Wijnboeken en -gidsen vinden de Ardèche hoogstens een kleine vermelding waard. De wijnen hebben niet de hoogste status van appellation d'origine protégée (AOP ) en komen als IGP Ardèche op de markt ( indication géographique protégée), de categorie van de vroegere vins de pays. Sommigen dragen zelfs het label vin de France, de categorie van de eenvoudigste Franse wijnen. Toch zijn hier gepassioneerde wijnbouwers bezig om de kwaliteit van hun wijnen stelselmatig op te drijven. En omdat de Ardèche een droge streek is, met minder kans op schimmelziekten van de wijnstok, is ze zeer geschikt om wijndruiven biologisch te kweken.
...

Wijnboeken en -gidsen vinden de Ardèche hoogstens een kleine vermelding waard. De wijnen hebben niet de hoogste status van appellation d'origine protégée (AOP ) en komen als IGP Ardèche op de markt ( indication géographique protégée), de categorie van de vroegere vins de pays. Sommigen dragen zelfs het label vin de France, de categorie van de eenvoudigste Franse wijnen. Toch zijn hier gepassioneerde wijnbouwers bezig om de kwaliteit van hun wijnen stelselmatig op te drijven. En omdat de Ardèche een droge streek is, met minder kans op schimmelziekten van de wijnstok, is ze zeer geschikt om wijndruiven biologisch te kweken. 'De wijnbouw bestaat al 2000 jaar in de Ardèche en was goed bekend in de middeleeuwen', vertelt Philippe Dry (55), directeur van Vignerons Ardéchois, de vereniging die de verkoop en distributie verzorgt voor alle coöperaties van de streek. 'Vanaf 1944 werden hier coöperaties opgericht, omdat - zo zei men - de wijnbouwers te arm waren om alles zelf te doen. Op veel plaatsen werd dus één grote wijn- kelder gebouwd waar de lokale telers hun druiven konden leveren om er wijn van te maken. Vandaag komt nog 90% van de wijn uit de Ardèche van een coöperatie.' Veel veranderde toen hier zowaar een wijnhuis uit het beroemde Bourgogne neerstreek. Louis Latour plantte chardonnay aan, de druif van de grote witte bourgognes en bewees dat die ook in de Ardèche goede witte wijn kon opleveren. Latours voorbeeld werd gevolgd door het grootste wijnhuis van de Rhônevallei, Chapoutier. Dat gaf kleinere familiale wijndomeinen het vertrouwen om onder hun eigen naam IGP Ardèchewijnen op de markt te brengen. Zoals het domein van Guy Farge in Saint-Jean-de-Muzols, in het noorden van de streek. Ik ontmoet er zijn zoon Thomas (30), die het domein zal overnemen. Achter het huis zie ik wijnstokken staan op een steile helling: 'Daarvan maken we onze duurdere wijnen onder de appellation Saint-Joseph.' Dan wijst hij naar een wijngaard aan de andere kant van het huis: 'Daarvan maken we met dezelfde druiven onze goedkopere Ardèchewijnen, omdat die grond net buiten de zone van Saint-Joseph valt.' De wijnen kosten tussen 7 en 10 euro, minder dan de helft van die van Saint-Joseph. Maar Thomas staat erop de kwaliteit hoog te houden: 'Onze streeknaam Ardèche staat erop, die willen wij niet beschamen. Wij zijn trots op onze streek.' Die trots zal ik overal in de Ardèche tegenkomen: 'Dit is altijd een ruwe streek geweest, een beetje afgesneden van de rest van Frankrijk, waar het leven niet altijd makkelijk was. Dat creëerde een samenhorigheidsgevoel.' In het dorpje Vion, aan de voet van een berg met bossen en wijnstokken, zijn de straatjes amper breed genoeg om een auto door te laten. Hier is Jean François Jacouton (41) begonnen met alleen een perceeltje wijngaard van zijn grootvader, van wie hij het vak leerde: 'Ik had geen geld, alleen passie. Dus kocht ik goedkopere gronden waarop ik wijnen onder het label IGP Ardèche kon maken. Geloof me, als je dat goed wilt doen, heb je er evenveel werk aan als aan appellationwijnen die je voor meer geld kunt verkopen.' Hij neemt mij mee naar zijn wijngaarden, hoog op het bergplateau met een fantastisch uitzicht over de Rhônevallei: 'Ik heb alles zelf geplant, stok per stok. Want ik kon mij geen firma veroorloven die dat mechanisch doet.' Intussen huurt hij wel enkele percelen in de appellation Saint-Joseph: 'Het is als wijnbouwer moeilijk om alleen met IGP-wijnen naar buiten te komen. Een appellationwijn geeft potentiële klanten vertrouwen, waarna ze ook mijn goedkopere Ardèchewijnen proeven. Zo raken ze overtuigd. Ik exporteer nu 60 % van mijn productie, onder meer naar de Verenigde Staten.' Toch moet hij af en toe bijklussen voor bedrijven in de streek, omdat hij anders niet rondkomt: 'Ik zit nog volop in de investeringsfase. Maar mijn zonen zullen later van dit werk kunnen profiteren.' Ik rijd verder naar het zuiden van de Ardèche. In het stadje Alba-la-Romaine ontmoet ik Patrice Bosquet (35), ondervoorzitter van de plaatselijke coöperatie, en een van de vijftig aangesloten druivenkwekers. 'Er zijn veel verschillen tussen het noorden en het zuiden', zegt hij. 'Hier vind je veel andere druivenrassen en, in tegenstelling tot in het noorden, bijna alleen wijnen onder het label IGP Ardèche. Wij houden hier van dat label omdat de regels minder strikt zijn dan in een appellation.' Ook het landschap is anders, ruiger en bergachtiger: 'Met veel uitgedoofde vulkanen', voegt Bosquet daaraan toe. 'Op die vulkanische ondergrond worden ook druiven gekweekt, waardoor de wijn een heel bijzondere, vuursteenachtige expressie krijgt.' Daarom heeft Sébastien Arsac (40) zijn topwijn van syrah Volcanik genoemd. Samen met zijn broer is hij de derde generatie van een wijnbouwersfamilie, die vroeger druiven leverde aan de lokale coöperatie. 'Maar daar zijn we mee gestopt.' De familie woont nog altijd in dit afgelegen gehucht van het dorpje Saint-Jean-le-Centenier, waar zijn grootmoeder de eerste druiven plantte. 'Enkele jaren geleden zijn we overgeschakeld op de biodynamische wijnbouw', vertelt Sébastien. 'We willen druiven zo natuurlijk mogelijk kweken en wijnen zo natuurlijk mogelijk maken, dat is de toekomst.' Daar gaat hij ver in: hij kweekt zelfs zijn eigen koeien omdat hij zeker wil zijn van de kwaliteit van de mest voor zijn wijngaarden. Die aandacht voor elk detail heeft zijn effect op de wijn: Domaine Arsac behoort tot de beste domeinen van de Ardèche, met wijnen rond de 10 euro. Ook Benoit Chazallon (37) is een aanhanger van de biodynamische wijnbouw. In Grospierres kochten zijn ouders het twaalfde-eeuwse Château de la Selve met de wijngaarden eromheen. Hun zoon Benoit mocht al als jonge twintiger bewijzen waarom hij oenologie had willen studeren: 'Via mijn moeder, die afkomstig is van een wijnbouwersfamilie in de Rhônevallei, had ik een wijngaard in een bekende appellation kunnen verwerven, maar ik verkoos de vrijheid van de Ardèche.' Benoit slaagt er alvast in om het potentieel van de Ardèche ten volle te benutten. Door zijn vermogende familie kon hij weliswaar meteen beschikken over de nodige middelen, maar hij heeft ze goed gebruikt: zijn wijnen getuigen van grote klasse en finesse, en zijn dan ook (terecht) iets duurder dan het gemiddelde in de streek: tussen 13 en 20 euro. Florence en Olivier Leriche (allebei 44 en landbouwingenieur) moesten het met veel minder middelen doen. Hun Domaine des Accoles in Alissas blijkt een eenvoudige hangar te zijn. Hun wijngaard bevindt zich zestig kilometer zuidwaarts, in Saint-Marcel-d'Ardèche. 'Het was een bestaande wijngaard in een zeer goed terroir,' legt Florence uit, 'maar de plek is nogal afgelegen, en er was geen gebouw om de wijn ter plaatse te maken.' Voordien woonden ze dertien jaar in Bourgogne, waar Olivier technisch directeur was van een topdomein, Domaine de l'Arlot. Die Bourgondische invloed is merkbaar in hun wijnen, zowel in de kwaliteit als in de fijne, elegante stijl. Wellicht was het net daarom dat ze het label IGP Ardèche niet kregen: 'De keuringscommissie vond onze wijnen te licht en te weinig gekleurd. Vandaar dat ze als vin de France op de markt komen. Maar we zijn er niet rouwig om, het geeft ons alle vrijheid om de wijnen te maken die we echt willen. We worden daarin gevolgd door vele sommeliers en wijnliefhebbers.'In de Ardèche zijn er ook wijnbouwers die zich bewust niet aan de regels van de IGP houden. Zoals Jérôme Jouret in Villeneuve-de-Berg. Of zijn wijnstokken zich al dan niet in de IGP-zone bevinden, of de geteelde druiven al dan niet toegelaten zijn, en of zijn werkwijze overeenstemt met de voorschriften, hij houdt er geen rekening mee: 'De echte liefhebber weet dat het label uiteindelijk niet zo belangrijk is.' Jouret is een aanhanger van de vins nature, waarbij de menselijke interventie in het proces zo beperkt mogelijk blijft. Hij gebruikt zelfs geen sulfiet om zijn wijn te beschermen tegen oxidatie en bacteriën: 'Als je druiven gezond zijn, dus niet verpest door chemische middelen, maken ze tijdens de gisting voldoende natuurlijk sulfiet aan om de wijn te beschermen.' Opvallend is het lage alcoholgehalte van zijn wijnen: 'Mijn wijngaard ligt op een hoogte, waar het minder warm is dan in de rest van de streek. Mijn druiven bevatten dan ook minder suiker, en mijn wijnen dus minder alcohol.' Zijn wijnen zijn verrukkelijk licht en fris, en tegelijk sappig, boordevol fruit en aromatisch expressief. Een zoveelste bewijs dat de Ardèche als wijnstreek meer verdient dan een kleine vermelding in wijngidsen.