De Europeanen maakten vorig jaar samen 1,3 miljard reizen of reisjes. 73 procent daarvan gebeurde in eigen land, 21 procent naar andere EU-lidstaten en 6 procent naar landen buiten de EU. Vooral de Roemenen, de Spanjaarden en de Portugezen reizen voornamelijk binnen de eigen landsgrenzen, met respectievelijk 94 procent, 91 procent en 89 procent van het aantal verplaatsingen. Ook de Grieken en de Fransen blijven voornamelijk in eigen land.

Aan het andere uiteinde van het spectrum zien we de Luxemburgers, de Belgen en de Maltezen, die voor respectievelijk 98 procent, 80 procent en 68 procent van de overnachtingen het buitenland opzoeken.

De Belgen blijken ook een voorkeur voor langere reizen te hebben. Enkel de Grieken en de Luxemburgers gaan gemiddeld langer op reis, met een verblijfsduur van 9,9 nachten en 7,1 nachten. Voor de Belgen is dat 6,5. Het Europees gemiddelde ligt op 5,1.

Liefde voor de auto

De Europeanen gebruiken voor hun reizen het vaakst de auto, in tweederde van de verplaatsingen. De Maltezen, de Cyprioten en de Ieren zijn binnen Europa de grootste gebruikers van het vliegtuig. De Fransen en de Duitsers stappen het vaakst op de trein. Grieken en Maltezen zijn koplopers in het gebruik van schepen. Voor overnachtingen hebben Europeanen een voorkeur voor hotels. Daarna volgen campings en andere vormen van gehuurde verblijfplaatsen, zoals appartementen.