Iets meer dan een op de twee ondervraagde Belgen (53 procent) is van plan deze zomer op reis te vertrekken. Dat is een daling met twaalf procent in vergelijking met 2019, toen er van corona nog geen sprake was. Als verklaring wijzen de Belgen naar de strikte coronamaatregelen (30 procent), de vrees voor de pandemie (29 procent) en financiële redenen (24 procent).

Degenen die er wel op uit trekken, kiezen ook iets vaker voor een korte vakantie. Wat de reisbestemming betreft, blijft Frankrijk de koploper met 38 procent (+6 procent) van de Belgen die aangeeft zich naar onze zuiderburen te zullen begeven. Maar ook de vakantie in eigen land is met 32 procent, een stijging met 17 procent, opvallend meer in trek dan voor de coronacrisis. Spanje volgt met 19 procent op de derde plaats.

De keuze voor nabijgelegen reisbestemmingen zorgt er ook voor dat de wagen aan populariteit wint (62 procent, +7 procent), terwijl maar drie op de tien Belgen aangeven het vliegtuig te zullen nemen (-13 procent).

Uitblazen in de rust

Vakantie aan zee blijft veruit het populairst met 55 procent van de Belgen die van plan is naar de zee te zullen trekken. De opgang van plattelandsvakanties (31 procent, +8 procent) is opmerkelijk, terwijl rondreizen en citytrips iets minder landgenoten kunnen bekoren.

Belgen kiezen in vergelijking met voor de coronacrisis ook vaker voor een appartement/vakantiewoning (39 procent, +4 procent) of een logement bij vrienden, familie of een tweede verblijfplaats (25 procent, +6 procent). Toch blijft een hotelkamer met 40 procent (-13 procent) het populairst.

Tot slot trekken de Belgen met een gemiddeld budget van 1.983 euro ook 12 procent minder uit voor hun reisplannen in vergelijking met 2019. Daarmee staat België op de derde plaats qua reisbudget, na Zwitserland en Oostenrijk. In Europa zakt het gemiddelde reisbudget tot 1.581 euro, een daling met 23 procent.

De enquête werd tussen 5 en 20 mei 2021 afgenomen bij een steekproef van 11.002 Europeanen, onder meer Fransen, Duitsers en Belgen, en bij 3.000 niet-Europeanen.

Iets meer dan een op de twee ondervraagde Belgen (53 procent) is van plan deze zomer op reis te vertrekken. Dat is een daling met twaalf procent in vergelijking met 2019, toen er van corona nog geen sprake was. Als verklaring wijzen de Belgen naar de strikte coronamaatregelen (30 procent), de vrees voor de pandemie (29 procent) en financiële redenen (24 procent). Degenen die er wel op uit trekken, kiezen ook iets vaker voor een korte vakantie. Wat de reisbestemming betreft, blijft Frankrijk de koploper met 38 procent (+6 procent) van de Belgen die aangeeft zich naar onze zuiderburen te zullen begeven. Maar ook de vakantie in eigen land is met 32 procent, een stijging met 17 procent, opvallend meer in trek dan voor de coronacrisis. Spanje volgt met 19 procent op de derde plaats. De keuze voor nabijgelegen reisbestemmingen zorgt er ook voor dat de wagen aan populariteit wint (62 procent, +7 procent), terwijl maar drie op de tien Belgen aangeven het vliegtuig te zullen nemen (-13 procent). Vakantie aan zee blijft veruit het populairst met 55 procent van de Belgen die van plan is naar de zee te zullen trekken. De opgang van plattelandsvakanties (31 procent, +8 procent) is opmerkelijk, terwijl rondreizen en citytrips iets minder landgenoten kunnen bekoren. Belgen kiezen in vergelijking met voor de coronacrisis ook vaker voor een appartement/vakantiewoning (39 procent, +4 procent) of een logement bij vrienden, familie of een tweede verblijfplaats (25 procent, +6 procent). Toch blijft een hotelkamer met 40 procent (-13 procent) het populairst. Tot slot trekken de Belgen met een gemiddeld budget van 1.983 euro ook 12 procent minder uit voor hun reisplannen in vergelijking met 2019. Daarmee staat België op de derde plaats qua reisbudget, na Zwitserland en Oostenrijk. In Europa zakt het gemiddelde reisbudget tot 1.581 euro, een daling met 23 procent. De enquête werd tussen 5 en 20 mei 2021 afgenomen bij een steekproef van 11.002 Europeanen, onder meer Fransen, Duitsers en Belgen, en bij 3.000 niet-Europeanen.