bloemen die hier floreren.

Na anderhalf uur stijgen (met een rugzak van iets minder dan twintig kilo op de rug) bereiken we het uitgestrekte rotsplateau met cairns, torentjes van stenen die je kan volgen als er mist is en het pad onzichtbaar wordt. Vanaf hier ben je op het onduidelijke pad, de kaart en jezelf aangewezen.

We wandelen in de buurt van vier anderen die op onze boot zaten, de enige mensen die we de komende vierentwintig uur nog af en toe zullen zien. Ze voelen meteen als vertrouwde kameraden.

De baai en noodhut van Latrar © Natacha Michiels

Aan het einde van het plateau ligt de arctische oceaan in al haar glorie te schitteren. Tranen springen in mijn ogen en ik krijg instant kippenvel en energie. We dalen af naar een rivier, wisselen onze schoenen voor sandalen en voor ik het weet, ben ik mijn eerste echte river crossing aan het doen.

Het is vloed waardoor de brede getijdenrivier tot aan mijn heupen komt, maar de stevige wandeling heeft me goed opgewarmd en het ijskoude gletsjerwater doet mijn vermoeide voeten tintelen. Ik wil vooral niet vallen.

Een dik uur later staat onze tent op in Látrar en eten we gedroogde pasta met kaaspoeder. Ik draag een groen muggennet om de kleine vliegjes weg te houden en het toilet is een gat in de grond met een bril erover, in een houten driehoek met nog meer vliegen. Geen andere voorzieningen op deze "kampeerplaats".

Niet echt wildkamperen (niet toegelaten in natuurgebied), maar het scheelt niet veel. Nu we klaar zijn voor de nacht denk ik voor het eerst terug aan de buitenwereld. Alles wordt herleid tot de essentie: navigeren, eten, drinken, kamp opzetten en genieten.

De natuur en het leven zijn hier zo onvoorspelbaar en overdonderend dat er geen plaats is om aan andere dingen te denken. Lord of the Rings in het echt.

Ik ben dankbaar voor het zachte weer (14°C overdag, rond de 8 's nachts) en vraag me af of ik het even leuk gevonden zou hebben in de regen, de mist of de sneeuw. Het zijn omstandigheden die hier ook in de zomer nog regelmatig voorkomen en waardoor sommige reizigers meer dan achtenveertig uur in een noodhut moeten wachten op een reddingsboot.

Om middernacht kijk ik nog steeds naar de eeuwig veranderende roze wolkjes in de baai. Er zijn geen bomen dus je kan kilometers ver kijken. Alleen mijn vermoeide geest en lijf geven aan dat het bedtijd is.

Hier blijft het altijd licht. Ik vul mijn drinkbus met het zoete water uit de bergrivier en verbaas me over de heerlijke smaak. #NoFilter. Belgisch kraantjeswater zal nooit meer zo lekker zijn.

Amerikaans spookkamp

Geen McDonald's, KFC of Dunkin' Donuts op Hornstrandir, maar toch heeft de VS er een serieuze stempel op gedrukt.

We wandelen van Látrar tien kilometer verder (en weer terug) naar de Straumnes US Army Base, een onwaarschijnlijke plek op de uithoek van een vierhonderdnegenentwintig meter hoge klif. Absurd als je weet dat IJsland zelf geen leger heeft.

De oude walvisfabriek. © Natacha Michiels

De VS bouwde vanaf 1953 drie jaar aan het radarstation en tien jaar later werd het al opnieuw gesloten. Het was een strategisch sterke plek om de Sovjet-Unie in de gaten te houden, maar niemand kon het daar uithouden.

De klif ligt in the middle of nowhere, blootgesteld aan arctische temperaturen, snijdende wind en eeuwig duistere winters. Later hoorden we dat veel soldaten zelfmoord pleegden door van de kliffen te springen, iets waar ik best in kan komen wanneer we na een stevige klim door desolaat gebied eindelijk het kamp zien liggen.

We kijken recht in de poolcirkel en zijn omring door eindeloze fjorden en oceaan. Het kamp ziet eruit als de set van een rampenfilm. We wandelen langs ingestorte betonplaten, een sporthal met basketbalring en barakken overgroeid met felgroen mos.

Gelukkig heerst er een hittegolf (!) en is het achttien graden, droog en voor het eerst ook windstil. The sound of silence is oorverdovend. Ik hoor het bloed door mijn oren stromen en geniet minutenlang van dit unieke gevoel. Waar kunnen we dat nog vinden?

In Látrar horen we 's avonds dat het ene pad dat we morgen willen nemen, weggespoeld is door een waterval en het andere afgebrokkeld is van een klif. We zouden normaal nog verder trekken maar moeten onze tocht ongewild inkorten om de boot op tijd te kunnen halen.

Blijkbaar staat er maar een deel van de paden op de kaart en daar kunnen we niets aan veranderen. Met dank aan de fellow travellers voor de waarschuwingen.

Onze tocht is niet echt wat je associeert met vakantie. Ik ben nu drie dagen offline. Normaal gezien hadden we zeker al een paar foto's gedeeld met vrienden maar dat zal nog minstens drie dagen moeten wachten. Voor de rest heb ik geen entertainment nodig. Dit voelt als het echte leven, zonder bubbels en franjes. Hier (over)leven geeft me een gigantische boost.

Die avond genieten we opnieuw van een grandioos schouwspel: ijsmist, gevormd door het verdampen van ijsblokken die losgekomen zijn van Groenland, ongeveer vijfentwintig mijl ver in zee. In tien minuten is de vallei gevuld. Magisch. Pas wanneer we nog maar twintig meter kunnen zien en alles koud (5°C!) en klam is kruipen we in de tent. Toch met een beetje angst voor de tocht terug naar Hesteyri morgen.

Hesteyri en engelwortel © Natacha Michiels

Birna

De brandende zon verdrijft de schijnbaar ondoordringbare mist in de baai en plots is de hemel stralend blauw. Mijn lichaam ontspant zich. Ik was mentaal voorbereid op een uitputtende tocht over de berg, zonder zichtbaarheid en met een redelijke kans om te verdwalen. Gelukkig zijn we terug uit de vallei (en over de rivier, bij eb blijkbaar op enkelhoogte) voor de mist rond de middag terugkeert.

We steken een tandje bij en stappen stevig door in de brandende zon om niet ingehaald te worden door het weer. In de namiddag staan we terug in Hesteyri, veel vroeger dan verwacht maar door het verdwijnen van de paden hebben we geen andere keuze.

Tenzij we de gevaarlijkste weg zouden nemen: bij laag tij over de kliffen, met kettingen en touwen. Zelfs locals vinden het risico te groot dus we passen.

We genieten van de natuur, plukken polsdikke rabarberstengels en maken heerlijk zoete moes. Lekkere afwisseling na al het gedroogde trekkerseten.

In de oude school praat ik met Birna Pálsdottír die al sinds de jaren 60 naar Hesteyri komt, het pannenkoekenhuis opende en hier in de zomer niet weg te krijgen is.

Door het raam zie ik de eerste van de vijf coffee tours van de dag arriveren, een vijftigtal cruiseboottoeristen die een wandeling van twintig minuten maken en dan pannenkoeken met koffie krijgen. Zelfs hier is het massatoerisme blijkbaar al doorgedrongen, of toch op sommige dagen en maar in één baai van het schiereiland.

De heldere, vierentachtigjarige Birna heeft voor haar dertiende nooit een tomaat gezien, reisde naar verschillende plekken in de wereld, maar wil toch nergens anders zijn dan hier. De groei van het toerisme stoort haar niet, er is genoeg plaats voor iedereen.

Ze vertelt me over de bloeiende economie toen de fabriek nog bestond, maar ook over het harde leven en het afscheid van Hesteyri als woonplek.

Haar verhalen geven de personages uit Halldór Laxness' boeken -perfect leesvoer voor onderweg- nu ook een decor. Hesteyri is food for the soul, herhaalt ze, en ik kan me daar helemaal in vinden. Zeker op een zonnige dag als deze.

Al zegt ze ook dat solo hiking verboden zou moeten zijn in het natuurgebied. Veel te veel ongelukken, veel te gevaarlijk.

Reality check

Na een luie dag in de zon en wandeling naar de walvisfabriek geeft de wind 's avonds een voorproefje van hoe het hier kan zijn. We krijgen bezoek van twee poolvossen en kijken naar de zonsondergang die het fjord onderdompelt in goud-roze licht.

Laagtij in de vallei van Latrar. © Natacha Michiels

Ik ben moe, de huid in mijn gezicht is uitgedroogd, ik heb twee gigantische blaren, zou heel graag een proper toilet zien en eigenlijk kijk ik toch wel uit naar een warme douche. Al zou ik hier evengoed nog een hele week willen blijven, zonder zware rugzak.

De rust in mijn hoofd en de ontelbare prikkels van de natuur winnen met uitstek van de constante communicatie, computers en de dagelijkse ratrace. Shortcut to mindfulness.

Tot ik de volgende ochtend wakker word van een luide knak: één van de pas herstelde palen heeft het begeven in de loeiharde wind die zijdelings op onze tent inbeukt. We schieten onze kleren aan en halen in recordtempo de tent naar beneden en uit elkaar.

Mijn sjaal zit strak rond mijn gezicht gewikkeld en ik moet mijn muts opnieuw vastbinden zodat ze niet van mijn hoofd gerukt wordt.

In het pannenkoekenhuis bekomen we van ons ochtendavontuur. Als dit aan de andere kant van Hornstrandir gebeurd was hadden we stevig in de problemen kunnen komen. Gelukkig zijn er nog de noodhutten met telefoons, maar daar wil je liever niet terecht komen.

Het lijkt een einde in mineur, maar wij zijn vooral dankbaar dat het op de laatste dag gebeurde en dat niemand gewond geraakte in het staartje van de storm.

Een uur later zitten we alweer buiten te ontbijten met onze nieuwe vrienden. En wil ik toch blijven...

Drie dagen later vinden we een nieuwe tent in Akureyri en krijgen we bericht dat de hersteldienst ons volledig zal vergoeden. Wat een opluchting en wat een service! IJsland is al zo'n duur land.

Tijdens de boottocht terug krijgen we bezoek van een bultrugwalvis die een stuk met ons meezwemt. Een mooier afscheid van Hornstrandir had ik me niet kunnen bedenken.

Ik kan me nog maar een beetje voorstellen hoe het hier moet zijn tijdens slecht weer en weet niet of ik dat mentaal had volgehouden.

Respect voor andere wandelaars die hier grote trektochten doen. Je bent hier op jezelf aangewezen, er is niemand die zegt wat je moet of mag doen en je bent letterlijk verantwoordelijk voor je eigen leven. We leven in een wereld waar zowat alles geregeld en vastgelegd is in gedetailleerde plannen of procedures.

Straumnes US Army Camp 2. © Natacha Michiels

Het is vooral bevrijdend maar tegelijk ook een beetje beangstigend om op je eigen oordeel en gevoel te vertrouwen en voor elkaar te zorgen. Ik kan niet anders dan aanwezig zijn en te vergeten wat er in de rest van de wereld gebeurt.

Het is lang geleden dat ik me zo vrij en vervuld voelde. De natuur, het dagelijks (over)leven en de band die je met je partner en de andere hikers smeedt zijn interessant genoeg.

Dat gevoel wil ik vasthouden, wetende dat ik niet meer nodig heb om gelukkig te zijn. Food for the soul.