Als je de Alpen over bent en het vliegtuig de afdaling inzet naar Milaan, zie je bij mooi weer de meren goed liggen. Het grote Lago Maggiore, half in Zwitserland, half in Italië; de omgekeerde Y van het Lario- of Comomeer, en wat kleinere vlekjes die het Iseo-, Varese- en het Ortameer moeten zijn.

Het Comomeer, met zijn luxueuze villa's, is het meest glamoureuze. Como, de zijdestad, ligt onder aan het ene been. Vlak erbij ligt Cernobbio, beroemd om de Villa d'Este, een luxehotel met een indrukwekkend park, gebouwd in de zestiende eeuw als zomerverblijf voor de kardinaal van Como. Sinds 1929 wordt er de jaarlijkse Concorso d'Eleganza voor oldtimers gehouden. Het typeert meteen de stijl: in tegenstelling tot het meer oostelijk gelegen Gardameer, dat met zijn vlakke oevers geschikt is voor surfers en kampeerders, rijzen aan het Comomeer de oevers steil op en worden de villa's afgeschermd voor pottenkijkers, vaak zijn ze alleen per boot bereikbaar. Die van George Clooney onder andere, en die van wijlen Gianni Versace, waar hij Elton John, Sting, prinses Diana en Madonna ontving. Na zijn dood werd die gekocht door een Russische miljonair.

Pescallo, een dorpje aan het Comomeer. © Agnes Goyvaerts

Wijlen de nachttrein

Ooit vertrok elke vrijdagavond in Oostende een nachttrein naar Milaan. Je kon opstappen in Gent of in Brussel, en bij het ochtendgloren werd je gewekt door schokken, geroep en gerinkel van kettingen, wat betekende dat je de Zwitsers-Italiaanse grens over was, station Chiasso. De eerstvolgende halte was Como. Het stadje sliep nog, maar één barretje aan de pier was open, en na een sterke espresso kon je dan op de eerste boot stappen die het meer opvoer. Het ging zigzag van linker- naar rechteroever en terug, als een boemelboot die alle dorpjes aandeed en de bewoners naar hun werk bracht. We stapten uit met onze koffers en zagen de zon opkomen in ons roze hotel. Ik sloot het Comomeer in mijn hart, en ben er nog vaak teruggekeerd. De zigzagboot bedient nog steeds de dorpjes van het meer, al stappen er nu vooral toeristen op en af. Ze komen voor de fraaie paleizen, de schitterend onderhouden tuinen met exotische planten en de sfeer van vervlogen tijden.

Een gevel in Orta San Giulio. © Agnes Goyvaerts

Casa clooney

In het mij onbekende dorpje Pognana Lario heb ik een geschikt vakantieappartement gevonden, voor weinig geld. Halverwege tussen Como en Bellagio, langs een heel smalle en kronkelige weg - waar de plaatselijke chauffeurs doorvlammen alsof het een boulevard is - worden we opgewacht door vader en zoon verhuurders. Ze nemen onze handbagage over en het daagt me al snel waarom deze plek onbekend en betaalbaar is: het dorpje is uitsluitend te bereiken langs een oneindig lijkende reeks trappen van glimmend gesleten ronde keitjes. Enigszins buiten adem zijgen we neer op ons terrasje, nog net op tijd om de zon te zien zakken achter de bergen en het meer. Betoverend. 'Kijk,' wijst de huiseigenaar naar de overkant, 'daar, met die witte tent op het gras, dat is Villa Oleandra van Clooney.' In de slaapkamer ligt zelfs een verrekijker. Waren we hier enkele maanden eerder geweest, dan hadden we misschien prins Harry en Meghan Markle kunnen spotten, die zich hier een weekend verschansten. Maar we zijn geen paparazzi, dus lopen we de trappen weer af naar het enige restaurant, waar we onder een slinger gekleurde lampjes genoeglijk eenvoudig dineren. We besluiten de auto te laten staan waar hij staat en de komende dagen gebruik te maken van boot en bus.

De prachtige tuin van Villa Carlotta. © Agnes Goyvaerts

Gevangen in eigen huis

De volgende morgen dalen we af naar de aanlegsteiger - ik tel 388 brede treden - en wachten we tot de boot voor Moltrasio -aan de overkant - aanlegt. Het is een tussenstop van een halfuur voor een andere boot ons terugbrengt naar 'onze' oever, naar Torno. Dat heb je met die zigzagboten, goed als je zoals wij tijd zat hebt. In Torno logeerde ik vroeger in een operetteachtig roze hotel met een zandstrandje en een aanlegsteiger. We klimmen naar het centrum en ik ga ernaar op zoek. Villa Flora staat nog vermeld op het stadsplan, maar ik vind het niet. Langs de weg staat een dame druiven te knippen in de voortuin. 'Hebt u Villa Flora nog gekend?', vraag ik haar in mijn beste Italiaans. 'O ja, dat mooie renaissancehuis. Het is afgebroken en er is een Amerikaans vijfsterrenhotel in de plaats gekomen. Heel treurig', vindt ze. 'Het is hier te druk geworden, troppo gente, troppo macchine, in het weekend ben ik een gevangene in mijn eigen huis', en ze geeft me uit medeleven haar mand met groene druifjes mee. We zakken terug af naar de embarcadero en zien dat ristorante Vapore gelukkig open is. We lunchen heerlijk op het terras tussen Italianen, terwijl het water zachtjes tegen de kaaimuur klotst. George Clooney is hier onlangs geweest, lees ik in een plaatselijke krant.Op de motor, alleen met een lijfwacht. Stel je voor.

Mee met de massa

De volgende dag nemen we een boot naar Tremezzo en we zijn niet alleen. Villa Carlotta is een publiekstrekker, en terecht. Je kunt door het statige huis wandelen en mooie kunstwerken bewonderen, maar onwillekeurig loop je toch weer naar buiten, om te verdwalen in de unieke 70.000 m2 grote tuin. Er zijn meer dan 150 soorten azalea's en rododendrons, oude camelia's en ceders, immense platanen en sequoia's, overal zijn er die lekkere geuren en het unieke decor van het meer en de bergen.

Van hier steken we over naar Bellagio. De boot is groot, maar overvol. Amerikanen met dure koffers kijken hun ogen uit en fotograferen. 'Daar, Villa del Balbianello,' wijst er een met de gids in de hand, 'waar Star Wars II is gedraaid en Casino Royale van James Bond.' Bellagio is een van de schilderachtigste en bekendste toeristenplaatsen aan het meer. (Het feit dat er in Las Vegas een Hotel/Casino 'Bellagio' werd gebouwd, met muzikale fonteinen, zegt genoeg). We flaneren even mee met de massa en maken nog een ommetje over de heuvel (trappen!) naar Pescallo, een gehucht dat nog zijn stille charme heeft behouden. Tegen de avond nemen we de lijnbus terug naar ons trappendorp, wat met de sportieve rijstijl van de chauffeur best avontuurlijk is.

Hotel La Pergola. © Agnes Goyvaerts

Alessi & Lagostina

Het lijkt verleidelijk om van het Como- naar het Ortameer te rijden langs de kleinere wegen, maar het is geen goed idee: veel verkeer, dorpen zonder enige charme, opeenvolgende verkeerslichten. We volgen de raad van mevrouw gps (zonder geluid, want haar Hollandse uitspraak zorgt enkel voor verwarring) en nemen een stukje autostrada. Voorbij Borgomanero naderen we onze bestemming. Plots ontwaren we tussen de bomen het meer, met middenin het karakteristieke eilandje. Orta San Giulio ligt op een landtong, met rondom een wandelpad. De villa's op de oever zijn hier bescheidener of verborgen achter blauwe hortensiahagen. De grote troef van ons hotel is het uitzicht op het eilandje, met mistslierten 's morgens bij het ontbijt, mysterieus verlicht bij het avondmaal. Het is niet de beste keuken van Orta, maar veel wordt vergeven als de oude kelner met een rammelende kar vol nagerechten rond komt.

Een linnenwinkel in Orta San Giulio. © Agnes Goyvaerts

Het centrum van Orta San Giulio bestaat uit één straat, onderbroken door het centrale plein. Met de roep ' Al'isola? Al'Isola?' lokken gebruinde binken met een zeemanspet toeristen naar het eilandje. Dat is bijna geheel ingenomen door een basiliek uit de negende eeuw en een benedictijnenklooster. Je kunt naar het klooster wandelen langs 'het pad der stilte', dat geprangd ligt tussen de kloostermuren en de villa's die aan de oevers liggen en privébezit zijn. Het is sfeervol, maar je bent snel rond. Je kunt ook een rondvaart van het meer doen, of de waterbus nemen naar de noordelijke punt, het bedrijvige stadje Omegna. Dat is bekend om drie zaken: Bialetti, maker van de iconische koffiekannetjes, Lagostina, voor de mooie kookpotten en Alessi. In de fabriekswinkels zijn koopjes te doen. (Meneer Alessi zelf woont op de heuvelflank tussen San Giulio en Omegna).

Isola San Giulio, een eiland in het Ortameer. © Agnes Goyvaerts

Ronde mama

's Morgens trekken we de wandelschoenen aan en volgen we het wandelpad langs het meer. Dat klimt op een bepaald moment naar een merkwaardig oosters aandoend gebouw, Villa Crespi, een vijfsterrenhotel. Vandaar vertrekt een weg, de Sacro Monte op. Er is weinig volk en we wandelen door het beschermde park naar boven, waar op 400 meter hoogte 20 kapellen staan, met 376 levensgrote beelden en fresco's gewijd aan het leven van Franciscus van Assisi. Ze staan stuk voor stuk op de Werelderfgoedlijst van Unesco en zijn allemaal uniek van ontwerp. Doordat de bouw ervan tweehonderd jaar (1590-1790) duurde, is het een mix van stijlen. Het is bizar en intrigerend, en ik betreur dat het enige cafeetje dat er ooit was, gesloten werd. Het was een zalige plek om te rusten, en nu moeten we het doen met een flesje uit de automaat. We zakken af langs de trappen (!) en nestelen ons in de hoofdstraat op het terrasje van de enoteca 'Re di Coppe', een kleine bar met een geweldige keuze aan drank. Het is middag en we krijgen bij ons glas prosecco een resem hapjes, zodat we nog maar net genoeg plaats in de maag hebben voor een pizza bij La Lampaia. Nothing fancy, maar een ronde mama met een haarnetje en een ober met fiere snor maken onze dag goed.

Na een middag aan het zwembad keren we terug naar de Piazza Motta.

De laatste dag staat er nog een toeristische uitstap op het programma, de Mottarone. De berg is met zijn 1491 meter het hoogste punt van het gebergte tussen het Lago Maggiore en het Ortameer. Van op de top heb je een uitzicht over zeven meren in de omgeving en op de Alpen. Wie wil, kan afdalen langs de andere flank en landen op een terras in Stresa, aan het Lago Maggiore. Maar wij zijn te zeer gehecht aan de geborgenheid van Orta, en drinken als afscheid een ijskoude Peroni op ons balkon.

Erheen

Naar het Comomeer kun je makkelijk met de trein vanuit Milano Centrale. Vanuit Como met de boot naar alle dorpen. Luchthaven Linate is de dichtste indien je een auto huurt.

Naar het Ortameer neem je het best de (huur)auto. Luchthaven Malpensa is de dichtste.

Eten, drinken & slapen

Ortameer

Shoppen

- Alessi outlet, Via Privata Alessi, 6, 28887 Crusinallo/ Omegna.

- Lagostina outlet, Via IV Novembre 37, 28887 Omegna VB.

- Penelope huishoudtextiel van Bertozzi, linnen, Piazza Motta 26, 28016 Orta San Giulio.

Logeren

- Albergo La Bussola, klassiek degelijk, met uitzicht en zwembad.

- Hotel San Rocco, Via Gippini 11, met terras aan het meer, wat chiquer.

- Piccolo hotel Olina, Via Olina 40, bescheiden maar netjes.

Aperitieven

- Enoteca Re di Coppa, Piazza Mario Motta 32, met uitstekende wijnen.

- Pan & Vino, Piazza Motta Piazza Mario Motta 37, met een enorme schotel aperitiefhapjes.

Varen

- navigazionelagodorta.it

Comomeer

Varen

- navigazionelaghi.it/lago-como

Eten

- Torno: Embarcadero, met terras aan de aanlegsteiger.

- Bellagio: Bilacus, Salita Serbelloni 32, niet duur, met een terras boven de drukte van de winkelstraat.

- Pognano Lario: La Meridiana, Via Aldo Moro, eenvoudig, vriendelijke bediening.

- Pognano Lario: Macelleria Pennino, Via Giacomo Matteotti, schitterende slager/traiteur/supermarkt.

- Bellagio hotel & restaurant La Pergola, Piazza del Porto, 4 Pescallo. Het menu is in 20 jaar niet veranderd, terras op het water, buiten de drukte van Bellagio.