'Net de Efteling, maar dan in het echt', herinnert Jantine van Peski zich haar eerste indruk van Waulsort. De Nederlandse studeerde in 2011 af aan de Antwerpse Modeacademie en werkt sindsdien als freelanceontwerpster. Drie zomers geleden belandde ze samen met haar partner en drie kinderen toevallig in het gehucht aan de Maas, op zoek naar een te renoveren buitenverblijf. 'De hoge rotspartijen, de brede rivierbocht, het oude veer, de kastelen en de typische landhuizen, ze zorgen voor een idyllisch plaatje. Hier waan je je meteen echt ver van huis.'
...

'Net de Efteling, maar dan in het echt', herinnert Jantine van Peski zich haar eerste indruk van Waulsort. De Nederlandse studeerde in 2011 af aan de Antwerpse Modeacademie en werkt sindsdien als freelanceontwerpster. Drie zomers geleden belandde ze samen met haar partner en drie kinderen toevallig in het gehucht aan de Maas, op zoek naar een te renoveren buitenverblijf. 'De hoge rotspartijen, de brede rivierbocht, het oude veer, de kastelen en de typische landhuizen, ze zorgen voor een idyllisch plaatje. Hier waan je je meteen echt ver van huis.' Jantine en haar gezin zijn niet de eersten die op slag verliefd werden op het dorp, dat vandaag nog een vierhonderdtal inwoners telt. In de 19de eeuw gingen verschillende kunstenaars hun voor. De treinhalte Waulsort op de spoorlijn Dinant-Givet maakte het vanaf 1871 nog makkelijker te ontdekken. Schrijver Hendrik Conscience bracht er een paar zomers door met zijn kleinzoon, kunstschilder William Turner maakte er schetsen van die vandaag in de Tate Britain worden bewaard. In Anseremme, een dorp verderop, verzamelde kunstenaar Félicien Rops creatieve koppen rond zich in zijn Colonie d'Anseremme. In hun kielzog volgde de toenmalige Brusselse jetset. 'Het was toen bon ton om de stad in het weekend met de trein te verlaten en de gezonde buitenlucht op te zoeken', vertelt Jonathan Porignaux. Naast gids is hij ook beheerder van het Erfgoedmuseum van de gemeente Hastière, waartoe Waulsort vandaag behoort. 'De eerste herbergen duiken in dezelfde periode op en groeien snel uit tot grand hôtels en sanatoria. De rijke burgerij bouwt er landhuizen en kleine kastelen om er de hele zomerperiode, tot aan de eerste jachtschoten, door te brengen.' Er wordt volop gewandeld, getennist, gefietst en met de opkomst van de eerste auto's worden er ook rally's gereden. Aan de plage genieten bezoekers en seizoenbewoners van watersporten, zoals vissen en kanoën. 'Waulsort wordt doorheen de jaren een plek om met status te pronken en vakantie te vieren met een select groepje vrienden.' 'Pavillon de l'Horloge' vormen de mozaïeksteentjes op het terras van het buitenverblijf van Jantine. Een herinnering aan het Café de l'Horloge in Elsene, dat vooral door rijke cinefielen werd bezocht. In de jaren twintig verruilde de eigenaar en uitbater Emile Schultès de hoofdstad voor een nieuwe plek in Waulsort. Hij kocht er een landhuis met uitzicht op de Maas en liet het uitbreiden met een open veranda en orangerie. 'Die plannen zijn getekend door Edouard Frankinet', weet Jantine. De Waalse architect was rond de eeuwwisseling vooral actief in Brussel, waar hij verschillende art-nouveauparels neerzette. Na de verwoestende Eerste Wereldoorlog bouwde hij Dinant, waaronder het casino, weer op. In de huidige eetkamer van Jantine hangt een ingekaderde affiche waarop de opening van het Pavillon aangekondigd wordt in 1923. Het zegt meteen waar het op staat: 'Het paviljoen is enkel voor een select publiek bestemd.' 'Een oude postkaart die ik bij een antiquair vond, bewijst meteen hoe exclusief het er was: een Rolls-Royce met chauffeur staat er samen met andere wagens geduldig te wachten voor de gietijzeren poort van de tuin.' 'Schultès was een sublieme zanger', weet Francine Lamontagne, een lokale ambtenaar, daar nog aan toe te voegen. 'Het werd altijd razend druk in het café wanneer hij achter de piano plaatsnam om met een potlood tussen de tanden Tino Rossi te parodiëren.' In de gloriedagen van Waulsort, midden jaren dertig, telde het dorp naast het Pavillon de l'Horloge nog negen andere cafés, twaalf boetieks en tien luxehotels. Het Grand Hôtel Regnier was het eerste Europese hotel met een ondergrondse parkeergarage en had een majestueus restaurant dat ook in Parijs of London niet had misstaan. Maar toen kwam de oorlog. Nadat de Duitsers werden verslagen, verliet ook de burgerij stelselmatig het mondaine vakantieoord. 'De groeiende populariteit van de campings die na de oorlog buiten het dorp werden gebouwd maakte van Waulsort een minder exclusieve plek', weet Jonathan Porignaux. 'Toen de automobiel het vervoermiddel bij uitstek werd, koos de rijke klasse ervoor om de wijde wereld in te trekken. De landhuizen en villa's werden verkocht, de cafés trokken een ander publiek aan en de luxehotels sloten een na een de deuren.' Als laatste ook het Grand Hôtel Regnier, dat sinds 1995 stond te verkommeren. Ondanks jarenlange aankondigingen van renovaties zal het binnenkort volledig worden afgebroken. Afgelopen zomer stortte het deels in, waardoor het een gevaar vormt voor de omwonenden. Desondanks ademt Waulsort vandaag nog steeds zijn verleden van glorie en grandeur. Op de rue des Villas flaneer je langs belle-époquehuizen, Maas- en tudorpaleizen. Netjes opgeknapt of in volle renovatie. De oude, overwoekerde spoorweg scheidt ze van de oude hotels en cafés aan de waterkant. Een trein werd er al decennialang niet meer gezien. Hier en daar hangen infoborden met hapklare brokjes geschiedenis, maar het valt op dat er geen 'te koop'-borden te zien zijn. Stedelingen lijken Waulsort de laatste jaren te hebben herontdekt. Kunstenaar Koen Broucke kwam zich er recent vestigen, net als de vroegere eigenaars van de Antwerpse discotheek Red & Blue. Afgelopen zomer kochten de oprichters van het interieurmerk Zangra zowel het paviljoen van het veer op als het beruchte Manoir des Statues, tot dan een populaire plek voor urbex-toerisme. 'Er zijn plannen om de ruïne herop te bouwen tot een woonhuis en luxueuze gîtes', weet Jonathan Porignaux. Oorspronkelijk behoorde dat ook tot de plannen van Jantine. 'Wilden we de commerciële verhuurnormen halen, dan hadden we delen van het interieur helemaal moeten verpesten. We hebben het huis met zoveel zorg en oog voor detail gerenoveerd dat we dan maar besloten om daarvan af te zien. Dan houd ik het Pavillon liever enkel voor familie en vrienden. De hele zomer lang is het hier een zoete inval. Dit huis leent zich er ook toe, hier kun je echt vakantie vieren.' Tussen het met zorg uitgekozen antieke meubilair en de vele zwart-witfoto's uit het interbellum heb je slechts een klein beetje verbeelding nodig om de liedjes van Tino Rossi en het gelach om Schultès' parodieën door de gang te horen weerklinken. J'attendrai, le jour et la nuit, j'attendrai toujours, ton retour, zong Rossi in 1937. En nu wacht Waulsort geduldig zijn tweede gloriegolf af. Instagram: @pavillon_de_lhorloge_