Een primitieve sauna, diep verscholen in de bossen van het nationaal park Urho Kekkonen, vlak bij het Luirojärvi-meer. We zitten een eind boven de poolcirkel en lijken lichtjaren verwijderd van de bewoonde wereld. Terwijl het buiten -35°C vriest, gooien we nog wat water op de kachel die we stoken met hout en kolen. Sissende stoom. 'Wie durft er in zijn blootje naar buiten te lopen?', daagt expeditielid Anton uit. Even later huppelen zes mannen in adamskostuum een halve minuut uitgelaten in de sneeuw, terwijl boven ons hoofd het noorderlicht danst, een van 's werelds meest impressionante natuurverschijnselen.
...

Een primitieve sauna, diep verscholen in de bossen van het nationaal park Urho Kekkonen, vlak bij het Luirojärvi-meer. We zitten een eind boven de poolcirkel en lijken lichtjaren verwijderd van de bewoonde wereld. Terwijl het buiten -35°C vriest, gooien we nog wat water op de kachel die we stoken met hout en kolen. Sissende stoom. 'Wie durft er in zijn blootje naar buiten te lopen?', daagt expeditielid Anton uit. Even later huppelen zes mannen in adamskostuum een halve minuut uitgelaten in de sneeuw, terwijl boven ons hoofd het noorderlicht danst, een van 's werelds meest impressionante natuurverschijnselen. Nog de hele avond turen we naar de witte en lichtgroene sluiers aan de heldere hemel, vanop een bevroren meer. Met de twinkelende ogen van kleine kinderen, vol verwondering. Tot de kou onze handen en voeten zo geselt dat we de warmte van onze wildernishut weer opzoeken. 'Koester deze dag', zegt Brent, de expeditieleider. 'Wie kan er zeggen dat hij overdag zeven uur met een pulka ( slede, red.) door de sneeuw langlauft bij -30°C en vervolgens het noorderlicht ziet?' Dit is dag drie van een achtdaagse ontdekkingstocht door een van de meest ongerepte nationale parken van Finland. ' This is Lapland as it really is: huge, solemn, unshakeable and mighty', schreef Ester Hjelt-Cajanus, hoofd van een Fins reisagentschap, in 1924 al over dit nationaal park. Wie Lapland echt wil voelen, kiest voor een doe-het-zelfexpeditie door het land van dennenbossen, betoverende sneeuwlandschappen en bevroren meren. Zoals die van Into the Arctic, een Belgische specialist in Laplandreizen. Oprichter Brent D'Hooge begeleidde al zeventien expedities in Urho Kekkonen. Hij post bewust geen blogs of gedetailleerde routes omdat hij dit stukje natuurschoon wil conserveren. Ver weg van de commercie. Wie de natuur liefheeft, wil haar behoeden voor haar ondergang. Het concept van hun 'Taïga poollicht expeditie': als een expeditielid rondtrekken op crosscountryski's - brede langlauflatten met stijgvellen - met één doel: 's avonds de volgende wildernishut halen. We spelen zelf voor husky en trekken onze bagage voort. Wie luxe koestert, blijft beter thuis. Wie graag fysiek en mentaal zijn grenzen opzoekt, voelt zich hier thuis. Brent: 'Onze missie? Voor avontuur zorgen dat je zelden of nooit zelf zou kunnen bedenken zonder vele jaren investeren. Onze expedities zijn voor iedereen haalbaar. Een stevige basisconditie en mentale weerbaarheid zijn wel onontbeerlijk. Ik heb ook al sporters met afgetrainde lijven onderuit zien gaan, omdat ze niet tegen de kou konden. Een klein speklaagje kan helemaal geen kwaad, integendeel', lacht hij. De omkadering zit snor, want voor deze expeditie gaat er uitzonderlijk een tweede gids mee, Willem, medeoprichter van Into the Arctic. Hij kent de Pyreneeën, Noorwegen, het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland en de hele kustlijn van Groenland als zijn broekzak en trekt nu voor het eerst door dit natuurgebied in Fins Lapland. De avond voor de start van de expeditie krijgen we - vier mannen en drie vrouwen - in Kiilopää, een sportcentrum aan de rand van Urho Kekkonen, de briefing voor de komende acht dagen. Die zitten in een strak korset. Om 7 uur opstaan en ons materiaal in compressiezakken steken. Ondertussen hebben de gidsen de houtkachel al aan de praat gekregen en water gekookt. Om 7.15 uur een stevig ontbijt, want door de koude temperaturen verbrandt ons lichaam meer calorieën dan normaal. Overdag zullen we slechts halt houden voor korte pitstops met zoete energiebommetjes en warme thee. Om 8.30 uur starten met langlaufen. Afhankelijk van de sneeuwcondities, de hellingen, het weer en onze conditie leggen we tussen de 15 en 20 km per dag af. Rond 16 uur arriveren we aan de hut, laden we de pulka's uit en ontdooien we de avondmaaltijd van die dag. De sledes zijn onze mobiele, duurzame diepvriezers. 'Je hebt steeds visueel contact met je voorganger en als ik met mijn skistokken een kruis maak, moet iedereen stoppen. Water halen doe je nooit alleen, maar minimaal met twee personen. En ja, het nummer van de satelliettelefoon is 112#. Maar dat gebruiken we alleen in uiterste nood.' De briefing is duidelijk, maar the proof of the pudding is in the eating. De eerste kennismaking met de ski's, de sneeuw en de pulka is onwennig. Ik voel me zoals bij mijn eerste lief, net voor die eerste kus. Je wilt voluit gaan, maar aarzelt en weet niet van aanpakken. Net wanneer ik het gevoel krijg dat de ski's beginnen te glijden, doemt de eerste heuvel op. Die verdomde pulka, gemiddeld 40 kg zwaar, lijkt nu meer op een koppige steenezel. De hartslag gaat onheilspellend naar omhoog, gelukkig is de top in zicht. Op een bultje van twee meter blijf ik haken. 'Shit, ik hou de anderen op. Komaan, zet kracht op je dijen', pomp ik mezelf moed in. Even later blaast de wind ijzig op de wangen. We weten dan nog niet dat dit slechts het voorspel is voor de koudegolf die op til is. Naarmate de dag vordert, kom ik voor het eerst in de runners' high, maar dan op latten. Mijn fantasie slaat op hol. In de besneeuwde dennenbomen en struiken zie ik reuzenmieren, vuurspuwende draken en lucifers op mensenmaat. Heb ik te veel Roald Dahl gelezen? Nee, dit is a natural high, een trance in de sneeuw. De vermoeidheid neemt toe. Eén vraag suist nog door mijn hoofd: 'Hoe ver is het nog naar die verdomde blokhut?' Een vraag die onze gidsen liever niet beantwoorden, want tijd en afstand zijn hier een rekbaar begrip; een kilometer kan eindeloos zijn. Als we de hut eindelijk bereiken, gaat de riem er nog niet af. De gids stookt meteen de gietijzeren kachel op met hout, twee of drie vrijwilligers gaan op zoek naar water. Dat vinden we in nabijgelegen beekjes of riviertjes. Of we maken een gat in een bevroren meer. Leve water en vuur, twee natuurelementen die zo vanzelfsprekend lijken in onze luxemaatschappij. Wanneer je een halfuur een gat uithouwt in het 60 centimeter dikke ijs en dan het loepzuivere water ziet opborrelen, word je spontaan gelukkig. De volgende dagen gaan we steeds vaker off track. Er zijn geen paden meer, we maken nu ons eigen spoor. Als eerste een eigen track maken, is pure vrijheid. Je voelt je een eigenzinnige ontdekkingsreiziger die onontgonnen terrein verkent. De eerste langlaufer maakt het spoor, de tweede effent de 'middenberm', daarna volgt de eerste persoon met pulka. Hij heeft het zwaarste karwei en maakt een soort geul of kommetje waar de rest door kan. Teamwork rules. Je beseft zeer gauw dat je in dit onherbergzame gebied op elkaar aangewezen bent. Vandaag help je een teamgenoot die met de pulka blijft haken achter een struik, morgen word je zelf gered, omdat je na een val een halve meter in de diepsneeuw zinkt terwijl je ski's in een winkelhaak liggen. Bij de een is die 'reddingsmodus' net iets meer ontwikkeld dan bij de ander - we hebben twee brandweermannen mee, dat scheelt - maar elkaar te hulp schieten in benarde situaties schept een band. Dankzij onze gps-tracker lopen we nooit verloren, maar dat gevoel krijg je wel als je een bos met diepsneeuw doorklieft, slalommend tussen weerbarstige bomen. En als we een helling afglijden, lijken we Bambi op ijs. Vallen, opstaan en weer doorgaan, ook dat is deze expeditie. Hoewel ze niet hoger zijn dan 800 meter, zien de Laplandse fells of tunturi's (rotsachtige heuvels, net boven de boomgrens) eruit als dreigende reuzen. Als het te steil wordt, maken we brede haarspeldbochten. In elke bocht spartelt de pulka tegen. 'Maak een korte heupslag', adviseert de gids. Dag vijf dient zich aan als de dag des oordeels. We moeten door Pirun portti, de Duivelspoort. Eerst slingeren we ons door een beboste vallei. De sparren en dennen - ze kunnen tot vier ton sneeuw torsen - zijn gedrapeerd met een vorstelijk kleed van duizenden sneeuwkristallen. Een stroboscoop van zonlicht valt recht naar beneden. De crown snow, sneeuw en harde rijp die zich en masse opstapelt op de bomen, creëert surrealistische beeldhouwwerken. Opeens doemt hij op, Devil's Gate, een diepe kloof tussen twee symmetrische heuvels, alsof er één spie van de taart is weggesneden. De klim naar boven is verraderlijk. Telkens als de top binnen handbereik lijkt, onthult zich een nieuwe helling. Het laatste stuk is zo steil dat de ski's op de pulka gebonden worden en we te voet verder ploeteren. Op de top val ik in de armen van Anton. Samen kijken we naar een kudde van zo'n honderd rendieren die veiliger oorden opzoeken als ze ons in de gaten krijgen. In Fins Lapland zijn meer rendieren (200.000) dan inwoners (195.000). De hulpjes van de Kerstman leven meestal in het wild, maar zijn allemaal geoormerkt. De Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland, koesteren ze: het vlees om te braden of te roken, de vacht om te slijten aan toeristen, de hersenen om leer te poetsen. 'Rendieren zijn slim, ze gebruiken graag onze tracks. In de winter overleven ze met minimaal energieverbruik',De vraag die iedereen stelt na zo'n expeditie: 'En, heb je afgezien door de kou?' In Fins Lapland is het zo'n zeven maanden per jaar winter. In de koudste wintermaanden - wij trokken rond begin februari - zijn temperaturen tot min 35 graden geen uitzondering. De kou kent geen geduld. Je kunt je er alleen tegen wapenen door je goed te kleden. Ze laat zich vooral 's morgens voelen en in de vooravond, als het fysiek labeur stopt en we de ijskoude blokhut zo snel mogelijk proberen op te warmen. Een ijzeren wet: als je hier niet beweegt, ril je snel als een espenblad. Een bezoekje aan het wildernistoilet, op wandelafstand van de blokhut, is een beproeving. Het lijkt een beetje op ons toilet uit grootmoeders tijd: een houten constructie met een gat. Daaronder: een piramide van bevroren uitwerpselen in een groene bak. De enige luxe: een bril in zwart piepschuim. En ook: geen stank. Samen verkleumen voor een gietijzeren kacheltje of open haard in de blokhut na een dag glijden, creëert broederschap, maar uiteindelijk levert elk expeditielid zijn persoonlijke gevecht met de kou. 'Ik ga thuis niet meer trunten als het iets frisser is', zegt Annick. Handen en voeten zijn het gevoeligst, met tintelend witte vingertoppen als gevolg. De aders trekken samen, waardoor minder bloed vingers en tenen bereikt om de rest van je lichaam voldoende warmte te geven. 'Blijf rustig, straks komt er weer leven in', sust Brent. 'Je moet de kou aanvaarden.' Hij kent ze door en door. Door de vele expedities, hier en in Spitsbergen. Een goede expeditieleider leest de sneeuw, maar evenzeer de groep. Die groepsdynamiek is bijzonder. Na enkele dagen heeft iedereen zijn taken.Na een onvergetelijk avontuur van acht dagen genieten we in Kilopää nog van een savusauna, een rooksauna die wordt opgewarmd met een houtgestookte open kachel, zonder rookafvoer naar buiten. Wanneer de gewenste temperatuur bereikt is en de wanden hun warmte afgeven, wordt een luikje in het dak of de wand geopend en de deur op een kier gezet om de rook af te voeren. Dan is de sauna klaar. We nemen een houten zitplankje om ons mee op de zwartgeblakerde banken te posteren. Enkele doorgewinterde Finnen gooien water op de kolen, de hitte blaast in het gezicht. Afkoelen doen we met een ijsduik in een beekje vlakbij. Finland telt ruim twee miljoen sauna's, het is hun nationale hobby. Deze expeditie was een fysieke en mentale beproeving, een digitale detox, maar vooral een oefening in onthaasting. Stap voor stap. Ik had zeeën van tijd om na te denken, maar meestal vertoefde ik in het zalige 'nu'. Willem vat het zo samen: 'Ik denk meestal aan niets. Maar enkele weken na een van mijn eerste trips, besliste ik om mijn doctoraat stop te zetten. Onbewust zet je alles op een rij en hak je nadien sneller knopen door.' De wereld heeft nood aan wat meer traagheid, denk ik, wanneer ik een etmaal later in Zaventem tussen een lintworm van mensen op mijn bagage wacht. Voortaan zal ik nog méér dan vroeger onthaasten, in lichaam en geest.