Walters wondere wereld: Van Beirendonck over zijn afscheid van de Modeacademie

© Ronald Stoops

Na 35 jaar voor de klas en 15 jaar als hoofd van de modeafdeling, neemt Walter Van Beirendonck afscheid van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen.

Aan het eind van dit schooljaar gaat Walter Van Beirendonck met pensioen als hoofd van de Modeacademie. “Ik heb 35 jaar lesgegeven,” zegt de ontwerper, “twee dagen per week, altijd op dinsdag en vrijdag. Nu komt daar een eind aan. Het moet. Het is niet alsof je de keuze krijgt.”

We zitten in een leeg klaslokaal in de ModeNatie, aan de Antwerpse Nationalestraat. Een verdieping hoger, in de nok van het imposante gebouw, werken zijn derdejaarsstudenten aan hun eindejaarscollecties. Ze zijn met dertig, een record. Het is de laatste klas die Van Beirendonck begeleidt, en een van zijn laatste dagen als lesgever en hoofd van de modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, kortweg de Academie. “Ik heb het derde jaar altijd het boeiendste jaar gevonden. De studenten zijn dan nog wat flexibeler, wat kneedbaarder, dan in het masterjaar.”

In de gang, duidelijk zichtbaar door de ramen van het klaslokaal, staan de soms spectaculaire interpretaties van traditionele klederdracht, eindwerk van de tweedejaarsstudenten. “Toen ik zelf nog student was, spraken we over etnische kostuums”, merkt hij op. “Tegenwoordig zeggen we world costumes. Kun je je in 2022 nog laten inspireren door andere culturen? Daar moet misschien over gepraat worden. De wereld verandert snel. Dit is een scharniermoment, ook voor de modeopleiding.”

Maar die discussie zal dus zonder hem gebeuren. Daar heeft hij zich intussen mee verzoend, zegt hij. “Ik heb het altijd graag gedaan. Het was nooit simpel om mijn werk hier te combineren met mijn werk als ontwerper, en ik ben blij dat ik nu wat meer tijd zal hebben. Maar tegelijk vind ik het ook jammer.”

Het was nooit simpel om mijn werk in de Academie te combineren met mijn werk als ontwerper. Ik ben blij dat ik nu meer tijd zal hebben, maar tegelijk is het jammer.

Niet geslaagd

Van Beirendonck heeft, zoals iedereen die de mode een beetje volgt wel weet, zelf aan de Academie gestudeerd. “Ik was gefascineerd door glamrock, Londen, plateauzolen. Ik was dertien, veertien, vijftien, ik volgde de mode op de voet, maar ik had geen ambitie om zelf iets met mode te doen. Ik wist al vroeg dat ik een artistieke opleiding wilde volgen, dat wel. Architectuur bleek niets voor mij en juweelontwerp vond ik op de een of andere manier net iets te klein. Toen las ik in het Nederlandse magazine Avenue een artikel over de modeafdeling van de Academie. Dat was voor mij een echte eyeopener. Ik ben naar een opendeurdag gegaan, heb meegedaan aan het toelatingsexamen en… was niet geslaagd!” Hij lacht. “Ik geloof nog altijd dat dat te maken had met mijn plateauschoenen. Mevrouw Prijot, de directeur, bewonderde Chanel, ze had heel klassieke schoonheidsnormen. Ik denk dat mijn outfit voor haar net iets too much was. Dat heeft, denk ik, meegespeeld, al kon ik toen ook nog niet goed genoeg tekenen.”

Vandaag, 45 jaar later, draagt Van Beirendonck geen plateauschoenen maar wel, zoals vaker, Reebok Fury’s in zwart, rood en geel, onder een outfit van zijn eigen label.

“Ik heb eerst een voorbereidend jaar gedaan aan de Academie. Dat was zalig, heel intensief, tekenen en schilderen. Het schooljaar erna ben ik aan de modeopleiding begonnen. We waren met z’n drieën, een piepklein klasje: Martine, die later iets anders is gaan doen, Martin Margiela en ikzelf. Ik heb toen heel veel tijd doorgebracht met Martin. Het jaar erna kwamen Dirk, Dries, Ann en de anderen erbij. Die klas was veel groter, een stuk of vijftien studenten.”

Je zou denken dat de latere Zes van Antwerpen de enige studenten van die lichting waren. Maar dat was dus niet zo.

“Nee. Niet elke student wilde toen koste wat het kost ontwerper worden. Het lag ook niet voor de hand om carrière te maken. We hadden geen voorbeelden. De latere Zes waren heel ambitieus, voortdurend op zoek naar mogelijkheden om verder te raken. We waren ook allemaal anders. Ann was een perfectioniste, Dries hield van chic. Iedereen bracht zijn of haar eigen wereld mee, zijn karakter, zijn kennis. We hebben veel samen gereisd. Naar New York, naar Parijs. Als vrienden, een jaar of vijf voor we als de Zes samen naar buiten zijn getreden. De ambitie om het te maken, ook internationaal, was er al.

Tijdens mijn vier jaar aan de modeafdeling is er enorm veel veranderd in de mode. Mijn eerste jaar viel samen met de start van Giorgio Armani en Gianni Versace. Ongeveer een jaar later waren daar plots de Fransen: Jean Paul Gaultier, Thierry Mugler, Anne Marie Beretta, Claude Montana. En nog een jaar later braken Comme des Garçons en Yohji Yamamoto door. Voor ons als studenten was dat een enorme stimulans. Het was ook geweldig om al die ontwikkelingen van dichtbij mee te maken.

Maar op school werden we heel kort gehouden. Mevrouw Prijot bleef hameren op de klassieke waarden van couture: een elleboog laat je niet zien, een knie ook niet. Er gebeurde ook zoveel in de echte wereld. Achteraf beschouwd heeft de balans tussen die twee uitersten ons veel bijgebracht.”

Is de opleiding sindsdien erg veranderd?

“De wereld is veranderd. Wij waren enthousiast, maar we hadden geen of weinig contact met de modewereld. De studenten van nu zijn veel beter geconnecteerd. Ze weten hoe het systeem werkt, wat ze moeten doen om op een bepaalde plek te komen. Dat is een veel rechter pad. Bij ons zigzagde het veel meer, omdat alles nieuw was en we niet wisten waar we moesten zoeken. We hadden geen voorbeelden. Ann Salens en Yvette Lauwaert waren uitstekende ontwerpers, maar geen internationale namen. De opleiding is geëvolueerd, zeker. Maar de artistieke basis is dezelfde. Creatief zijn, tekenen. We zijn niet voor niets onderdeel van een kunstacademie.”

Je bent afgestudeerd in 1980.

“Ik ben onmiddellijk naar Parijs getrokken. Ik had afspraken geregeld bij mijn helden van toen, bij Mugler, bij Cardin, bij France Andrevie. Dat bleek een koude douche. Ik kon overal wel stage gaan lopen, maar betaalde jobs waren er niet. Ik had een inkomen nodig, dus daar hield het voor mij op. Bovendien had ik in Antwerpen intussen ook een relatie met Dirk ( Van Saene, red.). Ik ben met hangende pootjes teruggekeerd. Ik kon terecht bij Bartsons, destijds een beetje het Belgische Burberry, met een grote fabriek in Heist-op-den-Berg. Dat was een fantastische leerschool. Martin heeft er gewerkt, Dirk ook, Ann, Linda. We leerden er techniek: hoe kleren gemaakt worden, van de patroonafdeling tot de stikmachines. Het was ook gewoon een heel fijne omgeving. Ik herinner me mijn sollicitatiegesprek, in mijn leren Montana-broek en mijn gigantische bril. Dat stond heel ver van hun wereld, maar toch gaven ze ons die kans.

Plots krijg je die kroon op je kop, maar het is niet zo dat je er ook een zak met goudklompen bij krijgt. Er was nooit genoeg budget.

En dan was er Flair. Ik heb meegewerkt vanaf het allereerste nummer, Gerdi Esch was toen moderedactrice. Ik deed styling, soms twee shoots per week. Dat was gas geven. Ik heb in die periode ook meegedaan aan de Gouden Spoel, ben mijn eigen collectie begonnen en in 1985 zijn we met de Zes voor de eerste keer naar Londen gegaan.”

Datzelfde jaar stond je plots ook voor de klas.

“Mevrouw Prijot was in 1982 met pensioen gegaan. Haar opvolger, Josette Janssens, is verongelukt in maart 1985, heel tragisch. Zij was aangeduid door Prijot en had ook haar visie overgenomen. Een paar maanden na haar dood heeft Marthe van Leemput me gevraagd. Marthe was onze lerares ‘coupe’ geweest en was ook een goede vriendin geworden. Ze ging vaak met de hele groep mee op reis. We zijn ooit met twee mobilhomes naar Firenze getrokken, voor de modebeurs Pitti. We sliepen op een camping, maar op de beurs hadden we een stand naast die van Romeo Gigli, toen een heel grote naam. Dat was onze eerste echte kennismaking met de internationale modewereld, nog voor Londen. Marthe heeft toen heel veel gefilmd. Dat is allemaal bewaard gebleven, fantastisch materiaal. Ze heeft ook Linda Loppa op de afdeling binnengehaald, ongeveer een jaar voor mij.

Het onverwachte overlijden van Josette Janssens was een keerpunt. De Academie is na haar dood een andere richting ingeslagen, en dat was allicht nooit gebeurd zonder dat verschrikkelijke ongeluk. Dat blijft een raar gegeven.”

Waarom wilde je graag lesgeven?

“Ik wilde dat niet doen. (lacht) Ik dacht: allez, dat is toch echt niks voor mij. Maar mevrouw Van Leemput, Marthe, zei: ‘Ik weet dat je dat goed gaat doen.’ Ik had mijn collectie, mijn freelancejob bij Bartsons en Flair, ik wilde niet noodzakelijk nog iets erbij. Ik ben er toch aan begonnen en ik voelde al snel dat ik het kon én dat ik het ook nog eens graag deed. Heel graag, zelfs. Ik kon me gemakkelijk inleven. Ik kon in de wereld van de studenten binnendringen en hen dan bijna vanuit hun hoofd sturen.”

Leiden met Linda

“Linda Loppa was jarenlang het gezicht van de afdeling. We hebben altijd nauw samengewerkt. Linda heeft heel veel betekend voor de school. Ze heeft ook de verhuizing naar deze locatie voor elkaar gekregen, op de bovenste verdieping van de ModeNatie, met het MoMu en het (intussen opgeheven) Flanders Fashion Institute, dat ze mee heeft opgericht. Ze voelde zich ondergewaardeerd, wat ik begrijp, en in 2007 is ze opgestapt. Ze heeft mij gevraagd om haar op te volgen. Dat was toen een heel eenvoudige procedure. Je kon gewoon zelf je opvolger aanduiden.”

Nu gaat dat niet meer.

“Breek me de bek niet open. Ik ben op geen enkele wijze betrokken bij de keuze van mijn opvolger.”

Maar is het niet ook goed dat zo’n procedure tegenwoordig iets objectiever gebeurt?

“Natuurlijk. Maar ik ken de opleiding wel tot op het bot. Ik ken de sterktes en de zwaktes.”

Verwende studenten hebben wij niet. Het niveau ligt hoog, extreem hoog zelfs. Dat betekent ook dat je achteraf overal terechtkunt.

Hoe kijk je terug op die vijftien jaar als hoofd van de afdeling?

“Toen Linda vertrok, had ik het gevoel dat mijn werk hier nog niet af was. Ik was nog heel ambitieus. Ik had voldoende energie om te blijven duwen. De visie was er al, en die heb ik gewoon verder uitgewerkt. Ik ben ook blijven lesgeven, steeds aan het derde jaar. Kijk, plots krijg je die kroon op je kop, maar het is niet zo dat je er ook een zak met goudklompen bij krijgt. Het is altijd een avontuur gebleven. We hebben veel geïmproviseerd, uit noodzaak. Er was nooit genoeg budget. We hebben het nooit gemakkelijk gehad. En niet alleen wij, het onderwijs in het algemeen. Ik ben soms tot bij ministers gestapt. Dat heeft al bij al niets geholpen. Je moet je behelpen met de middelen die er zijn. We zijn geen privéschool. Dat iedereen hier terechtkan, heb ik altijd fantastisch gevonden. Je moet een toelatingsexamen doen, dat wel. Tonen dat je een beetje kunt tekenen, dat je wat op de hoogte bent van wat er gebeurt in de wereld, dat je ambitie hebt. Zo’n simpel examen kan de start zijn van iets heel moois.

Andere scholen op ons niveau hebben meer middelen, meer en betere machines. Daar staat tegenover dat studenten hier intensief worden begeleid. Je moet elk jaar boksen om er te geraken. Verwende studenten hebben wij niet. Het niveau ligt hoog, extreem hoog zelfs. Dat betekent dat je achteraf overal terechtkunt. Als je hoog bent opgeleid, kun je ook functioneren op een lager niveau. Omgekeerd is dat veel moeilijker.”

Hoelang heeft het geduurd voor Antwerpen een internationale school is geworden?

“Een jaar of tien. Die evolutie hing nauw samen met het succes van de Zes: een groep ontwerpers die allemaal naar dezelfde school waren geweest, dat sprak aan. We kregen veel pers en dat heeft tot een sneeuwbaleffect geleid. Eerst kwamen de Nederlanders, daarna de Duitsers. Na een jaar of tien kwamen er plots Japanners opdagen voor het toelatingsexamen. En nu hebben we 40 à 45 nationaliteiten. Dit jaar heb ik één Belgische student in mijn derde jaar.”

Het is, hoor je vaak, een harde opleiding met een gigantische werkdruk voor de studenten.

“Die werkdruk ligt hoog in elke creatieve opleiding. We bereiden de studenten voor op de realiteit. De modewereld is hard. Maar onze docenten werken op een ethische manier. Ze geven héél veel. Maar ze hebben ook verwachtingen, die door de studenten ingelost moeten worden. De relatie student-docent is bij ons heel erg een-op-een, het is in zekere zin maatwerk. Intens, maar ook heel mooi.”

De modeopleiding zou ook te weinig rekening houden met de economische realiteit van de mode. Heb je dat zelf, als student destijds, gemist?

“Ik ben vooral blij dat ik mij tijdens mijn opleiding honderd procent artistiek heb kunnen ontwikkelen. De rest heb ik al doende geleerd, met vallen en opstaan. Ik sta er nog steeds, en dat komt in de eerste plaats door mijn creativiteit. Je weet nooit waar een student uiteindelijk zal terechtkomen. De omstandigheden zijn altijd anders en dus kun je hen daar niet echt op voorbereiden. Onze studenten kunnen creatief directeur worden van Balenciaga, maar ze kunnen ook succesvol zijn in een team bij H&M. Creativiteit is het sleutelwoord.”

Van Demna tot Lore Ongenae

“Ik vind het geen fijn einde”, zucht Van Beirendonck over zijn laatste jaren in het onderwijs. “De hele covidperiode was heavy. De onlinelessen en de mondmaskers hebben de dynamiek ondermijnd. Sommige studenten hebben we pas na enkele maanden voor het eerst écht gezien, in levenden lijve en zonder maskers. De eindejaarsshow is altijd een belangrijk onderdeel van de opleiding, het moment waar je samen naartoe leeft, met alles wat erbij hoort, tot de sfeer backstage. Dat is twee jaar na elkaar weggevallen. Ik ben blij dat we een oplossing hebben kunnen vinden, zeker voor de masterstudenten, die we toch nog wat visibiliteit hebben kunnen geven met een film. Al blijft het natuurlijk spijtig dat die studenten geen echt catwalkmoment hebben gehad. Dat we dit jaar opnieuw een show kunnen organiseren is fijn. Voor hen, en ook voor mij, om in schoonheid af te sluiten.”

De jury is vaak heel prestigieus. Wie komt er dit jaar?

“We hebben dit keer uitsluitend oud-studenten gevraagd, mensen aan wie we mooie herinneringen hebben, los van het feit of ze later carrière hebben gemaakt. Dat gaat van Demna Gvasalia tot Lore Ongenae. Lore was fantastisch, rebels en punky. Ze heeft destijds La Cicciolina (legendarische Italiaanse pornoster en politica, red.) kunnen strikken voor haar eindejaarsshoot. Ze werkt nu op de groendienst van Brugge. Ik vond het mooi om er ook mensen bij te halen die normaal gezien niet gevraagd zouden worden. Omdat ze in de coulissen werken, of iets heel anders zijn gaan doen. Maar we zijn hen nooit vergeten.”

Hoe zie je de toekomst van de modeopleiding?

“Ik ben er, zoals gezegd, niet bij betrokken. Ik houd toch wel een beetje mijn hart vast. We hebben al die jaren gezwoegd om iets op te bouwen en dan hoop je dat dat met liefde wordt voortgezet. Het zou fantastisch zijn als er iemand komt die met hart en ziel gaat leiden en lesgeven, met de ambitie en energie om nog een paar stappen verder te gaan. Liefst iemand die hier zelf heeft gestudeerd.”

Wordt het toch nog een emotioneel moment?

“Och, ondertussen ben ik gewend aan het idee. Al kreeg ik het eerlijk gezegd toch wat moeilijk toen ik de intro voor dit nummer schreef. Ik kijk ook wel uit naar wat meer tijd voor mezelf. Het is best lang en veel geweest, en de laatste jaren waren heftig. Ik ben ook blij dat ik me wat meer kan concentreren op mijn label. Daar gaat het heel goed mee. Ik ga met pensioen aan de Academie, maar niet als ontwerper.”

GETUIGENISSEN
BRANDON WEN
  • Amerikaanse modeontwerper en alumnus van de Academie sinds 2019

“Ik heb Walter altijd enorm bewonderd om wat hij heeft bereikt. Hij is tegelijk een leraar en een relevant en iconisch kunstenaar. Ik zie hem een beetje als Perkamentus: hij is het hoofd van de beste modeschool ter wereld en ook een van de machtigste tovenaars aller tijden!

Ik kom oorspronkelijk uit LA en vond het geweldig hoe Walter in de les, ondanks alle verschillen tussen ons zoals cultuur, leeftijd of taal, toch al mijn artistieke referenties begreep en in staat was om de dingen vanuit mijn standpunt te zien. Hij zag mij op een heel persoonlijk niveau, wat hem een bijzonder sterke leraar maakte. Bij hem in de klas voelde het alsof ik vloog.

Nu ik nog in Antwerpen woon, vind ik het geweldig fijn om Walter soms op straat tegen te komen. Hem normale dingen zien doen, zoals ondergoed kopen of boodschappen doen, is bijzonder grappig. Maar zelfs dan is hij Walter!”

Brandon Wen
Brandon Wen © GF
RONALD STOOPS
  • Al jaren een van Walters vaste fotografen

“Ik ben beginnen te fotograferen door Walter. ‘We hebben meer goede Belgische fotografen nodig’, zei hij, dus trok ik naar de avondschool. Zelf was ik ook Walters eerste model. Ik weet nog goed dat ik moest poseren in zijn kleren op de verwarming in de toiletten van de Academie. Ik zie Walter dus in eerste instantie niet als directeur of docent, maar als een van mijn meest dierbare vrienden. Wel heb ik veel van zijn studenten voor mijn lens gehad. Er wordt altijd heel respectvol over hem gesproken. Walter heeft een grote invloed gehad op velen. Ik zeg hem altijd dat hij wereldberoemd gaat worden als hij dood is. Hopelijk krijgt hij sneller de eer die hij verdient.”

Ronald Stoops
Ronald Stoops © GF
MINJU KIM
  • Zuid-Koreaanse modeontwerpster, alumna van de Academie sinds 2015

“Toen ik aan de Academie kwam studeren, had ik er al een modeopleiding in Korea op zitten. Toch was ik nog niet zeker van een toekomst als ontwerpster. Het is door Walters lessen dat ik heb geleerd hoe ik van mode kon genieten. Ik herinner me nog goed dat ik in het derde jaar mijn eerste ontwerpen aan hem toonde. Hij legde ze opzij en zei me dat ik eerst een maand lang gewoon moest tekenen en dat de rest dan wel zou volgen. Die manier van werken heeft me geholpen mijn stem te vinden. Met die collectie won ik meteen ook een H&M Design Award.”

Minju Kim
Minju Kim © GF
LINDA LOPPA
  • Richtte het Flanders Fashion Instituut op, was directeur van het MoMu en stond meer dan 25 jaar aan het hoofd van de Modeacademie, waar ze zelf student is geweest. In 2007 gaf ze die positie door aan Walter Van Beirendonck en werd ze directeur van Polimoda International Institute of Fashion Design & Marketing in Firenze. Vandaag deelt ze haar kennis als curator en coach van de Linda Loppa Factory

“Wanneer ik aan Walter denk, denk ik aan de vele momenten waarop wij als docent samen rond de tafel zaten om het werk van een student te bespreken. Wij, een dreamteam bestaande uit verschillende karakters: Nellie, Chris, Patrick, Elke, Yvonne, Walter, Heidi, een compositie zoals de stukken van een puzzel, ieder uniek, maar samen een krachtig bolwerk van emoties en ervaringen.

Walter, een stem, een referentiepunt. Discussies liepen soms hoog op door de passie en meningen die wij met elkaar deelden. Steeds legden we alle stukken van de puzzel samen om de beoordeling van een student te beëindigen.

Wij zijn en waren geen leraren maar onderzoekers naar talent, en dankzij onze verscheidenheid konden wij tot een uitgebreide conclusie komen. Voor de student is het een meerwaarde om verschillende meningen te horen, een spiegel van de realiteit en de industrie.

Ik zal deze momenten altijd koesteren, want hoe verschillend wij ook waren, de consensus werd steeds gevonden. Wij moesten niet verder argumenteren en de slotshow was de apotheose van een een jaar samen, een hoogtepunt van emoties! Walter, de kern, de pilaar om op te steunen. Maar ook de rest van het team dank ik voor deze onvergetelijke momenten.”

Linda Loppa
Linda Loppa © ruggero lupo mengoni
DOMINIQUE NZEYIMANA
  • Journalist, auteur en host van The Most-podcast, zetelde in de masterjury van de Academie in 2018

“Wat me de voorbije jaren opviel als ik met alumni of met modeprofessionals sprak, is dat Walter erg geliefd is, ook internationaal. Tijdens de eindejaarsshow van 2020, die omwille van corona zonder publiek moest doorgaan, zat ik mee in het team dat de ‘blind dates’ begeleidde tussen de masterstudenten en gerenommeerde industrienamen. Dat betekende Zoomcalls met onder meer Christian Lacroix, Raf Simons, Craig Green, Stephen Jones en wijlen Alber Elbaz. Stuk voor stuk vroegen ze meteen naar Walter, deelden ze een lieve anekdote over hem, of droegen ze een T-shirt uit zijn collecties. De erfenis die Walters directeurschap nalaat is onschatbaar. Onder zijn begeleiding studeerden er disproportioneel veel invloedrijke ontwerpers af die voor én achter de schermen van de belangrijkste modehuizen werken. Het is uiteraard triest dat er een einde aan dit tijdperk komt, maar wie Walter kent weet ook dat er schitterende tijden staan aan te komen met de extra tijd die hij nu heeft om zich te storten op nieuwe projecten. Niet getreurd dus, maar KISS THE FUTURE!”

Dominique Nzeyimana
Dominique Nzeyimana © Tine Claerhout
PAUL VAN HAVER & CORALIE BARBIER
  • Hij is bekend onder de artiestennaam Stromae, zij runt samen met hem het creatieve label Mosaert, dat actief is in de muziek, mode en visuele kunst

Stromae: “De eerste keer dat ik Walters werk zag, was toen ik inspiratie zocht voor de styling van de videoclip bij Papaoutai. Coralie liet me zijn wintermannencollectie van 2012 zien en we werden er beiden verliefd op. Zij kende zijn werk al langer, ik eigenlijk niet.”

Coralie: “De eerste keer dat we Walter effectief ontmoetten, was toen we in 2017 uitgenodigd werden om deel uit te maken van de jury die de laatstejaars-studenten beoordeelt. Walter was erg warm en nederig tegelijk. Paul en ik voelden ons niet erg comfortabel bij de oefening die van ons verwacht werd, maar hij stelde ons op ons gemak. Voor ons is Walter een van de pioniers van de Belgische mode, die uitblinkt in de combinatie van kleur en vorm.”

Paul Van Haver & Coralie Barbier
Paul Van Haver & Coralie Barbier © Stephan Vanfleteren
MIKIO SAKABE
  • Japanse modeontwerper, alumnus van de Academie sinds 2006

“Walter heeft mijn wereld verruimd, of zelfs geopend. Hij bezit de unieke gave en een bijzondere kracht om studenten te laten voelen wat mode is. Toen ik van 2002 tot 2006 aan de Academie studeerde, leerde ik over de droom die mode is. Het gaat niet alleen over kleren, eerder over de lucht die over de wereld hangt. Walter was de eerste die mij dat deed inzien.”

Mikio Sakabe
Mikio Sakabe © GF
NIELS PEERAER
  • Belgische mode- en accessoireontwerper en alumnus van de Academie sinds 2011

“Persoonlijk maakte ik een grote doorbraak als ontwerper in het jaar dat ik les kreeg van Walter, die enorm veeleisend was maar tegelijk bijzonder warm en inspirerend. Hij verwelkomde mijn hele persoonlijkheid in zijn lessen. Nooit vergeet ik de dag dat Walter de hele klas vroeg om even naar mij te kijken. Ik kleedde mij toen echt zonder grenzen, van hakken en tutu’s tot kimono’s. Vervolgens vroeg hij mijn klasgenoten om ook meer moeite in hun kledij te steken, en hij verbood hun om nog in sweatpants naar zijn les te komen. Voor iemand die altijd uitgelachen of nagestaard werd op straat, was het bevrijdend om een plek te vinden waar ik bewonderd werd om mijn stijl. Daar ben ik Walter erg dankbaar voor.”

Niels Peeraer
Niels Peeraer © GF
LINDER STERLING
  • Britse fotografe, feministe en kunstenares, zetelde in 2016 in de masterjury van de Academie

“Walter is de broer die ik nooit gehad heb. Ik fantaseer weleens dat we bij de geboorte gescheiden werden en onze moeders ons sindsdien een fabeltje hebben verteld.

Mijn ‘broer’ en ik communiceren enkel telepathisch, taal ontsnapt ons en laat ons in de steek. Vanaf de wieg heeft Walter zijn eigen woordenschat moeten maken. Vergeet Goudlokje en haar drie beren, Walter wist van jongs af aan dat we nieuwe sprookjes voor nieuwe tijden nodig zouden hebben, daarom verscheen in 2010 ook een veelvoud aan beren op magische wijze op zijn catwalk.

Walter mag dan op het punt staan om met pensioen te gaan aan de Academie, zijn visie en verhalen leven voort, net als de sprookjes van de gebroeders Grimm. Die laatsten zuiverden een reeks volksverhalen om zo weinig mogelijk aanstoot te geven, maar Walter bespaart de lezer niets. In elke collectie die hij ons voorschotelt, worden we geconfronteerd met onze angsten en fantasieën.

Tot slot, wat niet gedeeld wordt, kan niet worden doorgegeven. Doordat Walter zo gul en ambitieus was om zijn ideeën te delen met zijn studenten aan de Academie, hielp hij om de mode toekomstbestendig te maken en om haar integriteit te behouden. Bravo!”

Linder Sterling
Linder Sterling © Linder, Courtesy of the artist and Blum & Poe, Los Angeles/New York/Tokyo
STEPHEN JONES
  • Gerenommeerde Britse hoedenmaker

“Ik leerde Walter eerst kennen via zijn kleding, die ik fascinerend vond. Pas via Geert Bruloot maakte ik persoonlijk kennis met Walter en werd ik meer een fan. De eerste keer dat we samenwerkten, was aan de W&LT by Walter Van Beirendonck-show in 1986, wat een tour de force was! Ik creëerde honderd individuele hoeden, waarschijnlijk de meest diverse reeks die ik ooit heb gemaakt. Van hoeden die de vorm hadden van computers, wereldbollen, verentooien tot zelfs hoeden die vlogen, en het was een eer om voor zijn show te worden uitgenodigd. Sindsdien hebben we regelmatig de grenzen verlegd van wat hoofddeksels kunnen zijn. Walter blijft me tot vandaag verrassen en verbazen. Ik kan me voorstellen dat het een cadeau moet zijn om hem als docent en mentor te kennen.”

Stephen Jones
Stephen Jones © GF
MAUREEN DE CLERCQ
  • Belgische modeontwerpster en collega-docent van Walter aan de academie in Antwerpen

“Ik koester heel warme herinneringen aan die keer dat Walter en ik, een jaar of vijf geleden, uitgenodigd waren door de Belgische ambassade voor een reis naar Mumbai, om daar de Antwerpse mode te vertegenwoordigen op een event. Er stonden een aantal afspraken in onze agenda, maar we kregen ook veel vrije tijd. Omdat Walter een grote liefde heeft voor rommelmarkten, besloten we op een ochtend naar zo’n markt te gaan, maar we zijn toen verloren gelopen in de chaos en tussen miljoenen inwoners van Mumbai. Al vijftien jaar ben ik een collega van Walter en ken ik hem als iemand die altijd voorbereid is, erg professioneel werkt en op elke vraag een antwoord heeft, maar in die situatie leerde ik een andere Walter kennen en dat vond ik geweldig. Ik wist al dat hij een enorme passie heeft voor andere culturen, maar daar in de straten van Mumbai gaf hij zich volledig over aan de kleuren, de indrukken, de mensen en het eten. Ik zag hem genieten en ik leerde Walter beter kennen als mens. Als ze mij vragen om morgen opnieuw met Walter op reis te gaan, spring ik meteen op het vliegtuig.”

Maureen De Clercq
Maureen De Clercq © GF
ELKE HOSTE
  • Modelleuse en collega-docent van Walter aan de Academie

“Al jaren sta ik samen met Walter in het derde jaar. Hij begeleidt de studenten in hun ontwerpen en ik help hen dan bij het realiseren van hun ideeën. Studenten tekenen niet altijd dingen waar ze zelf helemaal achterstaan. Ze kloppen dan met een boek vol ideeën bij Walter aan, zonder soms zelf goed te weten welke kant ze op willen, maar Walter weet uit al die schetsen altijd precies de essentie te halen. Hij kruipt in het hoofd en het hart van zijn studenten en kan feedback geven die hen op weg zet voor de toekomst. Dat is een bijzondere kracht. Ik ga hem erg missen als bezieler van de Academie.”

Elke Hoste
Elke Hoste © GF
INGE GROGNARD
  • Werkte als make-upartieste vanaf het prille begin samen met Walter

“Ik leerde Walter kennen via Martin Margiela toen die met hem in de klas zat. Sommige mensen schrokken van zijn kledij, maar ik vond hem geweldig. Ik herinner me dat ik op mijn toenmalige kot maar een jaar mocht blijven, omdat de eigenaar vond dat er te veel raar bezoek over de vloer kwam. Mijn kotmadam was boos toen Walter met een zak vol pluimen door de gang was gepasseerd, die we op een outfit wilden kleven. Walter is altijd trouw gebleven aan zichzelf. Die gedrevenheid maakt hem zo sterk als designer.”

Inge Grognard
Inge Grognard © Alessandra Ruyten
MERYLL ROGGE
  • Belgische modeontwerpster en alumna van de Academie sinds 2008

“Eigenlijk mag je mij geen alumna noemen, want ik heb mijn laatste jaar nooit afgemaakt. Dat komt door Walter. (lacht) Ik kreeg les van hem in het derde jaar en dankzij hem werd het mijn lievelingsjaar. Hij pushte mij om mijn eigen stem te ontwikkelen zonder mij te laten beïnvloeden door andere studenten. Na het derde jaar deed ik een stage bij Marc Jacobs in New York, waar mij na enkele weken tot mijn eigen verbazing de job van assistent designer werd aangeboden. Dat was een droomkans, maar ik was erg jong en had in mijn hoofd gestoken dat ik eerst mijn diploma moest behalen. Vandaag nemen veel studenten een sabbatical voor ze aan hun masterjaar beginnen, maar in mijn tijd niet. Niet wetende wat ik moest doen, belde ik naar Walter en docent Nellie Nooren. Walter zei: ‘Go for it en als het niet tof is, kom je gewoon terug naar school.’ Die woorden had ik nodig om te durven springen, vandaag run ik mijn eigen label. Naar de Academie ben ik nooit meer teruggekeerd, maar ik ben Walter erg dankbaar dat hij toen de tijd nam om naar mij te luisteren.”

Meryll Rogge
Meryll Rogge © Sloan Laurits
Tekst getuigenissen: Elke Lahousse, Nathalie Le Blanc, Jorik Leemans

Partner Content