Een week kanovaren en wildkamperen in het ongerepte Zweden? Mijn eega bedankt feestelijk voor het gebrek aan comfort dat into the wild te verwachten valt: geen toilet, geen douche, een dun matrasje, een tent en - in het beste geval - een boomstronk als zitje. Als het waar is dat een kanotrip de ultieme relatietest is, voorspelt haar weigering weinig goeds. Dochterlief, thirtysomething en half verwilderd aan de Ierse westkust, ziet back to basics daarentegen hé-le-maal zitten. Zozeer, dat ze in haar queeste om zo weinig mogelijk bagage mee te nemen, het avontuur aanvat met een haast spartaanse mentaliteit. Koffie wimpelt ze af als overbodige luxe, en de halve keukenkast die ik als bourgondiër het liefst zou meezeulen al helemaal. We zijn nog niet weg en het begint al.
...

Een week kanovaren en wildkamperen in het ongerepte Zweden? Mijn eega bedankt feestelijk voor het gebrek aan comfort dat into the wild te verwachten valt: geen toilet, geen douche, een dun matrasje, een tent en - in het beste geval - een boomstronk als zitje. Als het waar is dat een kanotrip de ultieme relatietest is, voorspelt haar weigering weinig goeds. Dochterlief, thirtysomething en half verwilderd aan de Ierse westkust, ziet back to basics daarentegen hé-le-maal zitten. Zozeer, dat ze in haar queeste om zo weinig mogelijk bagage mee te nemen, het avontuur aanvat met een haast spartaanse mentaliteit. Koffie wimpelt ze af als overbodige luxe, en de halve keukenkast die ik als bourgondiër het liefst zou meezeulen al helemaal. We zijn nog niet weg en het begint al. Een string is lichter dan een boxershort. We hebben elk ons eigen tentje, want naar verluidt snurk ik. (Alsof canvas isoleert.) Met ruim tien kilo meer bagage verschijn ik aan de start, een nederlaag te wijten aan de rookworsten, oude kaas en huisgemaakte havermoutkoekjes die ik achter haar rug meesmokkel. Ter excuus: ook mijn fototas is heel zwaar. Op de parking in Antwerpen worden onze vermoedens over de leeftijd van de medereizigers terstond bevestigd. Route du Soleil, een touroperator begonnen als studentenproject en bekend geworden met liftwedstrijden naar Barcelona, mikt voornamelijk op studenten, van 17 tot 26. Dubbel zo oud, voel ik me in eerste instantie een verdwaalde ouder op schoolreis, maar gelukkig 'meneert' zelfs de beleefdste jeugd van tegenwoordig mij na enkele dagen niet meer. Tien kilometer ten zuiden van Arjang, in de provincie Värmland, slaat kanoverhuurder Preben de Vlaamse invasie van zijn bivak meewarig gade. Maar deze krasse tachtiger heeft als ex-militair, outdoorspecialist en survivalinstructeur (voor onder anderen Bartel Van Riet en een resem Duitse televisiefiguren) al voor hetere vuren gestaan. De kooksetjes bij ons voedselpakket heeft hij vele jaren geleden voor het Zweedse leger ontwikkeld. Over de inhoud van het voedselpakket waarmee Route du Soleil ons een week op pad stuurt, is mijn dochter Taissa minder te spreken. 'Twee kilo muesli! Twaalf plastic bekers pasta! Een grote bus mayonaise! Vier pakken beschuiten en twee rollen rijstwafels.' Zelf heeft ze zich voorzien van minitubes ditjes en datjes, elke gram textiel nauwkeurig afgewogen, met een pluimgewicht als resultaat. En nu staan hier onder de stralende zon plots twee kartonnen dozen met veel volume, glazen bokalen en een liter melk die morgen al bedorven is. Ik laat haar de keuzes maken en trek me terug aan het kampvuur, voor een eerste Zweedse zomernacht. Het regent, een worstcasescenario voor de gelegenheidskampeerders en -kanovaarders die we zijn. Slaapzakken en matjes proppen we in de waterdichte ton, die berg conserven mag nat worden. Vermits de sterkere van het duo achter in de kano moet, zit Taissa vooraan, de landkaart binnen handbereik. Twintig kilometer per dag hebben we voor de boeg, op de eerste dag gekruid met een landtransport van drie kilometer tussen waterlopen. Waar we precies over land moeten naar de volgende plas, zoekt Taissa uit, één oog op de oever, één oog op het kompas. Maar als we de kano in regen, wind én golven te water laten en ik dochterlief voor mij wiebelend zie zuchten, vrees ik even het ergste. Die rilling over haar rug! Niet kantelen is nu een obsessie, maar ze vermant zich snel. Zolang het motregent deren de buien ons niet. Windstoten zijn vervelender, want golven lijken zo laag op het water snel hoog. In principe ben ik de stuurman, maar een rechte lijn houden is op Västra Silen, het grootste meer deze week, niet evident. Na twee uur peddelen gaan we in een rietveld aan land, samen met enkele andere duo's die ongeveer gelijktijdig zijn vertrokken. Solidariteit troef! We helpen elkaar de zwaar geladen kano's aan land en op de wieltjes te sleuren, duwen met vier man de lompe last over het zandstrand. En dan drie kilometer over het asfalt, te beginnen met een klim. Een steile klim, rekening houdend met onze bagage in een onhandig manoeuvrerende oversized kruiwagen. Te zwaar om nodeloos verloren te lopen. Als de kaart geen uitsluitsel geeft, biedt de smartphone soelaas. Voor ik de mijne gevonden heb, geeft Taissa de juiste richting al aan. 'Aan die rode schuur rechts, die grindweg naar beneden.' Voor we de kano te water laten, lunchen we op de oever, een eerste test voor Prebens kookset. Soep? Pasta? Kampvuurrook markeert het eerste bivak, een pittoresk schiereilandje in Iron Lake. We zetten onze tent onder de dennen op de punt, zo ver mogelijk van de shelter, het afdak waar het straks feest is. Nog dieper in het bos staat een toilethuisje, zonder water. Wassen doen we immers in de rivier, dus vul ik ons drinkwater bij midden in de stroom (niet thuis te proberen). Taissa stelt vanavond het menu samen, gebaseerd op de grootte der blikken: sperziebonen, mais, ananas en een volumineus pak noedels. Een pak van haar hart. Dan duiken we voor een bad het frisse water in, want de zon schijnt nog volop tot na negenen. Voor het écht donker is, liggen we uitgeteld onder zeil. Vroeg in de ochtend lijkt ons bivak een rommelig festivalterrein, dertig tenten op een kluitje. Over enkele uren zal de Zweedse wildernis hier weer zijn maagdelijke zelf zijn, maar daarop wachten we niet. Voor het kamp ontwaakt zitten we al op het water. Bij slecht weer adviseert de routebeschrijving de oevers te volgen, maar onder een stralende zon beslissen we het brede meer te dwarsen. Een beetje overmoedig, want algauw wakkert de wind aan. Hoe verder van de oever, hoe hoger de golven. Als we ze parallel nemen, slaan de witkoppen over de rand. 'Loodrecht op de golven', beveelt Taissa ongeduldig. Zigzaggen duurt veel langer, maar is nu een noodzaak. De kanovaarders die hier straks zullen kapseizen, hebben bij het kampvuur alvast het strafste verhaal. Naar Zweeds allemansrecht mag je op elk privaat land 24 uur overnachten, maar vuur maken mag alleen in de vuurkringen bij de officiële shelters. Vanaf dag drie, op het mooie Östra Silen, een meer bezaaid met eilandjes en pittoreske inhammen, moedigt Route du Soleil je aan je eigen gang te gaan. Je kunt kiezen voor een korte, lange of heel lange variant en her en der zijn mooie shelters te vinden, zodat de groep snel uitdunt. Zonder de tijdrovende landtransporten van de eerste dagen, meren we al rond vier uur aan bij Sillebotten, eindpunt van de langste variant. We palmen een piepklein strandje in, helemaal voor ons, duiken van de rotsen en stoken een vuurtje. Slechts acht boten bereiken deze uithoek; diehards die volop voor de natuurervaring gaan. Er wordt zelfs een eerste vis gevangen, broederlijk gedeeld bij het kampvuur. Vroeg in de ochtend ligt het meer er rimpelloos bij, glad als een spiegel. Kanovaren is nu puur plezier, meditatief op het ritme van de plons van onze spanen. Intussen leest Taissa kaart en kompas als een volleerd spoorzoeker, hoe onoverzichtelijk de oevers ook mogen zijn. We slagen er zelfs in een rechte lijn aan te houden, pal naar het zuiden. In de verte roepen visarenden. We meren aan op een gladde rots tegenover het arendsnest en zien de voederbeurt geduldig aan, een natuurdocumentaire die zo lang duurt als onze lunch. Goed dat ik een verrekijker (750 gram) meezeul, plaag ik Taissa terwijl ze het prille kuiken in het nest bewondert. De groep vaart vandaag door de sluis naar het westelijke Silen, maar wij blijven in het oosten en palmen een eilandje met shelter in, helemaal voor onszelf. Rust, overweldigende rust. En routine, een zorgeloze routine: hout sprokkelen, vuurtje stoken, potje koken. We hebben alle tijd, dus geen snelle lucifers. Taissa zal en moet vuur maken met een vuursteen, zelfs al kost het haar een kwartier en een blaar op haar strijkvinger. Overbodige bagage blijkt nu niet meer te bestaan. We schommelen in de hangmat, aperitieven met pastis aangelengd met rivierwater, grillen rookworst, poken in het vuur en delen de laatste whisky, klinkend op een geslaagd avontuur.