Geschiedenis

Verschillende volkeren hebben hun sporen achtergelaten in Sevilla. Vooral de invloed van de Moren is nog duidelijk zichtbaar.

De inwoners van Sevilla zijn er heilig van overtuigd dat hun stad werd gesticht door de grote mythische held Hercules. Hij noemde de stad Iulia Romula Hispalis. In 206 v. Chr. bouwden de Romeinen naast Sevilla de nederzetting Itálica. Itálica werd gedurende zeven eeuwen hét centrum van het westelijke deel van het Romeinse Rijk. De twee bekende Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus werden er geboren.

In de 5e eeuw na Christus werd de stad eerst veroverd door de Vandalen en vervolgens door de Visigothen. Het hele Visigothische Rijk schudde op zijn grondvesten toen er een bloedige strijd uitbrak tussen koning Leovigild – een aanhanger van het Arische Christendom – en zijn zoon prins Hermenegild, die zich had bekeerd tot het Katholicisme. De koning won de strijd en liet zijn zoon vermoorden.

Na de dood van koning Leovigild volgde een andere zoon, Recared, hem op. Ook hij had zich bekeerd tot het katholieke geloof en hij zorgde voor religieuze en politieke eenheid in het hele Visigothische Rijk. In deze tijd was Sevilla in de ban van twee intellectuele bisschoppen – Isidore en Leander -, die later heilig verklaard werden. Eén van de oudste parochiekerken in Sevilla is gewijd aan Isidore en beiden komen veel voor op schilderijen van Murillo.

De Moren

In 712 veroverden de Moren Hispalis en veranderden de naam in Isbilya. Mensen uit de hele Arabische wereld vestigden zich in de stad. Over het geheel genomen was het een tijd van rust en culturele bloei totdat Sevilla bedreigd werd door de koning van Castilla y Léon.

Om hem tegen te houden besloten de Moorse koningen van Sevilla, Granada en Badajoz de handen ineen te slaan en de hulp in te roepen van de Almoravid berbers uit het noorden van Afrika. Deze Almoraviden maakten misbruik van de situatie en grepen de macht in Sevilla.

De bevolking had snel genoeg van hun sociale en religieuze intolerantie (christenen en joden werden genadeloos vervolgd) en zo konden de Almohaden de macht overnemen. Zij maakten van Sevilla de administratieve hoofdstad van Andalusië en brachten er opnieuw welvaart en vrede.

De Almohaden waren ook fanatieke bouwers en begonnen aan het meest ambitieuze project van de Moorse periode, namelijk de bouw van een enorme moskee. Deze moskee bestaat tegenwoordig niet meer, maar de minaret – de Giralda – staat er nog altijd en daaraan kan je zien hoe indrukwekkend het gebouw in zijn geheel geweest moet zijn.

Vanaf 1220 nam de macht van de Almohaden af en in 1248 slaagden de Castillianen onder leiding van Fernando III erin de stad te veroveren.

Pedro de Wrede

Sevilla werd de hoofdstad van een groot koninkrijk en koning Fernando III zorgde voor een stabiele regering. Hij was dan ook zeer geliefd in Sevilla en in 1671 werd hij heilig verklaard. Eén van de beruchtste heersers uit de middeleeuwse geschiedenis van Sevilla is koning Pedro I, die ook wel Pedro de Wrede of Pedro de Wreker wordt genoemd.

Hij liet de minnaar van zijn vrouw vermoorden in zijn paleis Alcazar en probeerde zelf onophoudelijk Doña Maria Fernández Coronel te versieren. Hij liet haar echtgenoot opsluiten en vervolgens vermoorden. Zij was echter niet gediend van zijn avances en gooide hete olie over haar gezicht om er zo lelijk mogelijk uit te zien.

In de periode na de Moorse overheersing trokken vele joden naar Sevilla. Ze woonden daar in de huidige wijken Santa Cruz en Barrio. In 1391 werden velen van hen echter vermoord naar aanleiding van de hatelijke preken van de aartsdiaken Ferrán Martínez.

In 1401 werd besloten tot de bouw van een gigantische kathedraal. Deze werd in 1507 ingewijd en is tegenwoordig nog de op twee na grootste ter wereld. Het gebouw had verschillende functies: kerk, museum, pantheon en bibliotheek.

Columbus

1492 is een belangrijk jaar in de Spaanse geschiedenis. In dat jaar werden de Moren definitief uit het land verdreven, werd het hele land verenigd onder één Kroon en ontdekte Columbus Amerika.

Voor Sevilla betekende dit jaar het begin van twee eeuwen waarin de stad fungeerde als de poort naar de Nieuwe Wereld. De handel die deze positie met zich meebracht, maakte van Sevilla het mekka van de Europese commercie.

De stad trok lieden met de meest uiteenlopende beroepen aan en zo werd Sevilla de belangrijkste stad van Spanje. Columbus begon zijn avontuurlijke reis in de haven van Sevilla en sinds 1899 ligt hij begraven in de kathedraal in Sevilla.

Een andere bekende persoon uit deze tijd is Miguel Cervantes, auteur van onder andere Don Quichote, die de inspiratie voor zijn romans voor een groot deel putte uit het leven in Sevilla en er lange tijd doorbracht in de gevangenis.

Aan de bloeiperiode kwam in de loop van de 17e eeuw een einde. Heel Europa kreeg te maken met een economische crisis en Spanje in het bijzonder. In Sevilla kwamen daar nog verschillende overstromingen en de pest, die de helft van de bevolking het leven kostte, bij.

Gelukkig betekende deze rampzalige periode niet het einde van de culturele bloei in de stad. Sevilla werd een echte kloosterstad met 73 kloosters. Er werden dan ook talloze religieuze toneelstukken opgevoerd.

In 1717 werd het bestuurlijke centrum voor de handel met de overzeese gebieden verplaatst van Sevilla naar Cadiz. Daarmee verloor Sevilla haar handelsmonopolie en verdween de welvaart grotendeels. Toch besloot koning Felipe V zich te vestigen in de stad en de bevolking deed er alles aan om het de melancholische koning naar de zin te maken.

Ook de tabaksindustrie liep goed en in 1725 werd de grootste fabriek van de 18e eeuw in Sevilla gebouwd: de koninklijke tabaksfabriek (tegenwoordig is de Hispalensis universiteit er gevestigd). Deze is zeer bekend geworden dankzij de opera Carmen van Bizet. Carmen, de mooie zigeunerin die alle hoofden op hol wist te draaien, werkte daar namelijk.

Stad van kunstenaars

Sevilla was een stad die kunstenaars aantrok. Zo schreef de Graaf van Rivas er zijn bekende comedie ‘Don Alvaro o la fuerza del sino’, waar Verdi later de opera ‘La forza del Destino’ van maakte.

Daarnaast situeerden vele anderen hun verhalen of opera’s in Sevilla. Enkele voorbeelden: Don Juan Tenorio van de auteur Zorrilla, de opera’s Don Giovanni en Figaro van Mozart, Il Barbiere de Siviglia van Rossini, Carmen van Bizet en Fidelio van Beethoven. De stad had dus duidelijk een grote aantrekkingskracht op musici en schrijvers.

In de 20e eeuw kwam Sevilla twee maal wereldwijd in de belangstelling te staan. Tijdens de Wereldtentoonstelling in 1929 verrezen er prachtige, architecturale meesterwerken in het Maria Luisa park. Deze gebouwen kunnen nu nog altijd bewonderd worden.

Ook in deze periode brengt Sevilla nog heel wat kunstenaars voort, denk maar aan de componist Joaquin Turina en de schrijvers Manuel Machado en Vicente Aleixandre, die in 1977 de Nobelprijs voor de literatuur won.

In 1936 brak de Spaanse burgeroorlog uit tussen nationalisten en republikeinen. Sevilla koos de zijde van de nationalisten van Franco, maar na zijn overwinning bracht hij weinig goeds naar de stad. Verschillende historische gebouwen moesten worden afgebroken. Aan het bewind van Franco kwam pas in 1975 een einde.

Kosmopolitisch

1980 betekende een breekpunt in de geschiedenis van Andalusië en Sevilla. Er werden in dat jaar massale demonstraties gehouden waarin meer autonomie werd gevraagd voor Andalusië. Sevilla werd de hoofdstad van de regio Andalusië, die nu meer onafhankelijkheid had verworven.

In 1992 was Sevilla opnieuw de organisator van de Wereldtentoonstelling. Ter ere daarvan werden veel paleizen, kerken en andere monumenten in de stad gerenoveerd, de infrastructuur werd enorm verbeterd en de oevers van de rivier Guadalquivir werden opgeknapt.

Sevilla heeft haar kosmopolitische karakter weer helemaal terug. De stad ziet er zeer verzorgd uit, is hét regionale centrum van de dienstensector en trekt vele toeristen en congressen aan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content