Het AfricaMuseum belicht het fenomeen van de 'mensentuin', waarbij mannen, vrouwen en kinderen uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika in het Westen gepresenteerd werden als levende tentoonstellingsobjecten.

De eerste vorm van de 'mensentuin' als tentoonstellingsvorm gaat terug tot 1815, toen de zwarte vrouw Saartjie Baartman, vanwege haar grote achterwerk, onder de naam 'Hottentot Venus' als een grote curiositeit in Engeland, Ierland en Frankrijk vertoond werd. De exposities van individuen en grotere groepen, soms zelfs echte dorpen, volgden elkaar vanaf dan snel op en streken vaak neer op wereldtentoonstellingen.

Dat was ook het geval in 1897 in Brussel. Het Congolese gedeelte werd in Tervuren georganiseerd en van daaruit ontstond in 1898 het Congo Museum, het huidige AfricaMuseum. De tijdelijke tentoonstelling belicht het fenomeen van de 'mensentuin' tot aan de Expo 58 in Brussel, het laatste voorbeeld van de koloniale tentoonstellingen.

Aan de hand van meer dan 500 unieke posters, foto's, tekeningen, films en objecten wordt duidelijk hoe de tentoongestelde mensen werden aangevoerd als propaganda-instrumenten, wetenschappelijke studieobjecten of bronnen van vermaak voor de westerlingen. Boven de tentoongestelde documenten werpen grote citaten een directe kritische blik op het fenomeen van mensen als levende attracties.

Twee hedendaagse kunstenaars, Teddy Mazina en Roméo Mivekannin, leveren ook een belangrijke bijdrage aan de expo met hun benadering van de 'mensentuin'.

Het AfricaMuseum belicht het fenomeen van de 'mensentuin', waarbij mannen, vrouwen en kinderen uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika in het Westen gepresenteerd werden als levende tentoonstellingsobjecten.De eerste vorm van de 'mensentuin' als tentoonstellingsvorm gaat terug tot 1815, toen de zwarte vrouw Saartjie Baartman, vanwege haar grote achterwerk, onder de naam 'Hottentot Venus' als een grote curiositeit in Engeland, Ierland en Frankrijk vertoond werd. De exposities van individuen en grotere groepen, soms zelfs echte dorpen, volgden elkaar vanaf dan snel op en streken vaak neer op wereldtentoonstellingen. Dat was ook het geval in 1897 in Brussel. Het Congolese gedeelte werd in Tervuren georganiseerd en van daaruit ontstond in 1898 het Congo Museum, het huidige AfricaMuseum. De tijdelijke tentoonstelling belicht het fenomeen van de 'mensentuin' tot aan de Expo 58 in Brussel, het laatste voorbeeld van de koloniale tentoonstellingen. Aan de hand van meer dan 500 unieke posters, foto's, tekeningen, films en objecten wordt duidelijk hoe de tentoongestelde mensen werden aangevoerd als propaganda-instrumenten, wetenschappelijke studieobjecten of bronnen van vermaak voor de westerlingen. Boven de tentoongestelde documenten werpen grote citaten een directe kritische blik op het fenomeen van mensen als levende attracties. Twee hedendaagse kunstenaars, Teddy Mazina en Roméo Mivekannin, leveren ook een belangrijke bijdrage aan de expo met hun benadering van de 'mensentuin'.