Het is zeven jaar geleden dat laborante Martine van Geel (49) voor het laatst op reis vertrok.
...

'Toen mijn man twee jaar geleden vijftig werd, stelde zijn beste vriend voor om met z'n tweeën een fietstocht te maken door Kirgizië. Hoewel andere mensen meteen ja antwoorden op zo'n vraag, heeft mijn man gezegd dat het niets voor hem was. Wij zijn allebei niet bepaald grote avonturiers. Dat verklaart waarschijnlijk waarom wij vrijwel nooit op vakantie gaan met ons gezin. Waar ga je logeren? Hoe ga je naar daar? Als gezin met vier kinderen is het moeilijk om een reis te plannen die iedereen aanspreekt. Terwijl de ene aan het strand wil liggen, wil de andere naar een museum. Niet op vakantie gaan is dan ook stilzwijgend een gewoonte geworden. In twintig jaar tijd zijn we maar twee keer met de kinderen op vakantie vertrokken. Onlangs vroeg ik mijn kinderen of ze voelden dat ze daardoor iets tekortkwamen. Toen ze toegaven dat ze dat wel gemist hadden tijdens hun jeugd, vond ik dat als moeder heel moeilijk om te horen. Heb ik hun dat ontnomen? Nu ze wat ouder zijn, trekken ze er daarom ook meer op uit met vrienden. Ik kom zelf uit een grote familie die nooit op reis ging. Mijn vader had vliegangst en mijn ouders hadden geen van beiden een rijbewijs. Ik heb dat nooit jammer gevonden. Als kind had ik namelijk ontzettend veel last van heimwee. Wanneer ik met de scouts op kamp ging, huilde ik tien dagen aan een stuk. Ik was niet graag van huis, nog steeds niet. Er zijn veel mensen die dat niet begrijpen. In deze tijd lijkt het vanzelfsprekend dat een vakantie in het buitenland moet worden gespendeerd. Doe je dat niet, dan word je als saai afgeschilderd, als iemand die beperkt is in z'n kennis van de wereld. En dat terwijl je ook veel mensen hebt die tijdens hun vakantie niet eens het hotel verlaten. Mensen snappen niet dat wij thuis veel meer genieten. Het is gewoon een kwestie van de routine te doorbreken: je slaapt uit, gaat op restaurant, maakt daguitstappen en laat de was liggen. (lacht) Je probeert van je thuis een vakantiehuis te maken.' 'Iets meer dan een jaar geleden nam ik fokkerij Beaux Chênes over, bij Bouillon. Het is de boerderij waar ik opgroeide, mijn familie woonde en werkte hier vier generaties lang. Mijn hele jeugd hoorde ik over niets anders praten dan over vee en gewassen. In plaats van op reis te gaan naar Frankrijk of het zuiden van Spanje, zoals de meeste van mijn vrienden deden, hielp ik tijdens de vakantie mijn ouders met de hooiwinning of de oogst. Niet dat ik me verplicht voelde, ik verlangde niets liever. Ik ben een kind van de aarde: boer zijn is meer dan een job, het is een roeping. Op school volgde ik een landbouwrichting. Maar voordat ik de boerderij overnam, werkte ik als monteur in Frankrijk. Mijn vader wilde dat ik mijn vleugels uitsloeg en hij had gelijk. Ik deed aan polsstokspringen op vrij hoog niveau, reisde ook regelmatig naar het buitenland voor internationale wedstrijden. Ik mis het soms, zeker de groepssfeer, maar toen ik met deze job begon, wist ik dat ik de mouwen zou moeten opstropen omdat ik het bedrijf ook verder wil ontwikkelen. Ik werk met levende wezens en dus ontkom ik niet aan klimatologische stress of zorgen om een ziek dier. Ik ben de hele tijd op mijn hoede. Tegelijkertijd heb ik het geluk dat ik in een prachtige streek woon. Mensen uit de stad komen naar hier omdat het hier idyllisch is, omdat ze op zoek zijn naar rust, stilte en contact met de natuur. Als ze producten komen kopen op de boerderij, vertellen ze me wat een geluksvogel ik ben. Elke ochtend, bij zonsopgang, vertrek ik naar de wei om de melkkoeien van mijn kudde te melken. Er is niets mooiers dan het land elke dag te zien veranderen. Neem nu de lockdown die we net doormaakten. Ik merkte er niets van, want ik was toch de hele tijd buiten om mijn Mechelse koekoeken te verzorgen of om bezig te zijn met de gewassen die ik gebruik om mijn vee te voederen. Op mijn boerderij doe ik wat ik wil. Ik zou niet weten wat een verblijf in een viersterrenresort me meer kan bieden.' 'Al in mijn jeugd ging ik eigenlijk nooit op vakantie. Mijn ouders waren geen fervente reizigers, vooral mijn moeder niet. Toen mijn ouders pas getrouwd waren, trokken ze samen voor een paar weken naar de zuidelijke kusten van Frankrijk. Mijn vader vertelt nog regelmatig dat mijn moeder al op de eerste avond sprak van terugkeren. (lacht) Op vakantie gaan heb ik dus eigenlijk als kind niet gekend, maar ook nooit gemist. We woonden in de West-Vlaamse polders en ik spendeerde mijn vakanties al voetballend, al lezend en met het helpen oogsten bij de boeren in de omgeving. Datzelfde vakantiegevoel ervaar ik nog steeds in Oostende, een fantastische plek waar het zowel bij goed als slecht weer heerlijk vertoeven is. Als politicus zitten mijn dagen al zeventien jaar dusdanig volgestouwd dat ik tijdens mijn vakantiedagen heel sterk de neiging voel om gewoon thuis te zijn. Het idee van ook dan te moeten plannen, inpakken en een dag te verliezen in wachtrijen, files of op vliegvelden vind ik verschrikkelijk. En dat gevoel is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Vakantie betekent voor mij mijn telefoon uitzetten terwijl ik naar de bergritten van de Ronde van Frankrijk kijk, met mijn dochter naar een show in het park trekken of tijd doorbrengen met mijn gitaar. Het is een sms krijgen van een bevriende ouder om samen de kinderen in de zee te gooien - ook al is dat, zeker nu ze wat ouder zijn, ongelooflijk vermoeiend. Het zijn ongeplande dagen die ik vrij kan invullen, in plaats van een gemillimeterde agenda waarvan ik op voorhand al weet dat ik nooit alles binnen de tijd zal kunnen afronden. Deze zomer is misschien de uitgelezen kans voor veel mensen om ons eigen land te herontdekken. Het idee dat je helemaal weg moet zijn om tot rust te komen, heb ik nooit volledig begrepen. Ik kan het mensen alleen maar aanraden om hun vakantieplannen wat meer los te laten en alles op zich af te laten komen. De grootste rust ervaar je door even volledig stil te vallen.'