Het Rijksmuseum Amsterdam is bereid 165 miljoen euro te betalen voor 'De vaandeldrager', een uit 1636 daterend meesterwerk van Rembrandt dat door de Franse bankiersfamilie Rothschild te koop wordt aangeboden. Dat schrijft de doorgaans welingelichte Franse kunsthistoricus Didier Rykner, meldt NRC Next.

In 'La tribune de l'art', Rykners eigen tijdschrift, publiceerde hij het artikel 'Nouveau Rembrandt Rothschild, nouveau scandale?'. Daarin hekelt de kunsthistoricus het Franse ministerie van Cultuur. Dat zou niks hebben ondernomen sinds de eigenaren van het schilderij, de kinderen van de in 2007 overleden Élie Robert de Rothschild, in juli 2018 lieten weten dat ze het schilderij voor 165 miljoen euro willen verkopen.

De Vaandeldrager © GF

Volgens Rykner hadden de erven zich bij het ministerie gemeld in gezelschap van een advocaat van het Rijksmuseum. Als Frankrijk het schilderij niet wilde kopen, zou het Rijksmuseum bereid zijn dat te doen. 'Wat heeft het ministerie de afgelopen negen maanden gedaan? Niets', schrijft Rykner.

Op 19 april werd duidelijk dat het Franse ministerie van Cultuur geen exportvergunning voor 'De vaandeldrager' gaf. Franse musea kregen daardoor drie maanden de tijd om de aankoopsom voor het schilderij bijeen te brengen. Volgens Rykner zal het Louvre, dat belangstelling heeft, er niet in slagen sponsors te vinden. De kunsthistoricus noemt daarvoor twee oorzaken. Door de crisis met de gele hesjes kan de overheid het zich niet permitteren 165 miljoen op tafel te leggen voor een schilderij, en de Franse miljardairs die elkaar vorige maand overtroefden met donaties voor de restauratie van de door brand verwoeste Notre Dame zullen niet nogmaals bijspringen.

Het Rijksmuseum wil niet reageren op het artikel en eventuele belangstelling voor het schilderij. 'Aankoop is niet aan de orde, want er is geen exportvergunning', is alles wat een woordvoerder kwijt wil.