De Fransen presenteren deze tentoonstelling als het eindpunt van tien jaar da Vinci-onderzoek dat een beter licht moeten werpen op de artistieke praktijk en de schilder- en tekentechnieken van de Italiaanse meester. Zelfs de levensloop van de man wordt anders benaderd, niet langer in zes chronologisch opeenvolgende periodes die met zijn reizen of zijn verhuizingen samenvallen, maar als het holistische portret van een uitzonderlijk kunstenaar en wetenschapper met een vrije, ongebonden geest. De tentoonstelling loopt tot 24 februari volgend jaar.

Het is dit jaar 500 jaar geleden dat een van de meest geniale kunstenaars uit de geschiedenis overleed, en het was uitgerekend in Frankrijk dat Leonardo da Vinci het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde, met name in Amboise, aan de oevers van de Loire. De Franse renaissancekoning Frans I had Leonardo uitgenodigd en benoemde hem tot 'eerste schilder, ingenieur en architect van de koning van Frankrijk'.

. © AFP

In november 1516 streek da Vinci neer in het château du Clos Lucé, op een steenworp van de koninklijke residentie in Amboise. Da Vinci zou drie jaar doorbrengen in het kasteel en maakte er duizenden aantekeningen met het oog op verhandelingen die hij wilde uitgeven over duizend-en-één onderwerpen die zijn rusteloze geest bekoorden. Hij werkte er ook een aantal schilderijen af die hij al langer meezeulde op zijn reizen, zoals de portretten van de Mona Lisa, en de maagd Maria, de heilige Anna en Johannes de Doper. Hij ontwierp er ook tekeningingen en schetsen van hydraulische projecten, decors voor feesten en een monumentaal ruiterstandbeeld.

Sterven in de armen van de koning

Op 2 mei 1519 overleed da Vinci in het château du Clos Lucé. Volgens het boek 'De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten' van de Italiaanse schilder, architect en historicus Giorgio Vasari was Frans I aanwezig bij da Vinci's dood. 'Leonardo overleed op 67-jarige leeftijd in de armen van de koning', zo schreef Vasari. Mogelijk heeft hij dat tafereel verzonnen, maar hij schiep met zijn beschrijving een mythe die nog lang zou voortleven. Meerdere kunstenaars, onder wie Jean-Auguste Dominique Ingres, vereeuwigden de scene van de koning gezeten op het doodsbed van da Vinci in een schilderij.

. © AFP

Net omdat Leonardo in Frankrijk overleed heeft het Louvre een derde van alle schilderijen van da Vinci in huis. De schilderijen die hij meebracht naar Frankrijk werden meteen aangekocht door koning Frans I en kwamen zo in de koninklijke verzameling terecht. Die omvatte toen al de Maagd op de Rotsen en La Belle Ferronnière, die al door een van zijn voorganger Lodewijk XII waren aangekocht. De al formidabele collectie van het Louvre zou later nog aangevuld worden met 22 opmerkelijke tekeningen.

. © AFP

Naast de vijf schilderijen en de 22 tekeningen van da Vinci uit eigen bezit zullen er nog meer dan 100 andere kunstwerken van de Italiaanse meester getoond worden. Daarvoor kreeg het Louvre medewerking van de Royal Collection, het British Museum en de National Gallery in Londen, de pinacotheek van het Vaticaan, de Biblioteca Ambrosiana in Milaan, de Galleria Nazionale in Parma, de Gallerie dell'Accademia in Venetië, het Metropolitan Museum of Art in New York en, last but not least, het Institut de France.

Verplichte reservatie

In het Louvre zijn ze al wel wat gewoon wat de toeloop van toeschouwers betreft, want alleen de Mona Lisa is goed voor 20.000 bezoekers per dag, maar voor deze grote da Vinci-tentoonstellng past het Louvre voor het eerst de methode van verplichte reservatie van het bezoek vooraf toe om de toestroom van kunstliefhebbers in goede banen te leiden voor wat de grootste Leonardo-tentoonstelling ooit moet worden.

. © Reuters

Meevaller voor het Louvre is de beslissing van een Italiaanse rechtbank om uiteindelijk toch de tekening van de 'Mens van Vitruvius' (een afbeelding van een man in een cirkel en vierkant die de lichaamsverhoudingen weergeeft) te laten verhuizen van de Gallerie dell'Accademia in Venetië naar Parijs voor de duur van de expositie. De Italiaanse erfgoedorganisatie Italia Nostra had eerder een klacht ingediend, omdat ze vreesde dat het delicate werk blijvende schade zou kunnen oplopen door de verhuizing, maar die klacht is uiteindelijk door de rechters verworpen.

'In het verleden zijn al andere delicate prenten ontleend aan het buitenland', luidde hun uitspraak. De rechters voegden eraan toe dat de overzichtstentoonstelling in het Louvre een 'uitzonderlijke wereldwijde relevantie' heeft en dat Italië zijn 'kunsthistorisch potentieel wil maximaliseren'.