Het doek 'Dulle Griet' was twee jaar afwezig: eerst voor een restauratie die heel wat van de oorspronkelijke pracht terug aan de oppervlakte bracht en vervolgens voor de drukbezochte en unieke overzichtstentoonstelling van Bruegel in het Oostenrijkse Wenen.

Na het Antwerpse Barokjaar rond Rubens in 2018 is 2019 het jaar van Bruegel, 450 jaar na zijn dood. Met de overzichtsexpo in Wenen, waar het Kunsthistorisches Museum sowieso al veruit de meeste van Bruegels schilderijen in bezit heeft, zou je kunnen stellen dat het hoogtepunt eigenlijk al achter de rug is, maar in Vlaanderen en Brussel wordt Bruegel later dit jaar nog eens volop in de schijnwerpers geplaatst.

Glansrol

Het Museum Mayer van den Bergh, dat een van de weinige Bruegels in ons land tot zijn collectie mag rekenen, plaatst bijvoorbeeld vanaf 5 oktober 'Dulle Griet' centraal in een expo rond de verzamelwoede van Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) en zijn illustere voorganger Florent Van Ertborn (1784-1840), die een honderdtal topstukken van het huidige Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen verwierf.

'Dulle Griet' onderging voor haar glansrol in Wenen al een grondige restauratie in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) te Brussel. Daar werden gele vernislagen en latere overschilderingen verwijderd om de originele kleuren weer te laten schitteren. Het kleurenpalet is lichter en gevarieerder en het paneel toont details die lange tijd onzichtbaar waren, zoals een teddybeer, fijn uitgewerkte helmen en het landschap op de achtergrond.

Op 1 maart volgt er nog een feestelijk verwelkomingsmoment met schrijver Jeroen Olyslaegers, in de vorm van debatten voor het schilderij.