Als de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander in 1997 in een televisie-interview zegt zich te willen verdiepen in watermanagement, wordt daar in zijn land besmuikt om gegniffeld. Sinds het Noordzeekanaal, de afsluiting van de Zuiderzee en de Deltawerken lijkt men even te zijn vergeten dat Nederland op dat terrein koploper is. Van de Palmeilanden in Dubai of de uitbreiding van Manhattan in de VS tot het Suezkanaal in Egypte en deltawerken in Vietnam: als ergens op aarde eilanden opgespoten, kanalen verbreed, dijken versterkt, vaargeulen uitgebaggerd, rivieren ingedamd of stormvloedkeringen gebouwd moeten worden, wordt al snel geroepen: 'Bel die Nederlanders maar, die kunnen dat wel.'
...

Als de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander in 1997 in een televisie-interview zegt zich te willen verdiepen in watermanagement, wordt daar in zijn land besmuikt om gegniffeld. Sinds het Noordzeekanaal, de afsluiting van de Zuiderzee en de Deltawerken lijkt men even te zijn vergeten dat Nederland op dat terrein koploper is. Van de Palmeilanden in Dubai of de uitbreiding van Manhattan in de VS tot het Suezkanaal in Egypte en deltawerken in Vietnam: als ergens op aarde eilanden opgespoten, kanalen verbreed, dijken versterkt, vaargeulen uitgebaggerd, rivieren ingedamd of stormvloedkeringen gebouwd moeten worden, wordt al snel geroepen: 'Bel die Nederlanders maar, die kunnen dat wel.' Al twintig jaar lang vliegt deze Nederlandse reisjournalist de wereld rond. Maar gaandeweg krijg ik te kampen met vliegschaamte. Reizen verrijkt, maar wie de wereld verkent, ontdekt ook plekken waar de gevolgen van de klimaatverandering zichtbaar zijn - niet over decennia pas, maar nu al. Met eigen ogen zie ik hoe Bangladesh verdwijnt in de Golf van Bengalen, hoe de oude Hollandse zeemuur van Guyana niet meer bestand is tegen het wassende water van de Atlantische Oceaan, en hoe rodepeperakkers en rijstvelden in Vietnam worden verzwolgen door de machtige Mekong. De keuze van de kroonprins was zo gek nog niet: door klimaatverandering en zeespiegelstijging is het deze eeuw een gouden business, dat watermanagement. In het Waterloopbos klinkt overal het geluid van klaterend water. Tijdens de coronacrisis reis ik door eigen land en zo beland ik in de Noordoostpolder. Hier, op de vroegere bodem van de Zuiderzee, ligt de basis voor onze waterkennis. Het Waterloopkundig Laboratorium bouwt vanaf de jaren vijftig schaalmodellen van rivieren, kanalen, kuststroken, zeesluizen, havenkommen en waterkeringen. Hier wordt bestudeerd wat de beste vorm is voor een oliehaven in Libië, hoe Deense kusterosie kan worden bestreden en hoe zout en en zoet water zich vermengen in de haven van Bangkok. Ook het Noordzeekanaal, de Nieuwe Waterweg en de haven van IJmuiden worden in het klein nagebouwd - een soort Mini-Europa voor waterwetenschappers. Gedurende vier decennia worden op 32 modelplaatsen ruim tweehonderd onderzoeken uitgevoerd. Het pionierswerk in de Noordoostpolder eindigt in de jaren negentig, als computersimulaties de schaalmodellen definitief overbodig maken. Het Waterloopkundig Laboratorium laat de boel de boel. Het bos is nu een Rijksmonument, in bezit van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en van zonsopkomst tot zonsondergang gratis toegankelijk voor het publiek. Wandel mee en ontdek de wonderlijke waterwerken van het Waterloopbos. Via smalle bospaadjes en ontelbare bruggetjes voert de bij dit artikel behorende wandelroute langs twaalf van de 32 modellen, variërend van keurig gerestaureerd tot roestig, vervallen en overwoekerd. In de laatste categorie valt Brega, de grootste oliehaven van Libië. Begin jaren zeventig gaan de zaken daar zo goed dat de haven moet worden uitgebreid, zodat er grotere olietankers kunnen aanmeren. Maar er speelt ook een probleem: er drijven wierballen - samengeklonterde waterplanten die zich ophopen in de haven en het scheepvaartverkeer hinderen. De ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium mochten het oplossen en vonden met behulp van golfmachines de ideale vorm voor de nieuwe oliehaven. Net buiten het bos ligt een langgerekte goot voor onderzoeken naar de stroming van water en de werking van wind. Met scheepsmodellen werden boeggolven gemeten en met een stuwdam op schaal werd de weersbestendigheid ervan getest. Tegenwoordig worden de stroomsnelheid en -richting van water of de stabiliteit van constructies berekend met computersimulaties, waarbij je met een druk op de knop de omstandigheden kunt aanpassen. Gaandeweg worden de proeven geavanceerder, maar in het begin gaat het er nog spartaans aan toe: de ingenieurs kunnen zien hoe het water beweegt door er papiersnippers of pingpongballetjes in te gooien. Het Gootje van Jo diende voor het testen van stroomsterktes en is vernoemd naar J. Th. Thijsse (Jo voor intimi), zoon van Jac. P. Thijsse (Ko voor intimi). Terwijl vader Thijsse de beroemdste natuurbeschermer van Nederland was, stond zoon Thijsse aan het hoofd van een wetenschappelijk instituut dat juist in de natuur wil ingrijpen. Inmiddels vormen natuur en wetenschap in het Waterloopbos een symbiose: na het vertrek van het Waterloopkundig Laboratorium is het bos aangekocht door de door vader Thijsse opgerichte Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. In het waterrijke bos groeien mossen, varens en paddenstoelen bij de vleet en er fladderen vlinders, libellen en ijsvogels rond. Op modelplaats 1 werd in 1958 een rechthoekige golfbak gebouwd, die nu droog staat en waarin gras, struiken en bomen welig tieren. Achtereenvolgens werd hier onderzoek gedaan naar de kustlijn van Albatross Bay bij het Australische Weipa, de haven van Beiroet in Libanon, koelwatercirculatie bij de Flevocentrale, de haven van Sekondi in Ghana, golfslag bij de keersluis Termunterzijl, ontgronding rond de poten van een booreiland in de Noordzee, het nooit gegraven Dollardkanaal bij Delfzijl, de haven van West-Terschelling en een haven bij de mosselbanken in de Westerschelde. En dit is nog maar een van de ruim dertig modellen - ze waren er maar druk mee, die Willie Wortels van de waterbouw. Met zeshonderd meter is de Nieuwe Waterweg het langste schaalmodel. Het bestond uit drie delen, met elk een eigen waterregulatie, zodat er meerdere onderzoeken tegelijkertijd konden plaatsvinden. De stenen eilandjes bij het zuidelijke uiteinde dienden bijvoorbeeld voor onderzoek naar stroming. Hier kwamen er geen papiersnippers of pingpongballen aan te pas; de stroomsnelheid in de geulen tussen de eilandjes werd gemeten met propellertjes. Bij andere delen van het model werden weer andere meetmethoden gebruikt, zoals gekleurde vloeistof, drijvers en peilstokken. Aan de hand van de resultaten werd de loop van de Nieuwe Waterweg veranderd, waardoor de Rotterdamse haven beter toegankelijk werd. Vanaf de jaren zeventig werden de onderzoeken steeds geavanceerder. Het werk van gelaarsde ingenieurs met hun poten in de klei werd overgenomen door computers en IT'ers. Om met de tijd mee te kunnen gaan, kwam er een nieuw kantoorgebouw, dat van alle gemakken was voorzien: mobiele tekentafels, meebewegende verlichting, gigantische computers en airconditioning. Hier vonden alle ingenieurs, tekenaars, rekenaars, stagiairs, administrateurs, secretaresses en typistes onderdak. Het voormalige kantoor van het Waterloopkundig Laboratorium dient nu als bedrijfsverzamelgebouw, maar zal worden verbouwd tot hotel met 114 kamers. Weldra is dit de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan het Waterloopbos. Natuurmonumenten heeft grootse plannen met het Waterloopbos en stelde daarom een tienjarenplan op. Tien van de 32 schaalmodellen en de belangrijkste stuwen worden gerestaureerd, zodat het water blijft klateren. Het bos wordt verdeeld in zones met de focus op historie, natuur, cultuur en avontuur. Het onderhoud moet op termijn grotendeels worden bekostigd uit inkomsten van horeca en evenementen, en het Waterloopbos moet tweehonderdduizend bezoekers per jaar gaan trekken. In 2026 moet dat allemaal geregeld zijn, maar de eerste projecten zijn al klaar. De golfbak, die onder meer gebruikt werd om de invloed van golfslag op de Deltawerken te onderzoeken, is het eerste grote schaalmodel dat gerestaureerd is. Het water golft weer in het Waterloopbos. Studio RAAAF en Atelier de Lyon zijn niet voor een kleintje vervaard. Eerder zaagden ze een bunker dwars doormidden, nu hebben ze de reusachtige Deltagoot getransformeerd tot kunstwerk, als ode aan alle baan- en golfbrekende onderzoeken die in het Waterloopbos hebben plaatsgevonden. De 240 meter lange waterbak, waarin golven tot tweeënhalve meter hoog werden gecreëerd, is ontmanteld, uitgegraven en in stukken gezaagd. Grote betonnen platen zijn deels gedraaid en gekanteld. Het water loopt er niet meer in, maar eromheen, wat voor mooie reflecties zorgt. Tegenover het Deltawerk//, zoals het nu heet, staat Paviljoen Het Proeflab, met een prima restaurant en een informatiebalie van Natuurmonumenten.