De temperaturen doen nog zomers aan, maar de winkelrekken hebben zich al gevuld met de herfst- en wintertrends. De klimaatverandering, die we inmiddels aan den lijve ondervinden, verplicht boetieks anders in te kopen: een grotere zomerselectie, minder winterkledij en vooral veel meer stukken voor het tussenseizoen. De komende jaren zullen de veranderingen voor de winkels en voor de hele mode-industrie nog veel ingrijpender zijn. Want de opwarming van de aarde wordt voor een significant deel veroorzaakt door diezelfde mode.
...

De temperaturen doen nog zomers aan, maar de winkelrekken hebben zich al gevuld met de herfst- en wintertrends. De klimaatverandering, die we inmiddels aan den lijve ondervinden, verplicht boetieks anders in te kopen: een grotere zomerselectie, minder winterkledij en vooral veel meer stukken voor het tussenseizoen. De komende jaren zullen de veranderingen voor de winkels en voor de hele mode-industrie nog veel ingrijpender zijn. Want de opwarming van de aarde wordt voor een significant deel veroorzaakt door diezelfde mode. Mode is, na olie, de meest vervuilende industrie, verantwoordelijk voor een geschatte 25 procent van het pesticidegebruik (voor geen enkel ander landbouwproduct worden zoveel pesticiden gebruikt als voor katoen), 10 procent van de broeikasgasuitstoot en 20 procent van de industriële watervervuiling. En dan vergeten we nog de afvalberg. Elk jaar wordt er minstens 15 miljoen ton textiel afgedankt. De komst van de fast fashion labels heeft textiel tot een wegwerpproduct gemaakt, er worden per jaar zo'n 150 miljard nieuwe stukken geproduceerd. Dat is een verdubbeling van de kledingproductie sinds het begin van de eeuw. Als we willen dat de aarde nog een tijdje meegaat, kunnen we onmogelijk doorgaan in dit verschroeiende tempo. Het verkwistende en vervuilende model van maken, kopen en weggooien moet veranderen. Er wordt nog altijd minder dan 1% van de kleding gerecycleerd. Dat is geen onwil, het is nu eenmaal extreem moeilijk om kleding te maken van gerecycled materiaal. Onderzoek naar deze processen vergt investeringen, en de opbrengsten zijn onzeker. Niet ideaal voor een beursgenoteerd bedrijf. Het is vooral de consument die de industrie kan aansporen te verduurzamen. We moeten onze kleren terug leren liefhebben en koesteren. Als je voor een habbekrats een hele tas met spullen kunt kopen, ga je je daar minder aan hechten. Een Britse studie kwam tot de ontstellende conclusie dat een kledingstuk gemiddeld slechts zeven keer gedragen wordt. De helft van onze aangekochte items dragen we nog geen jaar. Volgens een recente studie van het Duitse Movinga zouden de Belgen recordhouder zijn op het gebied van het aantal kledingstukken dat ongedragen in de kast blijft hangen. Gelukkig groeit het milieubesef zienderogen. Duurzame labels en boetieks schieten als paddenstoelen uit de grond, ook in België. Hun aanbod slaat aan bij een steeds grotere groep bewuste consumenten, want ethisch verantwoorde kleding is niet meer per definitie lelijk. Aan snit en design is nauwelijks nog te zien dat het om een T-shirt in biokatoen, een hemd in Tencel, of een broek van hergebruikt materiaal gaat. Toch is verantwoord shoppen alleen niet voldoende. Wie echt duurzaam wil leven, moet simpelweg minder kledingstukken aanschaffen. Niet elke trend uit ons trendrapport hoeft per se in alle Vlaamse kasten te belanden. Wie een weloverwogen en kwalitatieve keuze maakt zal een kledingstuk meer koesteren en langer en vaker dragen. Minder is bovendien ook goed voor de creativiteit: styliste Anne Rabeux inspireert je met haar laagjesmode en journalist Jesse Brouns recycleerde z'n eigen eightiesgarderobe tot de perfecte look voor herfst-winter 2018.