Alsof ik van een zwart-wit- in een technicolorfilm ben gekatapulteerd, zo voelt het als we nauwelijks drie uur na het inchecken in Zaventem op de oever van de Douro staan. Met het kabelbaantje, de visrestaurants, toeristische portwijnkelders en kleurrijke barcosrabelos, de platbodems die eertijds de port over de Douro vervoerden, heeft Vila Nova de Gaia iets van een lunapark. Aan de overkant van de rivier ligt Porto, a cidade invicta, de onoverwonnen stad, majestueus tegen kliffen aangebouwd. Maar vergis je niet, Gaia is niet Porto Linkeroever, maar een zelfstandige stad, compleet met een eigen burgemeester. Hier leggen de cruiseschepen aan die stroomopwaarts het Dourodal invaren.

De quinta's, witte boerderijen tussen de wijnstokken, zijn het eigendom van echte dynastieën. © Linda Asselbergs

De Douro of Gouden Rivier wordt altijd met Portugal geassocieerd, maar ontspringt en stroomt voor het grootste deel van haar 900 kilometer in Spanje. Zo'n honderd kilometer lang vormt ze de grens tussen de twee landen. Cruises op de rivier beperken zich tot Portugal en er wordt uitsluitend overdag gevaren, wegens de vele sluizen en ook al omdat de schijnbaar kalme rivier best verraderlijk is.

's Nachts varen zou ook jammer zijn; de fraaie vergezichten wil je echt niet missen. Het begint al bij het vertrek uit Gaia waarbij de M/S Serenity onder drie achtereenvolgende bruggen vaart, wat amateurfotografen met enige zin voor compositie meteen een adrenalinestoot bezorgt. De bekendste is de stalen boogbrug, de Ponte Dom Luis I, die altijd met Gustave Eiffel in verband wordt gebracht, maar in 1880 door zijn voormalige leerling en Belgische ex-vennoot Théophile Seyrig ontworpen werd. Die stond aan het hoofd van de Société Anonyme de Construction de Willebroeck. Eigenlijk hebben ze in Porto dus ook een Brug van Willebroek.

Stroomopwaarts ontvouwt zich een landschap waar je bij elke bocht denkt: mooier wordt het echt niet meer. Toch word je telkens opnieuw verrast. Wijnstokken, strak gelijnd op steile hellingen, in van dat prille groenselgroen dat een mens na een grijze winter zo'n deugd doet. Hoe hebben ze die daar in hemelsnaam kunnen planten, vraag je je af. Want de schistbodem is arm en stenig en daardoor moeizaam te bewerken. Toch is de Douro sinds 1756 de oudste afgebakende wijnregio ter wereld, met dank aan de veelzijdige staatsman Sebastião de Carvalho, markies van Pombal, die de wijngaarden liet registreren en op kwaliteit liet klasseren. De quintas, witte boerderijen te midden van het groen, zijn in handen van echte wijndynastieën.

Barcos rabelos, platbodems die vroeger de port over de Douro vervoerden. © Linda Asselbergs

Nipt onder de brug

Op andere plekken overheerst de woeste natuur, waar de Douro een bedding heeft uitgesleten in de granietrotsen. Op de oevers vlamt de gele brem. Het is vanwege die wisselwerking tussen natuur en menselijk labeur dat de Dourovallei sinds 2001 op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Het meest adembenemend zijn de zonsondergangen, als de Douro haar naam waarmaakt door als een gouden snoer door het landschap te slingeren. Ronduit spectaculair is het versassen. De eerste dag al passeren we drie sluizen, waaronder die van Carrapatelo, met een verval van 35 meter. Het binnenvaren van de sluis is als het binnenrijden van een smalle garage met een uit de kluiten gewassen SUV. Een halve meter aan weerskanten, meer ruimte is er niet. Ook de bruggen zorgen voor spanning. Het zonnedek wordt vrijgemaakt, de mast neergelaten en de stuurhut verlaagd. Door de hoge waterstand in de lente is het echt mikken om onder het hoogste punt te passeren, soms is er maar een paar centimeter speling en heeft het er alle schijn van dat kapitein Coutinho aan het roer schielijk onthoofd zal worden.

Het Convento de las Dueñas in Salamanca, een hoogtepunt van de renaissancekunst. © GETTY IMAGES

De eerste halte onderweg is Régua. Vandaar gaat het met de bus naar Lamego, waar in 1143 de adel Afonso Henriques uitriep tot Alfons I, de eerste koning van Portugal. Lamego is ook een belangrijk bedevaartsoord, waar gelovigen genezing hopen te vinden. Op een heuvel ligt het Santuário de Nossa Senhora dos Remédios, boven een barokke dubbele trap met 600 marmeren treden die door de bedevaarders vroeger op de knieën bestegen werden. De tussenliggende terrassen zijn met schitterende azulejo's (geglazuurde tegels) versierd.

Op de terugweg naar het schip houden we halt bij de Quinta de Avessada, een van de vele domeinen die zich toeleggen op het enotoerisme, met als bonus een verdienstelijke Mr. Bean-imitator als gastheer. We proeven rode wijnen en zoete moscatel en verorberen lokale boerenkost, met de nadruk op worst en kool.

Iberische oorlogen

Bij Vega Terrón bereikt de M/S Serenity de Spaanse grens. Over land gaat het naar Castelo Rodrigo, een middeleeuws dorp op een heuveltop in de mesa (hoogvlakte) die zich uitstrekt over het noorden van het Iberisch schiereiland. Nu wapperen bij de kapel de Portugese en Spaanse vlaggen vredig naast elkaar, maar in het verleden werden hier bittere territoriale oorlogen beslecht. Veel verbeelding heb je niet nodig om je bij de ruïnes van de burcht de aanstormende Castiliaanse en Moorse troepen voor te stellen. Een waterreservoir voor rituele wassingen wijst op een joodse aanwezigheid. Veel joden ontvluchtten in Portugal de Spaanse inquisitie en leefden er in vrede, tot de Portugese koning Manuel in 1497 met de Spaanse prinses Isabelle trouwde en de joden ook daar niet meer veilig waren. Op de terugweg naar het schip valt op hoe leeg het binnenland is. Het leven op de schrale mesa is hard, met koude winters en bloedhete droge zomers. Geen wijngaarden hier, maar kurkeiken, amandel- en olijfbomen. Opvallend veel duiventorens ook, voor het vlees en de mest. De ontvolking heeft hard toegeslagen, maar elk nadeel heb zijn voordeel: een groot deel van het grensgebied bestaat nu uit het Parque Natural do Douro, waar aasgieren majestueus boven de rotsen cirkelen.

Het Casa da Música, een revolutionair geometrisch ontwerp van Rem Koolhaas. © Linda Asselbergs

Sinistere puntmaskers

Van Vega Terrón is het maar twee uurtjes rijden naar Salamanca, met zijn twee kathedralen en beroemde universiteit. Die dateert al van 1218 en werd door koning Alfons IX opgericht als tegenhanger van die van Oxford, Bologna en Parijs. Op de muren zie je nog vaag de namen van afgestudeerden, in stierenbloed vereeuwigd. Een ander beroemd gebouw is het Huis van de Schelpen, met ornamenten die verwijzen naar de Orde van Sint-Jacob. Het historisch centrum bruist van het leven: het is Goede Vrijdag en de studenten, sommigen in zwierige zwarte capes, mengen zich met families die zich voorbereiden op de processie van de Semana Santa. In de Nieuwe Kathedraal staan de enorme platformen klaar met de beelden van de paso's (passietaferelen) die 's avonds zullen meegedragen worden. De nazarenos of boetelingen met hun Ku Klux Klan-achtige maskers kwamen mij vroeger ronduit sinister voor, maar hier blijken er onder die punthoeden vrolijke jongelui schuil te gaan.

Vimara Perez (9de eeuw) bestreed de Moren en werd de eerste heerser over de toenmalige provincie Portugal. © Linda Asselbergs

In Barca d'Alva maakt De M/S Serenity rechtsomkeert, richting Porto. De vaart is zoals je in de brochures ziet: soezen op het zonnedek, genietend van een goed glas en het steeds wisselende landschap. Alleen tijdens de druivenoogst is er vrachtvervoer op de Douro, nu zijn er enkel plezierbootjes met Portugezen die Pasen vieren.

Nog één stop staat op het programma: de Villa Mateus, eigendom van de Portugese adellijke familie Sousa Botelho, die een deel van haar landhuis en tuinen openstelt voor het publiek. Het landhuis komt ons bekend voor: het staat ook op het etiket van de flessen populaire roséwijn Mateus die hier zijn oorsprong vond. Binnen vergapen we ons aan de plafonds in bewerkt kastanjehout, maar het pronkstuk is toch de bibliotheek met drieduizend antieke boeken, waaronder een eerste druk (1572) van Os Lusíadas, het heldenepos waarin de nationale dichter Luis de Camões de roem van de Portugezen en van ontdekkingsreiziger Vasco da Gama bezingt.

Zonsondergang boven de gouden rivier Douro. © Linda Asselbergs

lied vol verlangen

's Avonds leggen we weer aan op de vertrouwde plek in Gaia. Aan de overkant van de Douro oogt Porto met zijn granieten kerktorens ietwat streng, zeker in vergelijking met Lissabon. In Lissabon speelt men, in Porto werkt men, heet het hier. Maar niet voor niets staat het historisch centrum met zijn vele barokke schatten op de werelderfgoedlijst van Unesco. Liefhebbers van moderne architectuur halen dan weer hun hart op aan het concertgebouw Casa da Música, een ambitieus ontwerp van Rem Koolhaas (2005). Voor een typisch zuiderse sfeer moet je in de Bairro Ribeira zijn, waar smalle, met wasgoed behangen straatjes naar de levendige terrassen op de oever van de Douro leiden.

Waar het allemaal begon? Daarvoor moet je in Guimarães zijn, zo'n 50 kilometer van Porto. Daar verklaarde de achttienjarige Afonso Henriques in 1128 na een bloedige veldslag tegen nota bene zijn eigen moeder het graafschap Portucale onafhankelijk van het koninkrijk Castilië en León. De imposante middeleeuwse burcht waar hij geboren zou zijn, staat er nog steeds. Het is ook fijn kuieren in de oude stadskern aan de tiende-eeuwse Nossa Senhora de Oliveira, met oude vakwerkhuisjes en terrassen rond een eeuwenoude olijfboom.

Geen Portugal zonder fado, het nationale levenslied vol verlangen en nostalgische hunkering naar wat verloren ging. Saudade heet dat hier. Ligt het aan haar gezegende staat of niet, het repertoire van de hoogzwangere Marla Amastor schuwt het smartelijke en gaat eerder voor lichtheid en hoop. Natuurlijk ontbreekt de klassieker Uma casa Portuguesa niet, een ode aan al het moois dat het land te bieden heeft.

Patriottische port

Sandeman, Taylor's, Graham, Offley's... De namen van de bekendste portmerken liegen er niet om: destijds hadden Britten hier een vinger in de pap. In de 14e eeuw al waren het Verenigd Koninkrijk en Portugal handelspartners. Toen de Engelsen het in de 18de eeuw weer eens aan de stok kregen met de Fransen en nieuwe wijngebieden zochten, was Portugal dus een voor de hand liggende keuze. Aanvankelijk was de oogst nauwelijks te verschepen, maar dat veranderde toen de wijnmakers brandewijn toevoegden om de gisting te stoppen en het suikergehalte te fixeren. De zoete, versterkte wijn werd een hype. Meer nog, voor de Britten was het drinken van port een patriottische daad, gericht tegen de erfvijand Frankrijk. De smaken variëren van fruitig en paars ( ruby) naar geoxideerd en nootachtig ( tawny), met veel schakeringen tussenin.

Lezersreis 2020

Van 11 tot 18 oktober 2020 gaat Knack op Dourocruise met M/S Queen Isabel van rederij Douro Azul. Meer info op knackcruises.be.

Reservering via Rivages du Monde (02 899 75 41 en info@rivagesdumonde.be