Laten we één ding duidelijk stellen: India is niet te vatten, niet te begrijpen en nauwelijks in woorden uit te drukken. Voor alles wat waar is, geldt ook het tegendeel. Niet voor niets is Incredible India de overkoepelende slogan van de campagnes van de toeristische dienst.
...

Laten we één ding duidelijk stellen: India is niet te vatten, niet te begrijpen en nauwelijks in woorden uit te drukken. Voor alles wat waar is, geldt ook het tegendeel. Niet voor niets is Incredible India de overkoepelende slogan van de campagnes van de toeristische dienst. Maakt niet uit dat je er al eerder was, elke nieuwe confrontatie met het land is een bombardement op de zintuigen. Zeker op de bloemenmarkt van Kolkata (Calcutta, 24.200 inwoners per vierkante kilometer), the city of joy waar we na de lange vliegtuigreis neerstrijken. Maar wat ik voel is alles behalve 'joy'. 'Te veel', kreunt mijn reptielenbrein, toch al van de wijs door slaapgebrek. Te veel mensen, te veel kleuren, te veel geuren, te veel lawaai. Exotiek, armoede, alles is buitenmaats in dit chaotische kluwen van steegjes waar bloemen in alle stadia van versheid verhandeld worden.Veelkleurige slingers, ruikers, offerstukken, je weet niet waar eerst te kijken. Vrouwen in oogverblindende sari's zitten tussen hopen afval, magere mannen met een hoofddoek onder de kin geknoopt - wat hen op ouwelijke tantes doet lijken - torsen pakken groter dan henzelf. Daartussen laveren fietstaxi's, toeterende busjes en brommers die je elk moment van je sokken kunnen rijden. Indiërs blijken onverzadigbaar nieuwsgierig te zijn naar westerlingen, ze zoeken oogcontact, willen allemaal met je op de foto. Too close for comfort, als je het mij vraagt, ondanks de vriendelijkheid. Prompt ga ik in een soort catatonische overlevingsmodus. Toegegeven, een groot avonturier is er aan mij niet verloren gegaan. Na de inscheping op de R/V Bengal Ganga, met ruime kajuiten, kraakschone dekken, groene planten, ontsmettingsgel en verfrissingsdoekjes, lijkt India een stuk minder verontrustend. En toch... De Ganges wordt hier vereerd en gepersonifieerd als de moedergodin Ganga en geldt als heilig. Dat gaat ook op voor de zijarm Hooghly, die we tijdens de cruise zullen bevaren. Hindoes geloven dat baden in de rivier hun zonden wegwast. Reinheid, daar draait het allemaal om. Vandaar de bedrijvigheid op de ghats, de stenen trappen op de oever: jong en oud kleedt zich uit tot op de onderbroek of lendendoek, vrouwen schrobben energiek zichzelf, hun kinderen en kleren. Tanden poetsen gebeurt met een takje. Dat westerlingen van op een zonnedek nieuwsgierig het gepoedel gadeslaan lijkt hen niet te deren. En al evenmin dat de heilige Ganges een van de meest verontreinigde rivieren ter wereld is. Het rioolwater van 118 steden komt erin terecht, naast lozingen van verffabrieken en leerlooierijen en restanten van rituele crematies. In het kader van de Clean India-campagne van premier Modi kondigde de belangrijkste milieurechtbank vorig jaar strenge maatregelen tegen de vervuiling aan, voorlopig zonder veel resultaat. Het is een van de vele paradoxen van dit immense land: de properste mensen wentelen zich in het smerigste water. Kijk, daar drinkt er één een paar flinke teugen van het modderige sop. Doe dat als toerist en je haalt nog net de spoed. Aan bezienswaardigheden onderweg geen gebrek: hindoetempels gewijd aan Brahma, Shiva en Visjnoe in hun vele gedaanten, mogolpaleizen, musea, moskeeën, een enkele katholieke kerk. Maar het meest geniet ik van het varen op de Hooghly en het observeren van het reilen en zeilen op de oevers. Na de smog van Kolkata is het landschap idyllisch: rijstpaddy's, bananenplantages, velden met suikerriet en mosterdplanten met felgele bloemen. Hier en daar een zandbank of een eilandje in het groene water, vissers die hun netten uitgooien. Aan de waterkant gebeurt altijd wel iets wat soms tot bizarre contrasten leidt: joelende en wuivende schoolkinderen in uniform op de ene oever, een lijkverbranding er pal tegenover op de andere. Hier en daar braakt de schoorsteen van een steenbakkerij zwarte rook uit. Sinds 1986 al is kinderarbeid onder de 14 jaar in de industrie verboden, maar te oordelen naar de frêle figuurtjes achter kruiwagens, wordt die wet maar al te vaak overtreden. De streek stroomopwaarts Kolkata is dunbevolkt en toch is stilte er een zeldzaam goed. Soms klinkt er luide muziek over zo goed als lege velden. Is iemand zijn gettoblaster in het struikgewas vergeten? Indiërs zijn dol op feesten: nu en dan kruist ons een luidruchtige partyboot. Ook de propagandaploegen van de verschillende politieke partijen doen hun duit in het zakje. Net als bij ons is 2019 hier een verkiezingsjaar. Elke partij heeft haar eigen goed herkenbare logo: een fiets, een bloem, een olifant, kwestie van de analfabeten te helpen hun stem uit te brengen. Levensgrote portretten van de kandidaten en schetterende omroepers doen de rest. India heeft een ruimtevaartprogramma en kernwapens, maar in de dorpen langs de Hooghly leven de mensen in 19de-eeuwse omstandigheden. Vrouwen kleven ronde plakken koeiendrek tegen een muur. Als die droog zijn, vallen ze er vanzelf af en dienen als brandstof. In Matiari wordt koper gerecycleerd, het gehamer is van ver hoorbaar. Maar eerst wordt het metaal gesmolten en gewalst. Pezige kerels duwen platen in en uit laaiende ovens, blootsvoets en zonder enige bescherming. In een ander dorp lijken de zijdeweefgetouwen rechtstreeks uit Daens te komen. Wat opvalt, is de bedrijvigheid in deze rurale gemeenschappen. Iedereen heeft zijn manier om aan de kost te komen: streetfood als pani puri (hartige beignets) verkopen of chai masala (kruidige thee met melk) uit een verroeste ketel. Populair zijn piepkleine winkeltjes met slierten snoepjes in kleurig cellofaan of minidosissen shampoo en waspoeder. Vrouwen rollen flinterdunne bidi-sigaretten die in een bundeltje verkocht worden. Iedereen maakt er het beste van, van lethargie is geen sprake. Er zijn ook geen bedelaars in deze dorpen. Kinderen vragen niet om geld, snoep of pennen, ze willen alleen met je op de foto. Ik voel niets dan bewondering voor de veerkracht van deze overlevers in penibele omstandigheden. Van ver zie je de koepel van de in aanbouw zijnde Krishna-tempel van Mayapur blinken, het grootste gebedshuis ter wereld, op de Sint-Pietersbasiliek in Rome na. Het blauwe marmer wordt uit Vietnam ingevoerd, de bouwwerken die in 2022 klaar moeten zijn, kosten miljoenen per maand. Het hoofdkwartier van de hare krisjna- beweging is een bizarre kruising tussen een oord van bezinning, pretpark en feilloos georganiseerde multinational met kantoren, flats, refters en strategisch opgestelde geldmachines. Een graatmagere Hollandse in een abrikooskleurig gewaad en dikke sokken in Crocs leidt ons rond. Ongeveer de helft van de 5000 ingezetenen zijn westerlingen, onder wie opvallend veel Russen."Wij willen ons er voortdurend van bewust zijn dat we ten dienste van God leven", zegt de gids. God, dat is in de eerste plaats Krishna, zo'n beetje de kapoen in het grote organigram van de hindoegoden. Vol overgave knielen de zendelingen in de grote tempel voor het kitscherige beeld van de blauwe god en zijn vriendinnetjes, sommigen gaan er zelfs languit voor op de buik. En altijd is er een orkestje met trommen, cimbalen en een kaduuk orgeltje en de eeuwig herhaalde mantra: Hare Krishna Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare, Hare Rama Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare... Een niet spiritueel ingesteld mens wordt er binnen de kortste keren horendol van. De Hollandse houdt een warrig betoog over goed en slecht karma. Of iemand die met een gebrek geboren wordt, moet boeten voor slecht karma in een vorig leven? "Ja", knikt ze met een stalen gezicht.Wat Mekka is voor de moslims, is Varanasi, ook bekend als Benares, voor de hindoes. En ja, Varanasi zien en sterven, je kunt het letterlijk nemen. Wie hier gecremeerd wordt en aan de Ganges toevertrouwd, bereikt rechtstreeks het nirwana. Ouderen of stervenden begeven zich dan ook naar Varanasi om er hun laatste dagen te slijten in tempels, bijgestaan door gelovigen. Daarnaast komen elke dag bij zonsopgang duizenden hindoes naar de monumentale ghats voor een rituele wassing in de heilige moederrivier. Dat maakt van de oevers van de Ganges de grootste openluchtbadkamer ter wereld. De pelgrims moeten op vijf verschillende plaatsen baden. Na het prevelen van een heilige mantra dompelen ze zich drie keer volledig onder en drinken ze een royale slok water dat ze met de hand uit de rivier scheppen. Daarna begint het wassen en schrobben pas goed. Terwijl boven de zandbanken in de Ganges de zon als een oranje bol uit de nevels stijgt, kijken toeristen van op bootjes hun ogen uit. Er zijn de witgekalkte sadhoes of heilige mannen, van wie sommigen regelrecht kierewiet en/of oplichters zijn. In de smalle straatjes die naar de ghats leiden is het spitsroeden lopen tussen opdringerige verkopers van prullaria en bedelaars in alle stadia van ontbering: daklozen, lepralijders, geamputeerden. Daartussen laveren onverstoorbaar de heilige koeien.'s Avonds is de stemming helemaal anders. Bij zonsondergang vindt de Ganga Aarti ceremonie plaats: begeleid door gewijde gezangen offeren priesters het licht aan de rivier. Daar komen gigantische kandelaars, klaroenen en fakkels aan te pas. De magische sfeer wordt nog versterkt door de wisselende belichting van de hoge terracotta paleizen op de oever. Honderden kaarsen op offerschaaltjes deinen op de rivier de nacht in, ter nagedachtenis van gestorven dierbaren. Niet voor gevoelige zielen zijn de crematies op Manikarnika Ghat. De aanblik van de laaiende brandstapels in de nacht is adembenemend. Dalits (onaanraakbaren) stoken de vuren op, de in doeken gewikkelde lijken liggen in rijen te wachten, familieleden voeren rituelen uit. Doden van wie de familie niet genoeg geld heeft voor voldoende hout, komen half opgebrand in de rivier terecht... Tussen de vuren, de rouwenden en de houtstapels scharrelen magere honden en de onvermijdelijke koeien rond. En geloof het of niet, hier en daar fladderen vliegers in de nachtelijke hemel. Ik voel fascinatie, afkeer, verdriet en berusting. 'Ashes to ashes'... De surrealistische beelden staan voor altijd op mijn netvlies gebrand. Op de vlucht tussen Varanasi en Delhi is de copiloot een jonge vrouw; ik tel drie strepen op haar uniformjasje. Ook in India is de vrouwenemancipatie een feit, ook al valt er nog een lange weg af te leggen. Officieel mogen families geen bruidsschat meer eisen, maar vaak nog worden meisjes als een sociale last beschouwd. Foeticide en babymoorden komen frequent voor. In een van de hotels waar we overnachten zijn we getuige van een traditioneel (en dus gearrangeerd) hindoehuwelijk. De knappe bruidegom verschijnt in vol ornaat op een wit paard, vergezeld door een fanfare. De bruid, in vlammend rood en behangen met juwelen, maakt pas veel later haar opwachting. Ja, de jongelui hadden elkaar al een paar keer ontmoet, het klikte en hun horoscopen pasten bij elkaar. Het feest duurt de hele nacht en de nieuwsgierige westerlingen mogen meevieren. Delhi is sowieso een studie in contrasten. Blitse wolkenkrabbers, regeringsgebouwen en shoppingmalls domineren de skyline, maar op de middenberm van de toegangswegen slapen daklozen met enkel wat lompen en karton als beschutting. Gloednieuwe Tata's, Honda's en Nissans laveren tussen tuktuks en riksja's, maar aan het radiatorrooster hangt een sliert citroentjes die de boze geesten moeten wegjagen. Use horn, lees ik op de achterkant van bussen en bestelwagens, alsof de Indiërs die aanmoediging nodig zouden hebben! Aan bezienswaardigheden geen gebrek: Old Delhi met zijn steegjes vol klatergoud, de Jama Masjid-moskee uit 1650, waar op vrijdag tot 25.000 gebedsmatjes uitgerold worden, de fantastische archeologische site van Qutub-Minar met zijn minaret van 72 meter hoog. De nationale held Mahatma Gandhi is alomtegenwoordig in de vorm van standbeelden en bustes, vaak voorzien van een echt brilletje. Zijn acties van geweldloos verzet leidden in 1947 tot de onafhankelijkheid van India, tot dan een onderdeel van het Britse rijk. Dit jaar wordt de 150ste verjaardag van zijn geboorte gevierd. In vergelijking met Kolkata en Varanasi is Delhi schoon. Moderne wijken verraden de opkomst van een middenklasse, het vuilnis wordt opgehaald, er zijn geen koeien met darmproblemen. Way to go, Modi! Een van de vele paradoxen van India is dat in dit overwegend hindoeland de beroemdste gebouwen allemaal een moslimachtergrond hebben. Zo ook de Taj Mahal, goed voor 18.000 bezoekers per dag. 'Een ode aan de liefde' mogen gidsen het wereldwonder graag noemen, omdat mogol Shah Jahan (1592-1666) het liet bouwen ter ere van zijn echtgenote Mumtaz, die het leven liet bij de geboorte van haar veertiende kind. Hoe vaak je het gebouw ook gezien hebt op kalenders of in documentaires, de realiteit overtreft alles. Kolossaal, overweldigend en toch vederlicht, een sprookje van duizend-en-een-nacht in etherisch wit marmer dat aan het eind van een lange tuin boven het waterbekken lijkt te zweven. Ook technisch is de Taj een waar meesterwerk, omringd door vier minaretten die zo geconstrueerd zijn dat ze in het geval van een aardbeving niet op het mausoleum vallen. Bij zonsopgang wordt het monument omzwachteld door roze nevel die uit de Yamunarivier opstijgt. Magnifiek. Zelfs de grootste cynicus pinkt hier een traan weg.Jaipur, een visioen in schakeringen van roze en terracotta, is het India van de toeristische promofilmpjes. Er is een waterpaleis, te midden van een meer. Langs de oever loopt een boulevard, de plaatselijke 'Promenade des Anglais', zeg maar. De stad staat vol bloembakken, er zijn heuse trottoirs, overal zijn mannen en vrouwen met bezems in de weer. Amateurfotografen krijgen hartkloppingen bij de aanblik van het Amber Paleis, hoog op een rots, omgeven door een negen kilometer lange vestingmuur die door het landschap golft. Een andere must see is het stadspaleis van de Maharadja en het 17de-eeuwse Astrologische Observatorium. Er zijn mannen met tulbanden en forse snorren, beschilderde olifanten, juwelenwinkels, boetiekhotels. Dit is India in zijn meest kleurrijke vorm, perfect om de reis af te sluiten. De indrukken blijven nog wekenlang nazinderen. In mei zullen meer dan 800 miljoen Indiërs hun stem uitbrengen in de grootste democratie ter wereld, waar het kastensysteem verboden maar nog springlevend is, in een seculiere staat waar de goden het nog altijd voor het zeggen hebben. Incredible India...