Elegant. Dat woord schiet door mijn hoofd terwijl ik op een bankje op de oever van het Vierwoudstrekenmeer zit. Ik heb net een paar uur door de mooie Alt -en Neustadt gestruind en toen ik langs het water terug naar hotel Beau Sejour liep, begon er in het jugendstil-muziekpaviljoen aan de Kurplatz een orkest te spelen. Dus staar ik nu naar het water met een excellente soundtrack in de rug. Het paviljoen werd in 1908 gebouwd met de bedoeling om er tweemaal per dag een zestigkoppig spaorkest te laten spelen. Niet onlogisch: Luzern was vanaf eind 19de eeuw dankzij de aanleg van treinlijnen al dé bestemming voor steenrijke toeristen die van gezonde lucht, spiksplinternieuwe bergbanen en stijlvolle hotels kwamen proeven. Zij genoten net als ik van het weidse zicht, al wandelend onder de bomen op de promenade die geflankeerd wordt door pastelkleurige belle-époquehotels. Zoals ik al zei, elegant. Jammer dat ik hier maar één dag ben, natuurlijk, maar dit is nog maar het eerste meer van de reis. Straks volgen ook nog Lugano en het Comomeer, met als eindbestemming de parel van de Dolomieten, Lago di Braies.
...

Elegant. Dat woord schiet door mijn hoofd terwijl ik op een bankje op de oever van het Vierwoudstrekenmeer zit. Ik heb net een paar uur door de mooie Alt -en Neustadt gestruind en toen ik langs het water terug naar hotel Beau Sejour liep, begon er in het jugendstil-muziekpaviljoen aan de Kurplatz een orkest te spelen. Dus staar ik nu naar het water met een excellente soundtrack in de rug. Het paviljoen werd in 1908 gebouwd met de bedoeling om er tweemaal per dag een zestigkoppig spaorkest te laten spelen. Niet onlogisch: Luzern was vanaf eind 19de eeuw dankzij de aanleg van treinlijnen al dé bestemming voor steenrijke toeristen die van gezonde lucht, spiksplinternieuwe bergbanen en stijlvolle hotels kwamen proeven. Zij genoten net als ik van het weidse zicht, al wandelend onder de bomen op de promenade die geflankeerd wordt door pastelkleurige belle-époquehotels. Zoals ik al zei, elegant. Jammer dat ik hier maar één dag ben, natuurlijk, maar dit is nog maar het eerste meer van de reis. Straks volgen ook nog Lugano en het Comomeer, met als eindbestemming de parel van de Dolomieten, Lago di Braies. Ik rijd in de gietende regen van Luzern naar Lugano en omdat de stad half afgesloten blijkt voor een wielerwedstrijd, kom ik behoorlijk opgedraaid in hotel Walter au Lac aan. Maar eenmaal de balkondeuren van mijn kamer opengaan, smelt de stress weg. Bootjes maken kriskras golfpatronen op het meer, er hangen mistslierten voor de bergen, de zon priemt door het donkere wolkendek in dikke 'goddelijke' stralen. Ik voel mijn lichaam ontspannen en zit een uur later nog altijd gewoon te kijken. Als de aanhoudende regen me later die dag in mijn kamer gegijzeld houdt, lees ik in Blue Mind van Wallace J. Nichols dat ik me die instant rust niet inbeeld. Geboeid door de vraag waarom water ons zo aantrekt in landschappen, verzamelde de wetenschapper alle mogelijke studies over het effect ervan op lichaam en geest. 'Enchanted' is het woord dat hij gebruikt. Betoverd. 'Naar schatting woont zo'n tachtig procent van de wereldbevolking in de buurt van zeeën, meren en rivieren (...) en onze hele geschiedenis lang zie je hoe onze diepe connectie met water beschreven wordt in kunst, literatuur en poëzie.' Daar zit onze evolutie voor een stuk tussen, stelt hij. Niet alleen hebben we water nodig om te overleven, wat er in en rond leeft is lekker en het is ook handig dat je je vijanden al van ver ziet aankomen. Wij mensen blijken universeel een voorkeur te hebben voor open landschappen, zeker als ze ook water bevatten. En niet alleen om praktische redenen. 'Water inspireert en verrukt, het bezorgt ons gevoelens van vrede en rust en het troost en intimideert ons. Samengevat, in de buurt van water voelen we iets. Altijd.' Uiteraard, denk ik opkijkend, want zo'n meer is echt ongelofelijk mooi en je kunt er uren naar staren zonder je te vervelen. Dat is voor mij dé reden waarom ik met plezier meer betaal voor een kamer met meerzicht. Niet? Niet helemaal, zo blijkt. Ook al hebben we een diepe appreciatie voor de schoonheid van het water, het is niet de enige reden waarom we er zo graag verblijven, schrijft Nichols. 'In de jaren 80 beschreven psychologen voor het eerst het verschil tussen directe en onvrijwillige aandacht. De eerste soort vraagt energie en focus, je gebruikt hem om een taak uit te voeren, een beslissing te nemen of met andere mensen om te gaan. De tweede is wat er gebeurt in een omgeving die we kennen, maar waar af en toe iets gebeurt dat onze aandacht vraagt zonder dat we er iets mee moeten doen. Onvrijwillige aandacht vraagt daarom amper mentale inspanning en geeft ons brein de tijd om te ontspannen en bij te tanken.' Daarom maakt de natuur ons blij en nog meer als er water te zien is. Water is herkenbaar en voorspelbaar, mooi en misschien ook een beetje dromerig, maar tegelijk verandert het de hele tijd. Een rimpel op het oppervlak, een vogel die op de oever landt, een wolk die voorbijschuift, je ziet elk detail en elke verandering omdat het canvas in principe hetzelfde blijft. 'Regelmaat en herkenbaarheid zonder monotonie houden ons brein actief op een ontspannen manier.' Al sinds het begin der tijden hebben bijna alle culturen begrepen wat de wetenschap nu officieel weet: in water baden doet ons cortisol zakken en er gewoon naar kijken geeft ons al mentale rust. Dat we rond zo'n mooi meer niet alleen op ons achterste zitten maar ook al eens zwemmen of een wandeling maken, helpt natuurlijk ook, schrijft Nichols, net als het feit dat het al onze zintuigen prikkelt. 'We zijn tegelijk onder de indruk van en nieuwsgierig naar een landschap met water en dat maakt het de beste soort afleiding die er is. De natuur, tjokvol intrigerende stimuli, grijpt onze aandacht op een bescheiden, bijna zachte manier, wat ruimte laat voor rust, herstel en zelfs creativiteit.' Attention restauration theory, zo doopten de psychologen het. Het zal allemaal wel, maar kijk ondertussen eens hoe sensationeel die zonsondergang boven het Lago di Lugano is. En dankzij de weerspiegeling krijg je bovendien dubbel zoveel schoonheid. Misschien ligt het aan de onvrijwillige aandacht, maar ik geniet de volgende week ook met volle teugen aan het Comomeer. Er zijn boottochtjes en wandelingen langs oevers en door steile dorpjes, aperitieven bij zonsondergang en gelato in de schaduw van een boom, een hele rist somptueuze villa's met rijkelijke tuinen en overal uitzichten die me door de immer veranderende combinatie van bergen, meer, lucht en licht een paar keer per dag de adem benemen. In de orangerie van Villa Melzi leert een kleine expo ons over de geschiedenis van dit huis en de streek. In Romeinse tijden kwamen politici, dichters en filosofen al naar Lario, zoals zij het Comomeer noemden. Plinius de Jongere schreef vol bewondering over de combinatie van milde, vruchtbare oevers met wilde, dramatische bergen. Toch duurde het tot de 16de eeuw, toen aristocraten en bisschoppen zomerresidenties zoals deze Villa Melzi bouwden, vooraleer er schot in de toerismezaak kwam. Een eeuw later trokken - vooral Britse - rijkelui voor een Grand Tour langs de culturele hoogtepunten van Europa, waarbij de Zwitserse en Italiaanse meren onvermijdelijk op hun programma stonden als ze door de Alpen naar Firenze of Venetië reisden. Als je met dichtgeknepen ogen naar de belle-époquearchitectuur kijkt, zie je met wat fantasie heren met weelderige hemden en ingesnoerde dames met grote hoeden rondhangen. Die Grand Tour introduceerde het idee van reizen voor je plezier, ontwikkeling en om andere reizigers te ontmoeten en na de rijkelui volgden onvermijdelijk de kunstenaars. Goethe, uiteraard, maar ook Stendhal, die dit meer in 1817 als 'subliem' omschreef, een woord dat nu een goedkoop superlatief is, maar toen een filosofisch idee over de kracht van de natuur om onze fascinatie, angst én bewondering op te wekken. Turner kwam hier schilderen en Verdi om stukken van La Traviata te componeren, terwijl Shelley zelfs overwoog om een villa te kopen. Eind 19de eeuw kwamen de industriëlen en politici hier uitblazen van hun drukke leven, vorige eeuw gevolgd door filmsterren en andere mooie mensen - kuch: George Clooney. Wandelend door de Japanse kerselarentuin van Villa Melzi besef ik dat we misschien niet alleen naar meren reizen omdat ze subliem zijn en emoties oproepen, maar ook omdat hier al heel lang andere mensen komen. Glamoureuze mensen met smaak en centen die stijlvolle sporen hebben nagelaten en die wij, mindere goden, vandaag kunnen bezoeken. Zo reizen we niet alleen naar een prachtige plek, maar ook een beetje in de tijd of naar een andere wereld. Dat idee krijgt concreet vorm bij een zeer groot glas Hugo waar ik in het drijvende Lido van het Grand Hotel Tremezzo, een van de duurste hotels aan het Comomeer, achttien euro voor betaal. Het is elke cent waard, niet alleen omdat de cocktail echt lekker is, maar ook omdat het me de kans geeft om naar rijke mensen te kijken terwijl zij naar het uitzicht of elkaar kijken. Schoonheid, ontspanning, even ontsnappen uit je eigen wereld, al die reisredenen lijken samen te komen als ik incheck in kamer 130 van Hotel Lago di Braies. Dit meer is een van de mooiste plekken die ik ken en de eerste keer dat ik hier kwam, zo'n vijftien jaar geleden, viel mijn mond letterlijk open. Een diep blauwgroen meer omringd door bossen en steile rotswanden, het doet nog steeds mijn adem stokken als ik het zie. Het meer ligt aan het einde van een lang dal en de enige plek om te logeren is het hotel dat in juni 1899 de deuren opende, in wat toen nog Oostenrijk was. De eerste decennia kwamen koninklijke en adellijke families hier in de zomer weken naar het uitzicht kijken en boottochtjes maken. Aartshertog Franz Ferdinand was vaste gast en na zijn dood lag het hotel op de frontlijn van de gevechten tussen Italiaanse en Oostenrijkse troepen. In de laatste dagen van WOII ontving het hotel een groep vipgevangenen die Duitsland wilde gebruiken voor onderhandelingen met de oprukkende geallieerden. De 140 hoogwaardigheidsbekleders, prinsen, geestelijken en verzetslieden uit heel Europa werden hier in veiligheid gebracht tot de Amerikaanse bevrijders hen konden oppikken. Een van hen, Fey von Hassell, omschreef het als een paradijs op aarde. De boeiende geschiedenis, de art-nouveaudetails en de ligging zorgen ervoor dat ik me oprecht geprivilegieerd voel dat ik hier kan logeren. De antieke chaise longue in mijn kamer helpt ook uiteraard. Het meer is vandaag een populaire Instagram-stop en veel bezoekers komen voor die ene foto-met-boothuis. Jammer, want de wandeling eromheen is makkelijk en sensationeel. Ik heb ze al talloze keren gestapt, maar nog nooit in één uur, zoals de bordjes aangeven. Niet dat ik zo traag wandel, het zijn de eindeloze dat-wil-ik-even-bekijkenstops die de wandeling verlengen. Dit is mijn eerste bezoek tijdens de herfst en het plaatje van verkleurde boomblaadjes tegen een achtergrond van het soms bijna turkooizen meer doet aan Japanse schilderijen denken. Lezend op mijn vaste bankje begrijp ik exact wat Nichols bedoelde met een blue mind-gemoed: een rustig gevoel van doodgewoon gelukkig zijn, helemaal tevreden met het moment en de plek waar je bent. Ook de creativiteit vloeit, want ik noteer de eerste ideeën voor een volgende roman. De limnofiel in mij hoopt hier de rest van haar leven te kunnen terugkeren.