De Santa Scala (Heilige Trap) in Rome wordt voor korte tijd, tot Pinksteren op 9 juni, geopend voor bezoekers. Jezus zou op deze trap gelopen hebben op weg naar Pontius Pilatus om berecht te worden. Jezus zou onderweg vier keer gevallen zijn. Op deze plaatsen zijn nog druppels bloed te zien. Ze worden aangegeven met een kruis.

De 28 treden tellende trap stond oorspronkelijk in Jeruzalem, maar Helena - de moeder van keizer Constantijn - liet deze in 326 naar Rome brengen. Tijdens de Renaissance kreeg de Santa Scala een plaats in het Lateraanse Paleis (Palazzo del Laterano). In dit paleis woonden de pausen tot hun ballingschap in Avignon in 1309. Toen paus Gregorius XI in 1377 terugkeerde naar Rome was het paleis grotendeels afgebrand en sindsdien wonen de pausen in het Vaticaan.

. © AFP

De Santa Scala lijdt naar het Santa Sanctorum (Heilige der Heiligen). In deze bidkapel van de pausen worden veel relieken bewaard. De trappen werden in 1723 op bevel van paus Innocentius XIII bedekt met houten planken omdat hij het niet langer kon aanzien hoe de marmeren trappen beschadigd raakten door de gelovigen die eroverheen kropen. Alleen de plaatsen waar de bloeddruppels van Jezus lagen, bleven zichtbaar. Het afgelopen jaar werden de trappen grondig gerenoveerd. Tegelijk kregen de 16e-eeuwse fresco's op de muren in het trappenhuis een opfrisbeurt.

. © AFP

De gelovigen mogen nu voor het eerst in 300 jaar weer over de originele, onbedekte trap lopen. Of beter gezegd: kruipen. Ze mogen alleen op hun knieën en handen naar boven. Op iedere trede zeggen ze een gebed en ze kussen de kruisen op de plaats waar het bloed van Jezus ligt. Daardoor duurt de tocht naar het Santa Sanctorum zo'n half uur. Ook moeten ze hun voeten bedekken met beschermhoesjes. Bovenaan krijgen ze de absolutie, vergeving van een of meerdere zonden. De trappen blijven wel slechts zestig dagen geopend, tot Pinksteren op 9 juni. Daarna worden de treden weer veilig bedekt met planken.