'Me beredderen in de wilde natuur, met de spullen die ik in mijn trekrugzak meedraag, slapen in een hangmat, water filteren uit de beek, gaan waar mijn benen me brengen: dat is voor mij écht leven. Een leuke extra is dat ik op die soloreizen de grootste levenslessen krijg, door bijzondere ontmoetingen met doodgewone mensen.
...

'Me beredderen in de wilde natuur, met de spullen die ik in mijn trekrugzak meedraag, slapen in een hangmat, water filteren uit de beek, gaan waar mijn benen me brengen: dat is voor mij écht leven. Een leuke extra is dat ik op die soloreizen de grootste levenslessen krijg, door bijzondere ontmoetingen met doodgewone mensen. Ik groeide op in een gemiddeld West-Vlaams dorp, onder de beschermende vleugels van mijn moeder. Toen ik op mijn 23ste een halfjaar stage ging lopen in Lima moest ik beloven dat ik héél voorzichtig zou zijn, daar in het gevaarlijke Zuid-Amerika. Ik was er zelf gerust in, maar mijn gastgezin liet me de eerste weken niet alleen naar buiten omdat ze geloofden dat ik elk moment bestolen of verkracht zou worden. Ook veel andere Peruanen waarschuwden me voor de kwade bedoelingen van anderen terwijl ik nooit in gevaar ben geweest. Ook toen ik jaren later door Thailand, Cambodja en Laos toerde, kreeg ik steeds de raad op mijn hoede te zijn. Dat ben ik sowieso. Ik ben niet roekeloos of naïef. Zo ging ik in Italië eens liften, maar de bestuurder gaf me intuïtief een slecht gevoel, dus ik stapte weer uit. Minuten later stopte er een man die zo bezorgd om mij was dat hij twintig kilometer omreed om me aan mijn hostel af te zetten. Zo val ik op reis voortdurend met mijn gat in de boter. Toen ik het vulkanische binnenland van Gran Canaria wilde doorkruisen, was ik de eerste avond al zo verdwaald dat ik op een hoge rotswand botste. Bovendien werd het donker, waren mijn gsm en koplamp bijna plat en wist ik totaal niet waar ik was. Vermoeid door mijn zware rugzak viel ik frontaal op een steen. Resultaat: een buil op mijn voorhoofd en een bloedneus. Me bewust van het risico op inwendige letsels en flauwvallen en wetend dat niemand me dan zou vinden, zocht ik als een maniak het pad terug. Ik volgde het tot ik eindelijk bomen vond voor mijn hangmat. De derde dag moest ik toegeven dat ik op was en kreeg ik een lift van een Brits koppel. Het waren echte engelen. Ze lieten me in hun huisje douchen en rusten, en reden me zelfs naar de andere kant van het eiland, naar een hostel vlak bij een ziekenhuis. Ik moest beloven dat ik daar het blauwe oog dat ik intussen had zou laten checken. In die zin is elke soloreis een boost voor mijn vertrouwen in de mensheid. Toen ik onlangs De meeste mensen deugen las, werd dat perfect bevestigd. Schrijver Rutger Bregman bewijst dat talloze onderzoeken waaruit moet blijken dat de mens in se slecht en egoïstisch is - de premisse van ons westerse wereldbeeld - meestal verkeerd uitgevoerd of geïnterpreteerd zijn. Zijn advies werd mijn levensmotto: 'Bij twijfel, ga uit van het goede.' De kans dat iemand het slecht met je voorheeft, is statistisch heel klein. Natuurlijk willen mensen zichzelf of hun kinderen beschermen, maar als je je laat leiden door angst en die één procent kans dat het fout loopt, mis je 99 procent kansen op horizonverruimende ervaringen. Net die maken mijn reizen zo memorabel. Het klinkt zweverig, maar ze vergroten mijn gevoel van verbondenheid met mijn medemensen, van wie de overgrote meerderheid gewoon probeert om gelukkig te zijn en elkaar te helpen. Het zijn onbetaalbare 'hartverwarmers'.'