'Denk je écht dat we gaan zinken?' Taraia Tiaon (29) zucht, kijkt bedenkelijk en dan vraagt ze het. Een paar dagen eerder liep haar winkel in levensmiddelen weer onder water, net als het hele dorp Buota. Een terugkerend probleem op Tawara, de grootste en dichtstbevolkte atol van Kiribati - een eilandenrijk in de Grote Oceaan, halverwege Australië en Hawaï. Geregeld stroomt het water hier het dorp in, bij een King Tide - een grote vloed als resultaat van een samenspel van getij en stroming - komt het al tot aan de knieën. En door het stijgen van de zeespiegel komt het water steeds hoger.

Het dorp Eita, dat tijdens vloed zo ver overstroomt dat het volledig van het land afgezonderd is. © Sanne Zurné

Nu is de rust terug, blinkt de lagune in zuidelijke zon en wie door de oogharen kijkt, zou denken dat dit het paradijs moet zijn. Wuivende palmbladeren, witte stranden en huizen op palen in een lichtblauwe zee. Maar sper de ogen open en de werkelijkheid blijkt weerbarstig. Op die witte stranden ligt vuilnis. De lagune? Een open riool. Op Tawara wonen te veel mensen op te weinig ruimte. Als sardientjes in een blik, in huizen op palen zonder privacy. Drinkwater en gezond voedsel zijn er schaars. In heel Oceanië is de levensverwachting hier het laagst.

King Tide in Buota. Geregeld komt het water hier tot aan de knieën. © Sanne Zurné

Geen schijn van kans

Maar er is nog een veel donkerdere wolk die boven dit eilandenrijk hangt. Kiribati nadert met rasse schreden haar droeve lot: het zinkt. De 32 atollen - ringvormige eilanden - waaruit het bestaat, zijn kwetsbaar en niet opgewassen tegen het snelle stijgen van de zeespiegel. Nietige stroken zand en koraal zijn het, maar net uitstekend boven het wateroppervlak: ze maken geen schijn van kans tegen de veranderende omstandigheden op aarde. Over het precieze scenario zijn wetenschappers het niet eens, maar dát ze ergens in de komende decennia verzwolgen zullen worden door de oceaan lijkt onontkoombaar. Het maakt Kiribati tot een zeldzaam sprekend voorbeeld van de gevolgen van klimaatverandering. Een problematiek waar ook andere eilandstaten als Tuvalu, de Solomoneilanden en Vanautu mee worstelen. De wetenschappelijke klimaatcommissie van de Verenigde Naties rekende uit dat in dit tempo van zeespiegelstijging, Kiribati eind deze eeuw fysiek van de wereldkaart verdwenen zal zijn.

Meneer Katoatau, dorpshoofd van Buota, met achter hem een zelfgebouwd dijkje. © Sanne Zurné

Nu al worstelt het land met een groeiende onleefbaarheid. Landbouwgrond verzilt en drinkwater wordt schaarser, omdat de zoetwaterbron zout wordt door de zee die terrein wint op de eilanden. Geen wonder dat Anote Tong, de vorige president, zich tot de wereld richtte: wie redt ons? Bij de Verenigde Naties in New York deed hij een met wanhoop doorspekte oproep. Maar Kiribati ís niet meer te redden. Zelfs al zou de wereld de meest optimistische klimaatdoelstellingen - zoals afgesproken in Parijs - halen, dan nog gaat de zee het hier winnen. Tongs opvolger Taneti Mamau pakt het anders aan. Hij kijkt niet naar straks, hij kijkt naar nu, naar problematiek die oplosbaar is op korte termijn, net als zijn bevolking. Geen paniek op Kiribati. Hier leeft men van dag tot dag. In harmonie met elkaar, stressloos.

De meeste mensen in Kiribati hebben geen werk en leven van de visserij. © Sanne Zurné

Kop in het witte zand

Hoe kan het dat men hier niet massaal zijn boeltje pakt en vlucht? Waarom blijven de i-Kiribati - zoals de bevolking heet - dansen op deze vulkaan? Onlangs suggereerde The Washington Post dat dit misschien wel de meest menselijke reactie is op wat ons te wachten staat. Onze wereld die gaat verdwijnen, dat kúnnen we ons simpelweg niet voorstellen. En dus steekt men de kop in het hagelwitte zand.

Kiribati

Een paar dagen eerder, als de King Tide binnen een paar uur Buota overspoelt. Lachend rapen de dorpsbewoners hun spullen bij elkaar, stekkerdozen worden op hoge plekken gelegd en massaal zoekt men de huizen op de hoogste palen op. Dan dut men, net zolang tot het water weer gezakt is en alles weer normaal is op Kiribati.

Die vloed, die kennen ze. En dat hij steeds een beetje hoger wordt? Dat kunnen ze wel aan. Nu nog wel tenminste. En daarna? Dat zijn zorgen voor morgen. Behalve nu, voor Taraia Tiaon, bij wie het idee van zinken toch lijkt te landen. 'Denk je écht dat we gaan zinken?' Maar dan is het etenstijd. Rijst met vis, met elkaar, de zon en de zee. En zonder zorgen. Die komen later wel.