Witte reigers vliegen verschrikt op, een paar ogen van een eenzaam nijlpaard steekt boven het water uit, waterlelies vormen een kleurrijk tapijt. Met een speedboot cruisen we door het Kasai-kanaal recht naar Cascades, de CroisiEurope lodge, die op Ntwala ligt, een eilandje midden in de Zambezi. Er zijn slechts acht villa's, die net zoals de gemeenschappelijke ruimtes traditie en klasse uitstralen. Het leven in de lodge is ontzettend relaxed, het eten is er lekker. Ook het contact met de tien andere gasten loopt vlot, we hebben er tenslotte al een dagje Johannesburg op zitten. Hippoliet, een enorm nijlpaard, is een van de vaste huisgenoten en zijn favoriete plekje in de rivier ligt blijkbaar net onder mijn villa. Vanop het terras, pootjebadend in mijn minizwembadje, zie ik een perfecte formatie Egyptische ganzen overvliegen en hoor ik in de verte olifanten brullen. 's Ochtends word ik gewekt door een fluitconcert. De performer is nergens te bekennen, maar op mijn terras zit een prachtige neushoornvogel die af en toe de baspartij voor zijn rekening neemt. Ik wacht tot de zon boven de junglemuur uit priemt en ga ontbijten.
...

Witte reigers vliegen verschrikt op, een paar ogen van een eenzaam nijlpaard steekt boven het water uit, waterlelies vormen een kleurrijk tapijt. Met een speedboot cruisen we door het Kasai-kanaal recht naar Cascades, de CroisiEurope lodge, die op Ntwala ligt, een eilandje midden in de Zambezi. Er zijn slechts acht villa's, die net zoals de gemeenschappelijke ruimtes traditie en klasse uitstralen. Het leven in de lodge is ontzettend relaxed, het eten is er lekker. Ook het contact met de tien andere gasten loopt vlot, we hebben er tenslotte al een dagje Johannesburg op zitten. Hippoliet, een enorm nijlpaard, is een van de vaste huisgenoten en zijn favoriete plekje in de rivier ligt blijkbaar net onder mijn villa. Vanop het terras, pootjebadend in mijn minizwembadje, zie ik een perfecte formatie Egyptische ganzen overvliegen en hoor ik in de verte olifanten brullen. 's Ochtends word ik gewekt door een fluitconcert. De performer is nergens te bekennen, maar op mijn terras zit een prachtige neushoornvogel die af en toe de baspartij voor zijn rekening neemt. Ik wacht tot de zon boven de junglemuur uit priemt en ga ontbijten. De Zambezi- en de Choberivier zijn voor een paar dagen mijn biotoop, met als enige vervoermiddel een boot. Ook de lokale bevolking is helemaal aangewezen op hun kleine mokoros, waarmee ze 's ochtends al heel vroeg gaan vissen. Het is ontzettend relaxed to go with the flow, letterlijk in dit geval. Leven op het ritme van de rivier is teruggaan naar mijn prille jeugd, toen tijd nog een langgerekt begrip was. Om Chobe National Park te kunnen bezoeken, moeten we de grens over naar Botswana, want de lodge ligt in Namibië, op het uiterste puntje van de Caprivistrook. Chobe is een van mijn favoriete wildparken, er leven zomaar even 100.000 olifanten, goed voor een kwart van de Afrikaanse populatie. We verkennen het immense National Park (11.700 km2) eerst per jeep en dan met een bootje. Vanaf het water spotten we veel meer wild, we varen immers door hun levensnoodzakelijke drankvoorraad, de Choberivier. Buffels, aapjes, zebra's en krokodillen, het is alsof ik door een wildcatalogus blader. Giraffen kijken ons nieuwsgierig na, een grote groep impala's moedigt twee mannetjes aan die om het leiderschap vechten. Enkele gaan er zelfs bij liggen. Vrij uitzonderlijk, want als favoriete snack van de meeste roofdieren zijn ze erg op hun hoede.Plots zie ik een grote kudde olifanten afzakken naar de rivier. Perfect synchroon, met hun slurven in dezelfde richting, drinken ze een paar honderd liter water uit de Chobe, die net na het regenseizoen enorm gezwollen is. De baby's worden goed beschermd en manoeuvreren als echte pro's door de wirwar van poten van deze mastodonten. De eerste dagen doen we niks anders dan grenshoppen. 'Deze plek is een echte passport killer', zegt onze gids Lenny. Elke overgang betekent immers een stempel. We varen de rivier af naar het vierlandenpunt waar Zimbabwe, Namibië, Botswana en Zambia elkaar recht in de ogen kijken. Er wordt een brug gebouwd, maar volgens Lenny is dat een tienjarenplan. Iets verder op de rivier nemen we een kijkje op het Impalila-eiland, waar CroisiEurope een tweede lodge volledig in een nieuw jasje steekt. Er zijn ook een dertigtal dorpjes. Lenny neemt ons mee naar het zijne en toont trots zijn huis. De hele familie woont rond de prachtige compound van de grootouders. Ik ontmoet Tom, een rasta wiens erf vol vrouwen en kinderen zit. 'Ik heb maar één vrouw, de rest is gewoon familie', lacht hij, terwijl hij een enorme joint opsteekt. Hoewel hij oogt, rookt en praat als een Jamaicaan, is hij nooit van het eiland af geweest. De dorpelingen brengen tachtig procent van hun tijd op of in het water door. Zwemmen, wassen, drinken, vissen, alles gebeurt in de rivier. Voor hun landbouw pompen ze met een fiets water op uit de Zambezi. De boottochtjes in de late namiddag zijn het leukst, wanneer de Zambezi schittert in het magische zonlicht en er ontzettend veel vogels rondvliegen. Aapjes springen van tak tot tak, een krokodil ligt met open bek wat af te koelen. Als troost omdat we de big five nog niet zagen, zegt Lenny dat we misschien beter focussen op de ugly five. 'Het is net iets minder hooggegrepen', lacht hij. Maraboes, gieren, nijlpaarden, knobbelzwijnen en bavianen kunnen we inderdaad een voor een afvinken en dat terwijl op de oevers de papyrusplanten langzaam rood kleuren in de avondzon. We vliegen een uur lang over het Karibameer in Zimbabwe, dat volgens de piloot van ons vliegtuigje 290 kilometer lang is, en daarmee het grootste artificiële meer ter wereld. Onze boot ligt te blinken bij Zebra-eiland, een van de 293 eilandjes in dit immense meer. Hij doet z'n naam, African Dream, alle eer aan. Niet alleen de omgeving, waar toerisme amper bestaat, maar ook de boot zelf doet wegdromen naar de tijd van de ontdekkingsreizigers. Dit meer moet zowat het best bewaarde geheim van Zimbabwe zijn. Het lijkt alsof we een paar eeuwen terug worden gekatapulteerd: geen lodges, geen andere toeristenboten, geen wifi en zelfs geen telefoon. Ook hier draait alles om water. Toen de dam in 1955 werd gebouwd, werden alle dorpen ontruimd en ongeveer zesduizend dieren verplaatst. Een immense onderneming die 'Operation Noah' werd genoemd. Hoewel Lake Kariba de grens met Zambia vormt, werden alle dieren in Zimbabwe gedropt, in wat nu het Matusadona National Park is. Op het meer is, behalve wat lokale vissers, werkelijk niemand te zien. Dat gevoel van alleen op de wereld te zijn, is uniek. Ik schakel meteen een aantal versnellingen terug. Vanaf het gezellige bovendek van de African Dream lijkt het alsof ik door een fotoboek vaar. De landschappen zijn fenomenaal. Ook de sfeer aan boord is geweldig, we hebben elkaar ondertussen goed leren kennen. Het is allemaal erg kleinschalig en exclusief, er zijn slechts acht suites. De Vlaamse Evy Duville runt de boot met veel flair en kennis van zaken. Ze trakteert ons meteen op een heerlijke maaltijd, want gastronomie is bij het Franse CroisiEu- rope een prioriteit. Het Karibameer staat bekend om zijn half verdronken bomen. Met een tender varen we richting Gache Gache-rivier, waar dit fenomeen het meest uitgesproken is. Een vreemd maar poëtisch mooi landschap doemt voor ons op. Bovendien is het een soort catwalk voor alle mogelijke vogels. Verschillende soorten reigers, arenden, maar ook kleinere vogels azen vanop de dode takken op vissen. Als we tegen zonsondergang zelf de vislijnen bovenhalen, verschijnen er plots overal lokale bootjes met enorme netten, waarmee ze kapenta vangen, minuscule visjes die worden gedroogd en bij het aperitief geserveerd. Water in overvloed en grasland zover het oog reikt, Matusadona NP is een wildparadijs. Onze gids Jasper vertelt hoe bomen onderling communiceren, hoe onze hele huisapotheek in dit park te vinden is en wat je allemaal kunt doen met olifanten- uitwerpselen. Hij organiseert ook een wedstrijd om ter verst impalakeutels spuwen, iets wat hij als kind vaak deed. Niet zo'n goed idee, zo blijkt, want de bittere nasmaak blijft me de hele ochtend achtervolgen. Nog helemaal in de ban van een paar olifanten die een termietenhoop proberen plat te walsen, rijden we plots een heel andere richting uit. Jasper heeft twee leeuwinnen, een jong mannetje en twee welpjes gespot. Ze liggen uitgeteld neer. Zelfs de enorme grasvlakte met tientallen impala's laat hen volkomen koud. Een van de leeuwinnen richt zich even geagiteerd op. De andere twee bewegen nauwelijks, de welpen zijn iets actiever. Een arend neemt een duikvlucht en grist bliksemsnel een witte reiger mee als ontbijt. In paniek vliegen alle andere reigers tegelijk op, over de hoofden van een paar olifanten die de grasvlakte oversteken.Bij zonsondergang komen eenzame mannetjesolifanten een voor een hun drankvoorraad opslaan in het meer. Wanneer de zon achter de horizon duikt, zorgen de silhouetten van de dode bomen tegen een feloranje lucht voor visuele poëzie. Op nog geen zestig kilometer van het meer liggen de grootste watervallen van Afrika, de Victoria Falls, die Livingstone in 1855 ontdekte. De locals noemen ze The Smoke That Thunders. Een naam die spijkers met koppen slaat, want het geluid is oorverdovend en de mist op sommige plekken bijna ondoordringbaar. Het watergordijn veroorzaakt een nevel die tot driehonderd meter boven de waterval uitstijgt en tot op veertig kilometer te zien is. Een enorme regenboog zorgt voor het orgelpunt. Vanuit de helikopter is het nog sensationeler, want krijg ik de 1,7 kilometer lange waterval eindelijk in z'n totaliteit te zien. Een perfecte apotheose.